wetzoeker

Artikel 2.4 Regeling bijzondere bevoegdverklaringen luchtwaardigheid

AML

1 De geldigheidsduur van een bijzondere bevoegdverklaring, bedoeld in artikel 2.1, bedraagt ten hoogste twee jaren en kan telkens met twee jaren worden verlengd.

2 De geldigheidsduur van een bijzondere bevoegdverklaring wordt op aanvraag van de houder verlengd nadat is aangetoond dat de aanvrager in de twee jaren onmiddellijk voorafgaand aan de datum van aanvraag ten minste zes maanden ervaring heeft verkregen met het onderhoud waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring is vereist.

3 Een aanvraag voor verlenging wordt niet eerder dan twee maanden voor de vervaldatum van de bijzondere bevoegdheid ingediend.

4 Een bijzondere bevoegdverklaring waarvan de geldigheidsduur langer dan twee maanden is verstreken, wordt op aanvraag wederafgegeven nadat de aanvrager heeft aangetoond in de twee jaren onmiddellijk voorafgaand aan de datum van aanvraag, ten minste zes maanden ervaring te hebben verkregen met het onderhoud waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring vereist is en waarbij de ervaring die na de vervaldatum van de bijzondere bevoegdverklaring is verkregen, is opgedaan onder toezicht van een houder van een AML of Part-66 AML of een erkende onderhoudsorganisatie als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onder a, van de Regeling erkenningen luchtwaardigheid 2008.

Regeling
Regeling bijzondere bevoegdverklaringen luchtwaardigheid
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2016
BWB-id
BWBR0038065
Versie
2016-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl