B3.3.3 — Controle van in gebruik zijnde meetinrichtingen Meetcode elektriciteit
Controle van in gebruik zijnde meetinrichtingen
B3.3.3.1
Bij een in gebruik zijnde meetinrichting bij een aansluiting op hoogspanning verricht de meetverantwoordelijke een keer per zes jaar de in B3.3.3.2 tot en met B3.3.3.10 genoemde controles.
B3.3.3.2
Voor een in gebruik zijnde kWh-meter en kvarh-meter gelden waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking die twee keer zo groot zijn als de waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking die op grond van B3.2.6.1 en B3.2.6.2 van toepassing zijn voor een nieuwe kWh-meter respectievelijk kvarh-meter van dezelfde nauwkeurigheidsklasse.
B3.3.3.3
De meetverantwoordelijke controleert of de kWh-meters en in voorkomende gevallen de kvarh-meters voldoen aan de nauwkeurigheidseisen welke volgens B16.3.3.2 van toepassing zijn.
B3.3.3.4
Indien de meetverantwoordelijke constateert dat de maximaal toelaatbare afwijking van een kWh-meter en in voorkomende geval van een kvarh- meter 1,5 keer de toelaatbare foutgrens van een nieuwe kWh-meter respectievelijk kvarh-meter overschrijdt, dan wordt die kWh-meter respectievelijk kvarh-meter vervangen.
B3.3.3.5
De controle geschiedt ter plaatse waar de meetinrichting is geïnstalleerd of in een meterlaboratorium.
B3.3.3.6
Controle ter plaatse geschiedt zonder onderbreking van de meting. De heersende belasting bedraagt alsdan meer dan 10% van het op de desbetreffende aansluiting gecontracteerd transportvermogen.
B3.3.3.7
In afwijking van B3.3.3.1 mag bij meetinrichtingen waarin een controle kWh-meter als bedoeld in B3.2.6.5 en in voorkomende geval een controle kvarh-meter is geïnstalleerd, de meetverantwoordelijke afwisselend één keer per drie jaar de hoofdmeter en de controlemeter controleren.
B3.3.3.8
De meetverantwoordelijke controleert of de spanningsverliezen over de smeltveiligheden (inclusief de zekeringhouder) in de spanningsmeetcircuits van meetinrichtingen aangesloten op hoogspanning bij een nominale secundaire meetspanning van circa 60 V niet meer dan 10 mV bedragen en bij een nominale secundaire meetspanning van circa 130 V niet meer dan 20 mV.
B3.3.3.9
De meetverantwoordelijke controleert of de spanningsverliezen over de smeltveiligheden in de spanningsmeetcircuits van meetinrichtingen aangesloten op laagspanning niet meer dan 60 mV bedragen.
B3.3.3.10
De meetverantwoordelijke controleert de kleur van de bedrading van de stroom- en spanningsmeetcircuits.
B3.3.3.11
Indien de bedrading is verkleurd, onderzoekt de meetverantwoordelijke of dit ten gevolge van overbelasting is.
B3.3.3.12
In afwijking van het in B3.3.3.1 bepaalde, controleert de meetverantwoordelijke steeds binnen 72 uur nadat een wijziging in of toevoeging aan de installatie van de aangeslotene is aangebracht, of de belasting in overeenstemming is met het bepaalde in B3.2.6.12 tot en met B3.2.6.15.
B3.3.3.13
Indien twee elkaar controlerende meters zijn geïnstalleerd als bedoeld in B3.2.6.5, dan controleert de meetverantwoordelijke ten minste een keer per jaar of het in procenten uitgedrukte verschil in registratie van deze meters maximaal twee keer het klassecijfer van deze meters bedraagt.
B3.3.3.14
Indien naast twee elkaar controlerende meters ook per fase twee stroomtransformatoren of één stroomtransformator met twee meetkernen als bedoeld in B3.2.6.7 respectievelijk B3.2.6.8 zijn geïnstalleerd, dan controleert de meetverantwoordelijke ten minste een keer per jaar of het in procenten uitgedrukte verschil in registratie van de twee meters maximaal de som van twee keer het klassecijfer van de meters en eenmaal het klassecijfer van de stroomtransformatoren bedraagt.
B3.3.3.15
De meetverantwoordelijke bepaalt in de gevallen genoemd in B3.3.3.13 en B3.3.3.14 het verschil tussen de energie geregistreerd door de hoofdmeter in een bepaalde periode en de energie geregistreerd door de controlemeter in dezelfde periode. Hierbij is de resolutie van de in die periode geregistreerde energie kleiner dan 0,4 x (klassecijfer van de meters) %.
B3.3.3.16
Indien de meetverantwoordelijke constateert, dat het verschil in registratie de in B3.3.3.13 of B3.3.3.14 bedoelde waarde overschrijdt, dan verricht de meetverantwoordelijke onverwijld de in B3.3.3.2 tot en met B3.3.3.7 genoemde controles.
B3.3.3.17
Naast de in deze paragraaf genoemde controles verricht de meetverantwoordelijke de in B3.3.2.4, B3.3.2.5 en B3.3.2.7 tot en met B3.3.2.21 genoemde controles.
- Regeling
- Meetcode elektriciteit
- Soort
- ZBO-regeling
- Geldend vanaf
- 01-12-2025
- BWB-id
- BWBR0037946
- Versie
- 2025-12-01_0