Inleiding Vaststellingsbesluit Rijkshuisvestingsstelsel kantoren
In 2011 werd de tweede evaluatie van het rijkshuisvestingsstelsel afgerond met de vaststelling van een kabinetsstandpunt in de Ministerraad. Sindsdien is het rijkshuisvestingsstelsel op tal van punten nader uitgewerkt. Voor de kantoren is het stelsel volledig in werking getreden per 1 januari 2016, voor specialties loopt de uitwerking van hoe het stelsel eruit moet gaan zien, door in 2016.
Alle tot nu toe gemaakte afspraken zijn verspreid over tenminste vijftig documenten. Alle besluiten zijn in het voor u liggende kader samengevat. Het doel van dit document is om een totaaloverzicht te geven van alle relevante eerder genomen besluiten van het Kabinet en in relevante interdepartementale gremia.
Dit kader bevat geen nieuw beleid; met voetnoten wordt verwezen naar brondocumenten. Definities van begrippen worden in bijlage 1 gegeven.
Scope van het stelsel
1 Kabinetsstandpunt inzake de tweede evaluatie van het Rijkshuisvestingsstelsel. Brief aan ministerraad dd 31 augustus 2011. Kenmerk 2011-2000384067
De huisvesting van alle ministeries en de daaronder resulterende batenlasten-diensten vallen onder het nieuwe huisvestingsstelsel. Uitzonderingen hierop zijn:
– het merendeel van de gebouwen van Defensie;
– de ambassades van Buitenlandse Zaken;
– de huisvesting van AZ en de Hoge Colleges van Staat;
– de (staats)paleizen;
– privaatrechtelijke rechtspersonen en ZBO’s vallen buiten de verplichte winkelnering van het stelsel.
De inhoud van dit kader heeft uitsluitend betrekking op alle gebouwen die op de 'pandenlijst' als 'kantoor' zijn opgenomen. De pandenlijst is een overzicht waarin is aangegeven of de gebouwen die in beheer zijn bij het Rijksvastgoedbedrijf, behoren tot de categorie ‘kantoren’. De pandenlijst is vastgesteld in de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijk (ICBR)
2 Pandenlijst, vastgesteld tijdens ICBR 5 februari 2013. Zie pagina 18-19 van dit rapport voor de wijze waarop de pandenlijst wordt beheerd.
.
Doelen van het nieuwe stelsel
Uit de evaluatie van het oude stelsel in 2010 kwamen vier verbeterpunten naar voren:
• De keuzevrijheid voor de invulling van huisvestingswensen lag vrijwel volledig bij departementen. Prikkels tot doelmatigheid op bovendepartementaal niveau waren onvoldoende belegd.
• Er was geen vanzelfsprekende wijze om collectieve belangen zoals leegstandsmanagement en kostenreductie te behartigen.
• Er gold een prijs per pand, dit leverde een variëteit aan prijsstellingen op met een grote administratieve last. Alle financiële risico’s van huisvesting lagen bovendien bij de departementen, omdat kosten één op één doorberekend werden.
• Het vele overleg tussen opdrachtgevers en Rijksgebouwendienst over specifieke klantwensen zorgde aan beide zijden voor hoge uitvoeringslasten.
De wijzigingen die op 1 januari 2016 in werking treden, nemen deze nadelen weg. De doelen van het nieuwe stelsel voor kantoren zijn:
• het concernbelang staat voorop,
• doelmatigheidsprikkels worden versterkt,
• bestuurlijke en administratieve vereenvoudiging;
• evenwichtiger risicoverdeling
3 Kabinetsstandpunt inzake de tweede evaluatie van het Rijkshuisvestingsstelsel. Brief aan ministerraad dd 31 augustus 2011. Kenmerk 2011-2000384067
.
De hoofdlijnen van het nieuwe rijkshuisvestingsstelsel voor kantoren zijn:
• Departementen sturen op volume en regio van hun huisvesting.
• Huisvestingsbudgetten blijven bij de departementen.
• Centraal leegstandsbeheer kantoren.
• Aanscherpen kaderstelling van de huisvesting.
• Eenvoudige beprijzingsmethodiek.
• Opdrachtgeverschap voor rijkskantoren.
4 Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 31 490, nr. 75
Datum inwerkingtreding stelsel
De spelregels van het nieuwe rijkshuisvestingsstelsel traden in werking per 1 januari 2013. De instandhoudingplicht voor kantoren is per 1 januari 2013 overgegaan naar de Rijksgebouwendienst (inmiddels overgegaan in het Rijksvastgoedbedrijf). Deze is gefinancierd door de gebruiksvergoeding per 31 december 2012 te bevriezen, uitgezonderd de prijsindexatie, en door de afschrijvingstermijnen voor inbouwpakketten en installaties van 15 jaar naar 20 jaar te verlengen.
5 Brief van minister voor Wonen & Rijksdienst aan collega ministers, Kenmerk 2012-0000749954, 7 januari 2013
De nieuwe beprijzingssystematiek geldt vanaf 1 januari 2016.
6 Kabinetsstandpunt inzake de tweede evaluatie van het Rijkshuisvestingsstelsel. Brief aan ministerraad dd 31 augustus 2011. Kenmerk 2011-2000384067
- Regeling
- Vaststellingsbesluit Rijkshuisvestingsstelsel kantoren
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-01-2024
- BWB-id
- BWBR0038279
- Versie
- 2024-01-01_0