wetzoeker

1.10.3.1 — Uitwerking kerntaken, keuzes en dilemma’s en beoordelingscriteria (deel 1) Regeling personeel brandweer BES

Uitwerking kerntaken, keuzes en dilemma’s en beoordelingscriteria

Kerntaak 1: Leidinggeven aan brandweereenheden bij de bestrijding van het incident

Werkzaamheden:

De (Vak)Officier van Dienst stuurt brandweerprocessen aan bij basis en grootschalig monodisciplinair repressief optreden. Hij is eindverantwoordelijk voor de bestrijding van het incident bij basis monodisciplinair repressief optreden. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

– Maakt inschatting van de aard, omvang en dynamiek van het incident.

– Schaalt indien nodig op, zowel monodisciplinair (incl. specialismen) als multidisciplinair.

– Neemt de leiding ter plaatse over van Bevelvoerder en is eindverantwoordelijk.

– Maakt inzetplan, vertaalt dit naar inzetdoelen en/of -vakken van brandweereenheden en voert het bevel.

– Controleert het effect van de werkzaamheden, anticipeert op ontwikkelingen en stelt zo nodig bij.

– Draagt zorg voor de registratie van belangrijke gegevens (bijv. blootstelling gevaarlijke stoffen).

– Draagt zorg voor logistiek.

– Schaalt af.

Keuzes en dilemma’s:

Krijgt te maken met situaties waarin hij moet kiezen tussen de veiligheid van eigen personeel versus het redden van slachtoffers. Hierbij spelen factoren mee als inzetsnelheid en beschermingsniveau tijdens de verkenning, redding of inzet (bijv. inzet chemiepak: dit kost tijd en hoeft niet altijd nodig te zijn).

De afweging tussen veiligheid en economische belangen kan een rol spelen.

Moet in een dynamische omgeving onder hoge tijdsdruk beslissingen nemen met verstrekkende gevolgen, op basis van onvolledige informatie (NB: indien informatie is aangeleverd door anderen moet de (Vak)Officier van Dienst de betrouwbaarheid en volledigheid daarvan goed kunnen inschatten). De (Vak)Officier van Dienst moet het risico van verkeerde keuzes voor zichzelf kunnen accepteren en gemaakte keuzes aan anderen kunnen verantwoorden.

Het is belangrijk dat de (Vak)Officier van Dienst vertrouwen en zekerheid uitstraalt naar Bevelvoerders en manschappen, terwijl hij innerlijk onzeker kan zijn over zijn besluiten en aanpak.

Moet de Bevelvoerder in zijn waarde laten tegenover manschappen maar ook durven ingrijpen en hem/haar aanspreken wanneer nodig. Bij het overnemen van het bevel van de Bevelvoerder kan zich de situatie voordoen dat de (Vak)Officier van Dienst het niet eens is met de gekozen aanpak omdat die niet effectief is, of niet veilig. De (Vak)Officier van Dienst moet dan de kracht hebben om in te grijpen richting de Bevelvoerder.

Opschalen of niet? Hierbij gaat het om het maken van de juiste inschatting omtrent de noodzaak van opschalen. Hierbij spelen naast de omvang en (snelheid van) ontwikkeling van het incident ook persoonlijke motieven en emoties een rol (bereidheid om verantwoordelijkheid te delen, vinden dat je zelf het incident moet kunnen bestrijden etc.).

Anticipeert op het ongewenst/behulpzaam gedrag van omstanders.

Anticipeert op persoonlijke betrokkenheid van zijn personeel in relatie tot de bij het incident betrokken personen.

Moet beslissen over wat wel en niet gecommuniceerd wordt, door wie laat je dat doen en hoe houd je er grip op als je zelf niet de boodschapper bent.

Moet kunnen omgaan met de beperkingen van de mogelijkheden die het eiland kan bieden en de beperkingen in bijstand.

Beoordelingscriteria

Communicatie:

Kan volgens de voorgeschreven procedure communiceren.

Kan omgaan met de beschikbare informatiedragers.

Gevaar-/risicoherkenning:

Is in staat om de situatie tactisch te analyseren.

an de bij de taakgebieden toepasselijke gevaren herkennen voor:

a. voor zichzelf,

b. zijn Bevelvoerders en manschappen en andere hulpverleners,

c. voor slachtoffers en de omgeving.

Persoonlijke bescherming(smiddelen):

Kan de persoonlijke beschermingsmiddelen hanteren die hij voor zijn taak nodig heeft.

Middelen:

Maakt efficiënt gebruik van de tot zijn beschikking staande middelen en mogelijkheden.

Veiligheid:

Is in staat zodanig het incident te managen dat hij door zijn kennis en manier van handelen vermijdt dat slachtoffers, zijn bevelvoerenden en manschappen, andere hulpverleners en hijzelf in gevaar komen.

Samenwerking met andere hulpverleners:

Kent de taakinhoud van de andere hulpverleners / betrokkenen.

Professionele beroepshouding:

Blijft kalm, objectief en effectief functioneren bij tijdsdruk, tegenslag, teleurstelling of tegenspel en kan omgaan met weerstanden van bijvoorbeeld omstanders.

Geeft duidelijke en uitvoerbare bevelen aan Bevelvoerders waarbij hij rust en gezag uitstraalt.

Zorgt voor een adequate beeldvorming en analyse van het geheel:

– Beschikt over een basisplaatje, incl. oplossingen op basis van de op dat moment bekende informatie.

– Heeft een correct totaalbeeld van de situatie na toetsende verkenning.

– Stelt het beeld zo nodig bij waardoor dit altijd actueel is.

Kan tijdig een juist inzetplan overhandigen, maar anticipeert op mogelijke veranderingen middels een plan plus. Handelt situationeel en durft van prioriteit te wisselen; kan deze keuzes goed onderbouwen (adequate oordeels- en besluitvorming).

Creativiteit:

Kan creatief en oplossingsgericht onvoorziene omstandigheden het hoofd bieden en kan beslissen onder tijdsdruk.

Milieu:

Ziet er op toe dat het milieu geen geweld wordt aangedaan.

Kerntaak 2: Coördineren van multidisciplinaire samenwerking

Werkzaamheden:

De (Vak)Officier van Dienst coördineert de multidisciplinaire samenwerking in het motorkapoverleg. Hij is verantwoordelijk voor het gecoördineerd optreden van alle disciplines ter plaatse van het incident in GRIP 0 situatie. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:

– Roept de hoogste leidinggevende ter plaatse van elke discipline bijeen en vormt een motorkapoverleg en maakt verdere afspraken over de communicatie (o.a. verbindingen, vergadertijdstippen).

– Vormt met de deelnemers aan het motorkapoverleg een gemeen- schappelijk beeld van het incident.

– Maakt met de deelnemers aan het motorkapoverleg een plan en verdeelt de werkzaamheden op basis van de processen in de rampenbestrijding.

– Maakt afspraken met andere niet operationele diensten.

– Stemt af over activiteiten voortkomend uit de processen en bewaakt de voortgang.

– Anticipeert op de ontwikkeling van het incident en coördineert de opschaling (GRIP) en start het CoPI op en heft het motorkapoverleg op.

Keuzes en dilemma’s:

Moet balanceren tussen taak (bestrijden incident) en relatie met andere diensten: met het oog op de gezamenlijke veiligheid moet de (Vak)Officier van Dienst kunnen vertrouwen op de medewerking van deelnemers aan het motorkapoverleg bij het uitvoeren van maatregelen, terwijl hij geen formele zeggenschap over hen heeft.

Moet rekening houden met de verschillende (soms strijdige) belangen van alle deelnemers aan het motorkapoverleg.

Moet omgaan met schaarste en beperkingen: de (Vak)Officier van Dienst kan behoefte hebben aan een bepaalde vorm van ondersteuning die dat moment niet geboden kan worden.

Heeft vertrouwen op eigen kennis (die soms ontoereikend is) versus vertrouwen op de kennis van deskundigen.

Moet beslissen over wat wel en niet gecommuniceerd wordt, door wie laat je dat doen en hoe houd je er grip op als je zelf niet de boodschapper bent.

Moet omgaan met tijdige beschikbaarheid versus volledigheid van informatie: het gaat hierbij om het dilemma dat je anderen bij voorkeur informeert wanneer de situatie duidelijk en stabiel is, terwijl je toch gedwongen kunt zijn om op basis van onvolledige informatie iets te communiceren (bijvoorbeeld omdat publiek ingelicht moet worden over maatregelen).

Beoordelingscriteria:

De beoordelingscriteria van kerntaak 1 gelden ook bij kerntaak 2 aanvullend zijn:

– Samenwerking met andere hulpverleners

Zorgt voor een gezamenlijk plan van aanpak waarin ieders deskundigheid en belang is meegenomen op basis van prioriteiten.

Zorgt voor een goed werkend coördinatieoverleg: efficiënt (start en stopt op tijd, iedereen is ter plaatse) en effectief (leidt tot besluiten, prioriteiten, afspraken).

– Professionele beroepshouding

Regeling
Regeling personeel brandweer BES
Soort
Ministeriële regeling BES
Geldend vanaf
01-07-2016
BWB-id
BWBR0038150
Versie
2016-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl