4.1 — Drempelcriteria Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond subsidiëring Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Vrouwen, vrede en veiligheid 2016–2019)
Drempelcriteria
D.1: De penvoerder en Nederlandse mede-indieners zijn een Nederlandse non-gouvernementele organisatie zonder winstoogmerk en bezit rechtspersoonlijkheid.
Onder Nederlandse organisatie wordt verstaan een organisatie die in Nederland is opgericht, volgens Nederlands recht en die statutair in Nederland is gevestigd. Onder ngo wordt verstaan: een niet op winst gerichte en niet door een overheidsinstantie opgerichte of aan een overheidsinstantie statutair of feitelijk verbonden organisatie die beschikt over rechtspersoonlijkheid naar burgerlijk recht in het land waar de ngo statutair gevestigd is.
D.2: De penvoerder en Nederlandse mede-indieners zijn op 15 mei 2016 ondertekenaar van het Nationaal Actieplan Vrouwen, vrede en veiligheid 2016–2019.
D.3: Een mede-indiener is een Nederlandse of zuidelijke non-gouvernementele organisatie (ngo) zonder winstoogmerk en bezit rechtspersoonlijkheid. Onder zuidelijke ngo wordt verstaan: een ngo die statutair is gevestigd in het land of regio waarin de beoogde activiteiten worden uitgevoerd (doelland). Vanwege conflicten in verschillende doellanden is het de afgelopen jaren lastig gebleken voor lokale ngo’s om zich statutair te vestigen in de doellanden. Daarom geldt voor lokale ngo’s werkzaam t.b.v. deze landen de volgende definitie: een organisatie die statutair is gevestigd in de regio en aantoonbaar activiteiten uitvoert t.b.v. de doellanden.
D.4: De penvoerder dient de aanvraag in namens een alliantie die naast de penvoerder bestaat uit ten minste twee mede-indieners zoals bedoeld in criterium D.3.
D.5: De penvoerder maakt aannemelijk dat vanaf 1 januari 2016 ten minste 25% van de jaarlijkse inkomsten van de alliantie afkomstig is uit bronnen anders dan BZ-bijdragen. Subsidies in het kader van Vrouwen, vrede en veiligheid 2016-2019 zullen nooit meer bedragen dan 75% van de jaarlijkse inkomsten van de alliantie.
Omdat dit criterium voor de alliantie als geheel geldt, geldt dat indien één van de deelnemende organisaties minder dan 25% van de jaarlijkse inkomsten uit andere dan BZ bijdragen verwerft, dit kan worden gecompenseerd door de mede-indieners in de alliantie. Gelden die direct of indirect worden verkregen ten laste van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (bijvoorbeeld een subsidie of bijdrage van een Nederlandse ambassade) tellen niet mee bij het bepalen van de eigen inkomsten (maar wel bij het bepalen van de jaarlijkse inkomsten).
D.6:
A. De maximale bezoldiging van de individuele leden van management en bestuur van de penvoerder en Nederlandse mede-indieners bedraagt met ingang van het tijdvak waarvoor subsidie wordt gevraagd per kalenderjaar ten hoogste EUR 168.000 bij een voltijds dienstverband. Genoemd bedrag bestaat naast de beloning (de som van de periodiek betaalde beloningen en winstdelingen en bonusbetalingen) ook uit de belastbare vaste en variabele onkostenvergoedingen en beloningen betaalbaar op termijn, zoals vakantiegeld, 13e maand, werkgeversdeel pensioenbijdrage e.a.
Het bezoldigingsmaximum is afgeleid van het salaris van de Directeur-Generaal Internationale Samenwerking van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. DGIS valt onder de CAO voor Rijksambtenaren waarin een 36-urige werkweek als voltijds dienstverband wordt aangemerkt. Indien het dienstverband van een management-lid of bestuurder bij de betrokken organisatie minder dan 36 uur per week betreft, wordt het bezoldigingsmaximum van EUR 168.000 pro-rato verlaagd en gerelateerd aan de deeltijdfactor van het dienstverband (omvang aanstelling / 36 * EUR 168.000). Wanneer de organisatie de deeltijdfactor verstrekt in de subsidieaanvraag, is dit het uitgangspunt voor de berekening van het verlaagde bezoldigingsmaximum. Wanneer de deeltijdfactor niet wordt verstrekt, wordt uitgegaan van een omvang van een voltijds dienstverband van 36 uur.
B. De maximale bezoldiging van de individuele leden van management en bestuur van mede-indieners gevestigd in één van de doellanden staat met ingang van het tijdvak waarvoor subsidie wordt gevraagd in redelijke verhouding tot het niveau van de functie, de geografische ligging en de omvang en complexiteit van de organisatie.
D.7: De penvoerder en Nederlandse mede-indieners zijn in staat tot een adequaat financieel beheer. De penvoerder kan door ervaringsdeskundigheid met betrekking tot de activiteiten als waarvoor subsidie wordt gevraagd een doelgerichte en doelmatige uitvoering van de activiteiten waarborgen.
D.8: Het programma betreft activiteiten gericht op één doelland: Afghanistan, Colombia, DRC, Irak, Jemen, Libië, Syrië of Zuid-Sudan.
D.9: De subsidieaanvraag heeft een looptijd van 1 november 2016 tot 31 december 2019. De subsidieaanvraag gericht op Afghanistan, Colombia, DRC, Irak, Libië of Syrië bedraagt € 2 miljoen voor de gehele looptijd. De subsidieaanvraag gericht op Jemen of Zuid-Sudan bedraagt € 1,5 miljoen voor de gehele looptijd.
D.10: De penvoerder en mede-indieners werken samen op grond van een samenwerkingsovereenkomst tussen penvoerder en de mede-indieners met daarin een beschrijving van de diverse rollen en meerwaarde van penvoerder, mede-indieners en lokale organisaties binnen het programma, en een toelichting op de overeenkomst waarin duidelijk een gelijkwaardige relatie blijkt tussen de verschillende alliantieleden. Uit de overeenkomst blijkt (in ieder geval) (i) de wijze waarop elk van de partijen bijdraagt aan de werkzaamheden van de alliantie, (ii) de wijze waarop de besluitvorming in de alliantie plaatsvindt, (iii) de wijze waarop de kosten en de risico’s worden gedeeld over de alliantieleden en (iv) de wijze waarop de naleving van de aan een subsidie verbonden verplichtingen jegens de minister is gewaarborgd, en (v) de manier waarop de alliantie samenwerkt met de Nederlandse ambassade in het doelland en het de landengroep van het NAP.
D.11: Het programma betreft geen commerciële dienstverlening, investeringen of commerciële activiteiten.
- Regeling
- Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond subsidiëring Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Vrouwen, vrede en veiligheid 2016–2019)
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 09-07-2016
- BWB-id
- BWBR0037916
- Versie
- 2016-07-09_0