wetzoeker

B3.2.6 — De nauwkeurigheid van de meetinrichting Meetcode elektriciteit

De nauwkeurigheid van de meetinrichting

B3.2.6.1

De nauwkeurigheidsklassen als functie van het gecontracteerd transportvermogen van kWh-meters, kvarh-meters, alsmede van stroom- en spanningstransformatoren in meetinrichtingen bij aansluitingen op hoogspanning zijn vermeld in tabel B. De nauwkeurigheidsklassen zijn gedefinieerd in de in B3.2.1.1, onderdelen a tot en met f, genoemde normen.

B3.2.6.2

De nauwkeurigheidsklassen van kWh-meters, stroom- en spanningstransformatoren in meetinrichtingen voor de registratie van de door de aangeslotenen zelf opgewekte energie bij aansluitingen op hoogspanning zijn vermeld in tabel C als functie van het maximale vermogen van de GCvO-installatie. De nauwkeurigheidsklassen zijn gedefinieerd in de in B3.2.1.1 sub a tot en met e genoemde normen.

B3.2.6.3

De nauwkeurigheidsklassen als functie van het gecontracteerd transportvermogen van kWh-meters en stroomtransformatoren in meetinrichtingen bij aansluitingen op laagspanning zijn vermeld in tabel D. De nauwkeurigheidsklassen zijn gedefinieerd in de in B3.2.1.1, onderdelen b en d, genoemde normen.

B3.2.6.4

De nauwkeurigheidsklassen van kWh-meters en stroomtransformatoren in meetinrichtingen voor de registratie van de door de aangeslotenen zelf opgewekte energie bij aansluitingen op laagspanning zijn vermeld in tabel E als functie van het maximale vermogen van de GCvO-installatie. De nauwkeurigheidsklassen zijn gedefinieerd in de in B3.2.1.1 sub b en d genoemde normen.

B3.2.6.5

Een meetinrichting bij aansluitingen met een gecontracteerd transportvermogen van 1 MW en groter omvat twee elkaar controlerende kWh-meters: de hoofd- en controlemeter.

B3.2.6.6

De hoofd- en controlemeter genoemd in B3.2.6.5 zijn van een type waarvoor is aangetoond dat deze voldoet aan de nauwkeurigheidsklasse genoemd in tabel B respectievelijk tabel C.

B3.2.6.7

Een meetinrichting bij aansluitingen op hoogspanning met een gecontracteerd transportvermogen van 5 MW en groter, omvat naast het gestelde in B3.2.6.5, per fase twee stroomtransformatoren, waarbij elk stroomcircuit van ieder van de kWh-meters, de hoofd- en controlemeter, is aangesloten op een eigen stroomtransformator.

B3.2.6.8

In het geval genoemd in B3.2.6.7 mag worden volstaan met het installeren van één stroomtransformator per fase met twee meetkernen, waarbij het stroomcircuit van ieder van de kWh-meters, de hoofd- en controlemeter, is aangesloten op een eigen meetkern.

B3.2.6.9

Bij een gecontracteerd transportvermogen van 5 MW en groter is de bedrading van de spanningscircuits, inclusief de beveiligingen ervan, separaat uitgevoerd voor elk van de elkaar controlerende kWh-meters genoemd in B3.2.6.5.

B3.2.6.10

De resolutie van de te registreren energie gedurende de meetperiode is beter dan 1 kWh, of, indien dat hoger is, beter dan 0,5.k% van de geregistreerde energie bij een vermogen dat gelijk is aan het nominale meetvermogen van de meetinrichting. k is het klassecijfer van de kWh- meter.

B3.2.6.11

Indien als gevolg van de eindige resolutie een deel van de in de meetperiode geleverde energie niet wordt geregistreerd in die periode, dan dient dat deel in de daarop volgende meetperiode te worden geregistreerd.

B3.2.6.12

De belasting van een meettransformator ligt tussen 25% en 100% van zijn nominale belasting.

B3.2.6.13

De belasting van een stroomtransformator ligt bij voorkeur zo dicht mogelijk bij zijn nominale belasting.

B3.2.6.14

De belasting van een stroomtransformator met een nominale belasting van minder dan 4 VA bedraagt ten minste 1 VA en bedraagt bij voorkeur de nominale belasting van de stroomtransformator.

B3.2.6.15

In afwijking van B3.2.6.12 mag de belasting van een spanningstransformator minder dan 25% van zijn nominale belasting bedragen, indien het volgende is aangetoond aan de hand van resultaten van een kalibratie. De fouten van de spanningstransformator overschrijden bij de betreffende belasting niet de waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking die volgens de norm vermeld in B3.2.1, onderdeel f, gelden voor een belasting tussen 25% en 100% van de nominale belasting van de spanningstransformator.

B3.2.6.16

De spannings- en hoekfout veroorzaakt door spanningsverliezen in een spanningsmeetcircuit van een meetinrichting bij een aansluiting op hoogspanning als gevolg van bedradingsweerstanden, de weerstand van de smeltveiligheid alsmede de weerstand van andere verbindingen is maximaal gelijk aan 10% van de spannings- respectievelijk hoekfout die volgens het klassecijfer maximaal is toegestaan voor de toegepaste spanningstransformator.

B3.2.6.17

In tabel F zijn als functie van het klassecijfer van de spanningstransformator de maximaal door de spanningsverliezen te veroorzaken spannings- en hoekfouten gegeven.

B3.2.6.18

Als gevolg van het in B3.2.6.16 en B3.2.6.17 bepaalde, mogen in een spanningsmeetcircuit geen spanningskeuzerelais worden toegepast.

B3.2.6.19

De spanningsverliezen in een spanningsmeetcircuit van een meetinrichting bij een aansluiting op laagspanning als gevolg van bedradingsweerstanden, de weerstand van de smeltveiligheid alsmede de weerstand van andere verbindingen zijn maximaal gelijk aan 0,05% van de nominale netspanning.

B3.2.6.20

De temperatuur in de ruimte waarin de kWh-meters en in voorkomend geval de kvarh-meters zich bevinden, is niet lager dan –10°C en niet hoger dan 45°C.

B3.2.6.21

Een meetinrichting bij driefasige aansluitingen is uitgevoerd als vierleidermeetinrichting.

B3.2.6.22

De kWh-meters en in voorkomend geval de kvarh-meters zijn volgens de juiste configuratie aangesloten.

B3.2.6.23

Het in B3.2.6.22 bepaalde betekent, dat de meetspanningen en meetstromen qua polariteit en fasevolgorde correct dienen te zijn aangesloten op de spannings- en stroomcircuits van de kWh-meters en in voorkomend geval de kvarh-meters.

Regeling
Meetcode elektriciteit
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-12-2025
BWB-id
BWBR0037946
Versie
2025-12-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl