Bijlage 1 — Maximaal toelaatbare afwijkingen (deel 1) Meetcode elektriciteit
Maximaal toelaatbare afwijkingen
B1.1
Maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting voor elektrische energie bij een aansluiting op hoogspanning als functie van het gecontracteerd transportvermogen.
Gecontracteerd transportvermogen | Maximaal toelaatbare afwijking (in %) bij de volgende stromen en arbeidsfactoren
1,5–7,5% Ic | 7,5–120% Ic | 3–7,5% Ic | 7,5–15% Ic | 15–120% Ic | 3–7,5% Ic | 7,5–15% Ic | 15–120% Ic
PF=1 | 1 | 0,5 ind. | 0,5 ind. | 0,5 ind. | 0,8 cap. | 0,8 cap. | 0,8 cap.
≥ 2 MW en< 5 MW | 1,25**) | 0,85 | 1,75**) | 1,75 | 1,40 | 1,55**) | 1,55 | 1,25
≥ 5 MW | 0,60**) | 0,40 | 1,20**) | 1,20 | 0,95 | 0,85**) | 0,85 | 0,65
Gecontracteerd transportvermogen | Maximaal toelaatbare afwijking (in %) bij de volgende stromen en arbeidsfactoren
3–7,5% Ic | 7,5–120% Ic | 3–7,5% Ic | 7,5–15% Ic | 15–120% Ic | 3–7,5% Ic | 7,5–15% Ic | 15–120% Ic
PF=1 | 1 | 0,5 ind. | 0,5 ind. | 0,5 ind. | 0,8 cap. | 0,8 cap. | 0,8 cap.
< 2 MW | 1,95**) | 1,50 | | 3,25 | 2,45 | | 2,45 | 1,95
*) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld.
**) Geldt alleen als de gemiddelde belasting kleiner is dan 30% van het gecontracteerd transportvermogen.
PF = arbeidsfactor
Ic = stroomsterkte berekend uit het gecontracteerd transportvermogen (Pc) bij nominale netspanning (Unom).
Er geldt: Ic = Pc /(1,73*Unom)
ind. =inductief
cap. = capacitief
B1.2
Maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting voor elektrische blindenergie bij een aansluiting op hoogspanning als functie van het gecontracteerd transportvermogen.
Gecontracteerd transportvermogen | Maximaal toelaatbare afwijking (in %) bij de volgende stromen en waarden van sin ϕ
3–7,5% Ic | 7,5–120% Ic | 7,5–15% Ic | 15–30% Ic | 30–120% Ic | 30–120% Ic
sin ϕ = 1 | 1 | 0,5 ind. | 0,5 ind. | 0,5 ind. | 0,25 ind.
< 2 MW | 3,30**) | 2,90 | | 4,25 | 4,00 | 8,90
≥ 2 MW | 3,25**) | 2,85 | 4,05 | 3,70 | 3,70 | 8,25
*) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld.
**) Geldt alleen als de gemiddelde belasting kleiner is dan 30% van het gecontracteerd transportvermogen.
Ic = stroomsterkte berekend uit het gecontracteerd transportvermogen (Pc) bij nominale netspanning (Unom).
Er geldt: Ic = Pc /(1,73*Unom)
ind. = inductief
B1.3
Maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen productiemeetinrichting bij een aansluiting op hoogspanning als functie van het maximale vermogen van de GCvO-installatie.
Maximaal vermogen van de GCvO-installatie | Maximaal toelaatbare afwijking (in %) bij de volgende stromen en arbeidsfactoren
10–120% Iwkk | 20–120% Iwkk
PF = 1 | 0,5 ind.
< 2MW | 2,70 | 4,70
≥ 2 MW en < 5 MW | 2,00 | 4,35
≥ 5 MW | 1,80 | 3,30
*) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld.
PF = arbeidsfactor
Iwkk = stroomsterkte berekend uit het maximale vermogen van de GCvO-installatie (Pwkk,max) bij nominale netspanning (Unom). Er geldt: Iwkk = Pwkk,max/(1,73*Unom)
ind. = inductief
B1.4
Maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting voor elektrische energie bij een aansluiting op laagspanning via stroomtransformatoren.
Maximaal toelaatbare afwijking (in %) bij de volgende stromen en arbeidsfactoren
1,5–7,5% Ic | 7,5–120% Ic | 7,5–15% Ic | 15–120% Ic
PF=1 | 1 | 0,5 ind. | 0,5 ind.
3,30**) | 2,90 | 5,25 | 4,30
*) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld.
**) Geldt alleen als de gemiddelde belasting kleiner is dan 30% van het gecontracteerd transportvermogen.
PF = arbeidsfactor
Ic = stroomsterkte berekend uit het gecontracteerd transportvermogen (Pc) in het betreffende leverpunt bij nominale netspanning (Unom). Er geldt: Ic= Pc /(1,73*Unom)
Ind. = inductief
B1.5
Maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting voor elektrische energie bij een aansluiting op laagspanning, bij een direct aangesloten kWh-meter die niet onder de Metrologiewet valt.
Maximaal toelaatbare afwijking (in %) bij de volgende stromen en arbeidsfactoren
1–5% Ib | 5% Ib–Imax | 5–10% Ib | 10% Ib–Imax
PF=1 | 1 | 0,5 ind. | 0,5 ind.
2,5*) | 2,0 | 2,5 | 2,0
*) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld.
**) Geldt alleen als de gemiddelde afgenomen stroom kleiner is dan 20% van de basisstroom Ib.
PF = arbeidsfactor
Ib = de basisstroom van de kWh-meter, zoals die door de fabrikant op de meter is vermeld
Imax = de maximale stroom van de kWh-meter, zoals die door de fabrikant op de meter is vermeld
ind. = inductief
B1.6
Maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen productiemeetinrichting bij een aansluiting op laagspanning.
Maximaal toelaatbare afwijking (in %) bij de volgende stromen en arbeidsfactoren
10–120% Iwkk | 20–120% Iwkk
PF = 1 | 0,5 ind.
3,15 | 6,55
*) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld.
PF = arbeidsfactor
Iwkk = stroomsterkte berekend uit het maximale vermogen van de GCvO-installatie (Pwkk,max) bij nominale netspanning (Unom). Er geldt: Iwkk=Pwkk,max/(1,73*Unom)
ind. = inductief
B1.7
Maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting voor elektrische energie bij een aansluiting op hoogspanning als functie van het gecontracteerd transportvermogen.
Gecontracteerd transportvermogen | Maximaal toelaatbare afwijking (in %) bij de volgende stromen en arbeidsfactoren
1,5–7,5% Ic | 7,5–120% Ic | 3–7,5% Ic | 7,5–15% Ic | 15–120% Ic | 3–7,5% Ic | 7,5–15% Ic | 15–120% Ic
PF=1 | 1 | 0,5 ind. | 0,5 ind. | 0,5 ind. | 0,8 cap. | 0,8 cap. | 0,8 cap.
≥2MW en< 5MW | 2,15**) | 1,20 | 2,45**) | 2,45 | 1,75 | 2,30**) | 2,30 | 1,60
≥ 5 MW | 0,90**) | 0,55 | 1,50**) | 1,50 | 1,05 | 1,20**) | 1,20 | 0,85
Gecontracteerd transportvermogen | Maximaal toelaatbare afwijking (in %) bij de volgende stromen en arbeidsfactoren
3–7,5% Ic | 7,5–120% Ic | 3–7,5% Ic | 7,5–15% Ic | 15–120% Ic | 3–7,5% Ic | 7,5–15% Ic | 15–120% Ic
PF=1 | 1 | 0,5 ind. | 0,5 ind. | 0,5 ind. | 0,8 cap. | 0,8 cap. | 0,8 cap.
< 2 MW | 3,25**) | 2,30 | | 4,15 | 3,00 | | 3,55 | 2,60
*) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld.
**) Geldt alleen als de gemiddelde belasting kleiner is dan 30% van het gecontracteerd transportvermogen.
PF = arbeidsfactor
Ic = stroomsterkte berekend uit het gecontracteerd transportvermogen (Pc) bij nominale netspanning (Unom).
Er geldt: Ic = Pc /(1,73*Unom)
ind. = inductief
cap. = capacitief
B1.8
Maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting voor elektrische blindenergie bij een aansluiting op hoogspanning als functie van het gecontracteerd transportvermogen.
Gecontracteerd transportvermogen | Maximaal toelaatbare afwijking (in %) bij de volgende stromen en waarden van sin ϕ
3–7,5% Ic | 7,5–120% Ic | 7,5–15% Ic | 15–30% Ic | 30–120% Ic | 30–120% Ic
sin ϕ = 1 | 1 | 0,5 ind. | 0,5 ind. | 0,5 ind. | 0,25 ind.
< 2 MW | 5,45**) | 4,50 | | 6,10 | 5,30 | 15,05
≥ 2 MW | 5,40**) | 4,50 | 5,90 | 5,05 | 5,05 | 14,65
*) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld.
**) Geldt alleen als de gemiddelde belasting kleiner is dan 30% van het gecontracteerd transportvermogen.
Ic = stroomsterkte berekend uit het gecontracteerd transportvermogen (Pc) bij nominale netspanning (Unom).
Er geldt: Ic= Pc /(1,73*Unom)
ind. = inductief
B1.9
Maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde productiemeetinrichting bij een aansluiting op hoogspanning als functie van het maximale vermogen van de GCvO-installatie.
Maximale vermogen van de GCvO-installatie | Maximaal toelaatbare afwijking (in %) bij de volgende stromen en arbeidsfactoren
10–120% Iwkk | 20–120% Iwkk
PF = 1 | 0,5 ind.
< 2MW | 4,35 | 5,85
≥ 2 MW en < 5 MW | 2,65 | 4,70
≥ 5 MW | 2,50 | 3,75
*) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld.
PF = arbeidsfactor
Iwkk= stroomsterkte berekend uit het maximale vermogen van de GCvO-installatie (Pwkk,max) bij nominale netspanning (Unom). Er geldt: Iwkk=Pwkk,max/(1,73*Unom)
ind. = inductief
B1.10
- Regeling
- Meetcode elektriciteit
- Soort
- ZBO-regeling
- Geldend vanaf
- 01-12-2025
- BWB-id
- BWBR0037946
- Versie
- 2025-12-01_0