wetzoeker

B3.2.2 — De plaats van de meetinrichting Meetcode elektriciteit

De plaats van de meetinrichting

B3.2.2.1

In het geval van een aansluiting op hoogspanning wordt de plaats van de meetinrichting in overleg tussen de aangeslotene en de netbeheerder bepaald.

B3.2.2.2

In beginsel geldt bij aansluitingen op hoogspanning, dat de spannings- en stroomtransformatoren van de meetinrichting worden geïnstalleerd in het veld waar zich de aansluiting bevindt.

B3.2.2.3

Indien van het gestelde in B3.2.2.2 wordt afgeweken door de spanningstransformatoren elders in de hoogspanningsinstallatie te installeren, dan leveren de spanningsverliezen tussen de aansluitklemmen van de primaire wikkeling van die spanningstransformatoren en het veld van de aansluiting geen grotere bijdrage aan de maximaal toelaatbare afwijking van de meetinrichting dan hetgeen overeenkomt met de helft van het in B3.2.6.1 en B3.2.6.2 voorgeschreven klassecijfer voor spanningstransformatoren.

B3.2.2.4

Indien van het gestelde in B3.2.2.2 wordt afgeweken door de meetinrichting aan te sluiten aan de secundaire zijde van de vermogens- of distributietransformator terwijl de aansluiting zich aan de primaire zijde van die transformator bevindt, dan stemmen de nauwkeurigheidsklassen van de meetmiddelen met inachtneming van het gecontracteerd transportvermogen overeen met de in B3.2.6.1 genoemde nauwkeurigheidsklassen.

B3.2.2.5

Indien de situatie bedoeld in B3.2.2.4 zich voordoet en de koper- en ijzerverliezen in de vermogenstransformator of in de distributietransformator worden verrekend met behulp van speciale meters, dan is de door de fabrikant van die meters gespecificeerde maximaal toelaatbare afwijking (in % op basis van de koperververliezen bij de nominale belasting van die transformator respectievelijk in % op basis van de ijzerverliezen bij de nominale spanning) niet meer dan een factor 10 groter dan het vereiste klassecijfer van de kWh-meters waarmee de eigenlijke energiemeting wordt uitgevoerd.

B3.2.2.6

Indien van het gestelde in B3.2.2.2 wordt afgeweken bij aansluitingen op hoogspanning met meer dan één distributietransformator door de meetinrichting te installeren aan de secundaire zijde van de distributietransformatoren en indien er stroomsommatie van de meetstromen plaats vindt, dan gelden de bepalingen B3.2.5.20 tot en met B3.2.5.22.

B3.2.2.7

Bij aansluitingen op laagspanning is het punt waarin de verbindingen tot stand zijn gebracht met de spanningscircuits van de comptabele kWh-meter per definitie het overdrachtspunt tussen het openbare elektriciteitsnet en de installatie van de aangeslotene.

Regeling
Meetcode elektriciteit
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-12-2025
BWB-id
BWBR0037946
Versie
2025-12-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl