wetzoeker

§ 29 — Verzuimboete artikel 13a en 15a van de Wet BPM Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst

Verzuimboete artikel 13a en 15a van de Wet BPM

1. In verband met de vrijstelling van belasting voor ondernemers wordt het vervoeren van één of meer personen in de laadruimte van een bestelauto in artikel 13a, zesde lid, van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (hierna: Wet BPM) aangemerkt als een verzuim.

2. De inspecteur legt naar aanleiding van de objectieve vaststelling van dit feit een verzuimboete van 50 procent van het wettelijk maximum van artikel 13a, zesde lid, van de Wet BPM op aan degene die het motorrijtuig feitelijk ter beschikking heeft.

3. In uitzonderlijke gevallen kan hij een boete opleggen tot het wettelijk maximum van artikel 13a, zesde lid, van de Wet BPM. Van een uitzonderlijk geval kan bijvoorbeeld sprake zijn

indien belanghebbende stelselmatig in verzuim is.

4. In verband met de teruggaaf van belasting bij gehandicaptenvervoer wordt het vervoeren van één of meer personen in de laadruimte van een bestelauto in artikel 15a, elfde lid, van de Wet BPM aangemerkt als een verzuim.

5. De inspecteur legt naar aanleiding van de objectieve vaststelling van dit feit een verzuimboete van 50 procent van het wettelijk maximum van artikel 15a, elfde lid, van de Wet BPM op aan degene die het motorrijtuig feitelijk ter beschikking heeft.

6. In uitzonderlijke gevallen kan hij een boete opleggen tot het wettelijk maximum van artikel 15a, elfde lid, van de Wet BPM. Van een uitzonderlijk geval kan bijvoorbeeld sprake zijn indien belanghebbende stelselmatig in verzuim is.

Regeling
Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst
Afkortingen
BBBB, BBBB 1998
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
08-08-2026
BWB-id
BWBR0038145
Versie
2026-08-08_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl