1.8.3.1 — Uitwerking kerntaken, keuzes en dilemma’s en beoordelingscriteria Regeling personeel brandweer BES
Uitwerking kerntaken, keuzes en dilemma’s en beoordelingscriteria
Kerntaak 1: Geeft leiding aan, coördineert en controleert de uitruk- en verkenningswerkzaamheden
Werkzaamheden:
Stuurt onder supervisie van een Bevelvoerder een klein team (waarvan hij zelf deel uitmaakt) aan bij het uitvoeren van specifieke werkzaamheden met een spoedeisend karakter.
Treedt zelfstandig op bij niet spoedeisende incidenten.
Treedt zelfstandig op bij dienstverlening.
Inventariseert gegevens met betrekking tot het incident.
Maakt gebruik van de vakinhoudelijke kennis en ervaring van zijn team.
Analyseert deze gegevens.
Rijdt bovenwinds aan indien de situatie dit vereist (initieert dit ook voor andere diensten) en geeft dit door aan de alarmcentrale.
Raadpleegt de beschikbare naslagwerken en vooraf beschreven scenario’s en handelingstaken.
Zorgt voor de informatieoverdracht aan het team en maakt een juiste taakverdeling.
Bepaalt de juiste persoonlijke bescherming. Maakt inschatting van de aard, omvang en dynamiek van het incident.
Ziet toe op een juiste voertuigopstelling met name bij een vliegtuigincident.
Raadpleegt de Bevelvoerder indien de situatie dit vereist.
Stelt prioriteiten.
Geeft een situatierapport (sitrap) indien daarom verzocht wordt
Kerntaak 2: Geeft leiding aan, coördineert en controleert de inzetwerkzaamheden
Werkzaamheden:
Geeft leiding aan zijn team.
Ziet toe op gebruik juiste blusmiddelen en -techniek(en) en tactieken.
Controleert het effect van de werkzaamheden, anticipeert op ontwikkelingen en stelt zo nodig de inzet bij.
Geeft de Bevelvoerder op zijn verzoek een situatierapport.
Ontvangt leiding van de Bevelvoerder.
Zorgt voor de berichtgeving met de alarmcentrale.
Is verantwoordelijk voor de veiligheid van zijn team.
Kerntaak 3: Geeft leiding aan, coördineert en controleert de nazorgwerkzaamheden
Coördineert de personele nazorg.
Coördineert de materiële nazorg (inzetgereed maken).
Handelt de administratie rondom het incident af (rapportage en registratie).
Evalueert het proces.
Keuzes en dilemma’s:
Moet het beoogde resultaat ten opzichte van de risico’s afwegen.
Moet de grenzen van zijn kennis en kunde kennen en weten wanneer hij een hoger niveau moet inschakelen.
Onderkent de noodzaak tot opschaling.
Moet vertrouwen en zekerheid uitstralen naar de manschappen, terwijl de Manschap B innerlijk onzeker kan zijn over zijn besluiten en aanpak.
Anticipeert mede op het (ongewenst/behulpzaam) gedrag van omstanders.
Anticipeert op persoonlijke betrokkenheid van hemzelf en van zijn team in relatie tot de bij het incident betrokkenen.
Moet een afweging maken van het resultaat ten opzichte van de risico’s (personeel / economisch belang).
Moet inventief kunnen omgaan met de middelen.
Moet omgaan met druk vanuit de omgeving.
Houdt rekening met de psychische gesteldheid en belastbaarheid van het personeel. Hij houdt daarbij met name rekening met het mogelijk voorkomen van warmtestuwing.
Is zich bewust van de grens tussen hulpverlening en dienstverlening.
Beoordelingscriteria
Communicatie:
Kan opdrachten van de Bevelvoerder interpreteren en relevante informatie helder aan de Bevelvoerder mededelen/terugkoppelen.
Kan volgens de voorgeschreven procedure communiceren.
Kan omgaan met de beschikbare informatiedragers.
Gevaar-/risicoherkenning:
Stelt de juiste prioriteiten.
Kan de bij de taakgebieden toepasselijke gevaren herkennen voor:
a. voor zichzelf,
b. zijn manschappen en andere hulpverleners,
c. voor slachtoffers en
d. omgeving.
Persoonlijke bescherming(smiddelen):
Kan de persoonlijke beschermingsmiddelen hanteren die hij voor zijn taak nodig heeft.
Materialen:
Maakt efficiënt gebruik van de tot zijn beschikking staande middelen.
Veiligheid:
Is in staat zodanig in te zetten dat hij door zijn kennis en manier van h handelen vermijdt dat slachtoffers, zijn manschappen, andere hulpverleners en hijzelf in gevaar komen.
Heeft daarbij met name aandacht voor het optreden van warmtestuwing bij hemzelf en bij zijn team en bewaakt de fysieke en mentale inzetbelasting.
Samenwerking met andere hulpverleners:
Begrijpt de rolverdeling en taken van de andere hulpverleners / betrokkenen.
Professionele beroepshouding:
Blijft kalm, objectief en effectief functioneren bij tijdsdruk, tegenslag, teleurstelling of tegenspel en kan omgaan met weerstanden van bijvoorbeeld omstanders.
Creativiteit:
Maakt een juiste taakindeling met het beschikbare personeel.
Milieu:
Past de juiste schade beperkende maatregelen toe.
Heeft aandacht voor milieu en omgeving.
- Regeling
- Regeling personeel brandweer BES
- Soort
- Ministeriële regeling BES
- Geldend vanaf
- 01-07-2016
- BWB-id
- BWBR0038150
- Versie
- 2016-07-01_0