1.7.3.1 — Uitwerking kerntaken, keuzes en dilemma’s en beoordelingscriteria Regeling personeel brandweer BES
Uitwerking kerntaken, keuzes en dilemma’s en beoordelingscriteria
De Manschap a vliegtuigbrandbestrijding voert met de overige leden van de bemanning onder leiding van de Bevelvoerder vliegtuigbrandbestrijding taken uit binnen de context van het taakgebied vliegtuigbrandbestrijding. De Manschap a vliegtuigbrandbestrijding maakt gebruik van de uitrusting die hem ter beschikking staat.
Kerntaak 1: Voert uitrukwerkzaamheden uit
Werkzaamheden:
Selecteert de persoonlijke beschermingsmiddelen (afhankelijk van de situatie), maakt deze gebruik gereed, trekt ze aan en controleert deze.
Handelt volgens vaste procedures.
Leest (indien beschikbaar) crashkaarten en kan deze interpreteren.
Herkent gevaarsituaties en is in staat adequaat hiernaar te handelen.
Communiceert zijn bevindingen met de Bevelvoerder vliegtuigbrandbestrijding en de rest van de ploeg.
Kerntaak 2: Voert verkenningswerkzaamheden uit
Werkzaamheden:
Positioneert het voertuig conform procedure.
Voert, volgens vaste procedures en in opdracht van de Bevelvoerder vliegtuigbrandbestrijding een verkenning uit.
Verkent op eventuele slachtoffers.
Herkent het stadium van de brand.
Verkent de uitbreidingskansen van de brand.
Verkent uitbreidingskansen.
Verkent op bijzondere gevaren.
Past de benodigde persoonlijke beschermingsmiddelen toe.
Kerntaak 3: Voert inzetwerkzaamheden uit
Werkzaamheden Brandbestrijding buiten:
Bereikt 90% Knock down binnen 1 minuut na aankomst en houdt deze situatie in stand.
Bedient de monitor.
Onderhoudt de schuimdeken.
Verricht een inzet gericht op het creëren van een overleefbare situatie.
Zet een handline in voor blussing en ondersteuning bij evacuatie en/of redding.
Selecteert de juiste blus stof en hanteert deze en checkt regelmatig het verbruik.
Past verschillende blustechnieken toe.
Brandbestrijding binnen:
Ventilatie en blussing:
– past ventilatietechnieken toe.
– zet een handline in voor blussing.
– past verschillende blustechnieken toe.
Bevrijding slachtoffers:
– bevrijdt slachtoffers.
– stelt slachtoffer(s) veilig.
Zorgt dat er veilig gewerkt kan worden:
– assisteert bij het veilig stellen van het luchtvaartuig.
– bewaakt continue de veiligheid van slachtoffers en hulpverleners.
Zet het hulpverleningsmateriaal in.
Verschaft zich toegang tot het luchtvaartuig anders dan via de ingebouwde toegangswegen (indien noodzakelijk).
Kerntaak 4: Voert nazorgwerkzaamheden uit
Werkzaamheden:
Maakt, samen met de Chauffeur/Voertuigbediener en/of de technische dienst van brandweerkorps, het ingezette voertuig inzet gereed.
Vervangt en vult de bepakkingmiddelen aan.
Neemt met de ploegleden deel aan een evaluatiegesprek over de inzet.
Neemt, na een traumatische ervaring, met de ploegleden deel aan een nazorggesprek.
Keuzes en dilemma’s:
Dient over een groot omschakelingsvermogen te beschikken omdat bij vliegtuigbrandbestrijding wordt gewerkt onder grote tijdsdruk en men binnen enkele minuten inzet gereed moet zijn.
Weegt de veiligheid af ten opzichte van de opdracht van de leidinggevende en maakt zelfstandig een inschatting van de situatie (daarmee rekening houdend met eventuele veiligheidsvoorzieningen van het vliegtuig) en de gevolgen daarvan voor hemzelf, zijn collega- hulpverleners, het materiaal en de omgeving.
Weegt het risico van zijn inzet af ten opzichte van het verwachte resultaat.
Maakt een duidelijke keuze op het gebied van eigen veiligheid in relatie tot de redding van een slachtoffer.
Communiceert de relevante gegevens op basis van de verkenning met de Bevelvoerder vliegtuigbrandbestrijding.
Kiest de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen.
Maakt een keuze van het gereedschap in relatie tot het verwachte resultaat.
Houdt rekening met de gevolgen van zijn handelen voor bedrijfs- processen van het vliegveld.
Beoordelingscriteria:
Communicatie:
Kan opdrachten van de Bevelvoerder vliegtuigbrandbestrijding interpreteren en relevante informatie helder aan de Bevelvoerder vliegtuigbrandbestrijding/collega’s mededelen/terugkoppelen.
Kan volgens de voorgeschreven procedure communiceren.
Gevaar-/risicoherkenning:
Kan de bij het taakgebied behorende toepasselijke gevaren herkennen voor: zichzelf,
collega’s en andere hulpverleners, slachtoffers en omgeving.
Persoonlijke bescherming(smiddelen):
Kan alle persoonlijke beschermingsmiddelen hanteren die hij voor zijn taak nodig heeft.
Materialen:
Kan de voor zijn taak toepasselijke materialen selecteren en toepassen
En weet wat de gevolgen van de werkzaamheden kunnen zijn.
Veiligheid:
Is in staat zodanig op te treden dat hij door zijn kennis en manier van handelen vermijdt dat slachtoffers, collega’s, andere hulpverleners en hijzelf in gevaar komen.
Heeft daarbij met name aandacht voor het optreden van warmtestuwing bij hemzelf en bij diens collega.
Samenwerking met andere hulpverleners:
Begrijpt de rolverdeling en taken van de andere hulpverleners en/of betrokkenen.
Is in staat gegeven opdrachten snel en flexibel uit te voeren.
Is in staat samen te werken met zijn ploeg en met de overige bij het incident betrokken hulpverleners en omstanders.
Professionele beroepshouding:
Blijft kalm, objectief en effectief functioneren bij tijdsdruk, tegenslag, teleurstelling of tegenspel en kan omgaan met weerstanden van bijvoorbeeld omstanders.
Creativiteit:
Is oplossingsgericht bezig bij onvoorziene omstandigheden.
- Regeling
- Regeling personeel brandweer BES
- Soort
- Ministeriële regeling BES
- Geldend vanaf
- 01-07-2016
- BWB-id
- BWBR0038150
- Versie
- 2016-07-01_0