wetzoeker

Artikel 3a Aanwijzings- en mandaatbesluit Wet op het accountantsberoep 2016

1 Aan de algemeen directeur van het CJIB wordt machtiging verleend voor het verrichten van feitelijke handelingen die verband houden met de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, genoemd in artikel 56 van de Wet op het accountantsberoep.

2 In het kader van de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, genoemd in artikel 56 van de Wet op het accountantsberoep, wordt aan de algemeen directeur van het CJIB mandaat verleend voor het in rekening brengen van een vergoeding voor een aanmaning als bedoeld in artikel 4:113 van de Awb, alsmede voor het treffen van betalingsregelingen en het verlenen van uitstel van betaling als bedoeld in artikel 4:94 van de Awb.

3 De algemeen directeur van het CJIB kan voor de in het eerste en tweede lid bedoelde aangelegenheden ondermachtiging respectievelijk ondermandaat verlenen aan medewerkers van het CJIB.

Regeling
Aanwijzings- en mandaatbesluit Wet op het accountantsberoep 2016
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0038272
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl