wetzoeker

1.6.3.1 — Uitwerking kerntaken, keuzes en dilemma’s en beoordelingscriteria Regeling personeel brandweer BES

Uitwerking kerntaken, keuzes en dilemma’s en beoordelingscriteria

De Manschap A voert met de overige leden van de bemanning onder leiding van de Bevelvoerder taken uit binnen de context van alle taakgebieden. De Manschap A maakt gebruik van de uitrusting die hem ter beschikking staat.

Kerntaak 1: Voert uitrukwerkzaamheden uit

Werkzaamheden algemeen:

Selecteert de persoonlijke beschermingsmiddelen (afhankelijk van de situatie), maakt deze gebruik gereed. En trekt ze aan en controleert deze.

Handelt volgens vaste procedures.

Herkent gevaarsituaties en is in staat adequaat hiernaar t handelen.

Communiceert zijn bevindingen met de Bevelvoerder en de rest van de ploeg.

Kerntaak 2: Voert verkenningswerkzaamheden uit

Werkzaamheden brandbestrijding:

Verkent uitbreidingskansen.

Verkent de brandhaard en/of de aangetroffen situatie.

Herkent het stadium van de brand.

Technische hulpverlening:

Verkent de situatie.

Verkent op eventuele slachtoffers.

Verkent op bedolven slachtoffers.

Verkent uitbreidingskansen.

Verkent op bijzondere gevaren.

Ongevalbestrijding gevaarlijke stoffen:

Past de benodigde persoonlijke beschermingsmiddelen toe.

Kan omgaan met meetapparatuur.

Verzamelt gegevens om gevaarlijke stoffen te identificeren.

Verkent op eventuele slachtoffers.

Verkent op uitbreidingsmogelijkheden.

Verkent op milieueffecten.

Kerntaak 3: Voert inzetwerkzaamheden uit

Werkzaamheden algemeen:

Redt slachtoffers.

Verricht een grijpredding (zo nodig in chemiepak).

Voert de bevrijding van bedolven slachtoffers uit.

Past levensreddende handelingen toe.

Stelt het slachtoffer(s) veilig en gerust.

Bewaakt de veiligheid van slachtoffers, hulpverleners en omstanders.

Brandbestrijding:

Assisteert de Chauffeur/Pompbediener bij het verzorgen van de waterwinning bij open water/bassin/aanjaagverband, bij brandkranen en bij cisterne/reservoir.

Past een aflegsysteem toe.

Assisteert bij het pendelen ten aanzien van de waterwinning.

Maakt gebruik van hoge/middel/lage druk water, poeder en schuim.

Past verschillende blustechnieken toe.

Past ventilatietechnieken toe.

Maakt gebruik van reeds aanwezige brandblusvoorzieningen.

Technische hulpverlening:

Voert, gelet op de situatie, werkzaamheden uit.

Zorgt dat er veilig gewerkt kan worden.

Maakt het benodigde materiaal voor inzet gereed.

Werkt met persoonlijke beschermingsmiddelen afhankelijk van de situatie.

Zet de incidentlocatie af.

Stelt het object veilig.

Stabiliseert het object/incident.

Zet het hulpverleningsmateriaal in.

Verschaft zich toegang tot een luchtvaartuig via normale toegangswegen en/of openingen (indien noodzakelijk).

Bestrijdt de gevolgen van natuurgeweld.

Werkt op hoogte.

Werkt samen met de overige (hulpverlening)diensten.

Ongevalbestrijding gevaarlijke stoffen:

Neemt beperkende maatregelen m.b.t. het gevaar/verspreiding van gevaarlijke stoffen.

Voert een ontsmetting uit.

Assisteert bij het ontsmetten: spoelt chemiepakken af, stopt besmette kleding in container of overmaats vat.

Bouwt en ruimt het (nood)ontsmettingsveld op.

Voert metingen uit.

Voert binnen de mogelijkheden opruim en salvage werkzaamheden uit.

Kerntaak 4: Voert nazorgwerkzaamheden uit

Werkzaamheden algemeen:

Maakt, samen met de chauffeur/pompbediener en/of de technische dienst van het brandweerkorps, het ingezette voertuig inzetgereed.

Vervangt en vult de bepakkingmiddelen aan.

Neemt met de ploegleden deel aan een evaluatiegesprek over de inzet.

Neemt, na een traumatische ervaring, met de ploegleden deel aan een nazorggesprek.

Keuzes en dilemma’s

Brandbestrijding:

Weegt de veiligheid af ten opzichte van de opdracht van de leidinggevende en maakt zelfstandig een inschatting van de situatie en de gevolgen daarvan voor hemzelf, zijn collega- hulpverleners, het materiaal en de omgeving.

Kiest de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen.

Technische hulpverlening:

Weegt de veiligheid af ten opzichte van de opdracht van de leidinggevende en maakt zelfstandig een inschatting van de situatie (daarmee rekening houdend met eventuele veiligheidsvoorzieningen in objecten/voertuigen) en de gevolgen daarvan voor hemzelf, zijn collega-hulpverleners, het materiaal en de omgeving.

Weegt het risico van zijn inzet af ten opzichte van het verwachte resultaat (bijvoorbeeld op het gebied van milieuschade).

Kiest de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen.

Maakt een keuze van het gereedschap in relatie tot het verwachte resultaat.

Houdt rekening met de gevolgen van zijn handelen voor bedrijfs- processen.

Ongevalbestrijding gevaarlijke stoffen:

Communiceert de relevante gegevens op basis van de verkenning en uitgevoerde meting met de Bevelvoerder.

Maakt een duidelijke keuze op het gebied van eigen veiligheid in relatie tot de redding van een slachtoffer.

Weegt het risico van zijn inzet af ten opzichte van het verwachte resultaat.

Selecteert de toepasselijke persoonlijke beschermingsmiddelen.

Beoordelingscriteria alle taakgebieden:

Communicatie:

Kan opdrachten van de Bevelvoerder interpreteren en relevante informatie helder aan de Bevelvoerder/collega’s mededelen/terugkoppelen.

Kan volgens de voorgeschreven procedure communiceren.

Gevaar-/risicoherkenning:

Kan de bij de taakgebieden toepasselijke gevaren herkennen voor:

a. voor zichzelf,

b. collega’s en andere hulpverleners,

c. voor slachtoffers en

d. omgeving.

Kan zelfstandig de beslissing nemen om een veilige grijp- redding uit te voeren.

Kan een (nood)ontsmettingveld inrichten en opruimen.

Maakt een inschatting van de grootte van de lekkage.

Persoonlijke bescherming(smiddelen):

Kan alle persoonlijke beschermingsmiddelen hanteren die hij voor zijn taak nodig heeft.

Materialen:

Kan de voor zijn taak toepasselijke materialen selecteren en toe- passen en weet wat de gevolgen van de werkzaamheden kunnen zijn.

Veiligheid:

Is in staat zodanig op te treden dat hij door zijn kennis en manier van handelen vermijdt dat slachtoffers, collega’s, andere hulpverleners en hijzelf in gevaar komen.

Heeft daarbij met name aandacht voor het optreden van warmtestuwing bij hemzelf en bij diens collega.

Samenwerking met andere hulpverleners:

Begrijpt de rolverdeling en taken van de andere hulpverleners/ betrokkenen.

Is in staat gegeven opdrachten snel en flexibel uit te voeren.

Is in staat samen te werken met zijn ploegmaat en met de overige bij het incident betrokken hulpverleners en omstanders.

Professionele beroepshouding:

Blijft kalm, objectief en effectief functioneren bij tijdsdruk, tegen- slag, teleurstelling of tegenspel en kan omgaan met weerstanden van bijvoorbeeld omstanders.

Creativiteit:

Is oplossing gericht bezig bij onvoorziene omstandigheden.

Regeling
Regeling personeel brandweer BES
Soort
Ministeriële regeling BES
Geldend vanaf
01-07-2016
BWB-id
BWBR0038150
Versie
2016-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl