wetzoeker

2.6 — Onze aanpak Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond subsidiëring Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Vrouwen, vrede en veiligheid 2016–2019)

Onze aanpak

Het Nationaal Actieplan Vrouwen, vrede en veiligheid wordt uitgevoerd in partnerschap met meerdere stakeholders, die vanuit verschillende mandaten en verschillende rollen bijdragen aan hetzelfde doel. De ondertekenaars van het Nationaal Actieplan en hun lokale partners zijn goed gepositioneerd om op te treden aan de basis, in (post)conflictsituaties waar ze programma’s uitvoeren, informatie delen en overheden op verschillende niveaus beïnvloeden. De overheidspartners zijn goed uitgerust om te werken op diplomatiek niveau, op missies en in samenwerkingsverbanden met het maatschappelijk middenveld in conflict en post-conflict landen. Kennisinstellingen zijn onmisbaar in het vullen van lacunes in de kennis over gender en conflict.

Binnen het Nationaal Actieplan is samenwerking een belangrijk middel om onze gezamenlijke doelstelling te bereiken, met respect voor elkaars onderscheidende functies, rollen en mandaten. Sociale verandering en gendergelijkheid kunnen niet worden bereikt door middel van een enkel programma of een activiteit met een kort tijdsbestek; het vereist een lange-termijn strategie en de inzet van alle ondertekenaars. Daarom zullen we ons werk in de meeste van de doellanden in ons tweede Nationaal Actieplan Vrouwen, vrede en veiligheid voortzetten. De doellanden van het subsidiekader Vrouwen, vrede en veiligheid (2016–2019) zijn Afghanistan, Colombia, de Democratische Republiek Congo, Irak, Jemen, Libië, Syrië en Zuid-Sudan. Het ministerie zal maximaal één aanvraag per doelland honoreren. Bij de selectie van aanvragen is kwaliteit leidend. Alleen aanvragen die kwalitatief als voldoende worden gewaardeerd kunnen worden gefinancierd. Indien overhoopt alle aanvragen t.b.v. één bepaald doelland niet aan de minimale kwaliteitseisen voldoen, wordt er t.b.v. dat doelland geen subsidie verleend en wordt het beschikbare budget niet volledig uitgeput.

De doellanden vormen de kern van inzet van de samenwerking binnen het Nationaal Actieplan Vrouwen, vrede en veiligheid. Per doelland is een landengroep actief. In deze landengroepen werken ondertekenaars samen met lokale partners en ambassades in de betreffende landen. Onafhankelijk van dit subsidiekader wordt in de landengroep een gendersensitieve context, actor en conflictanalyse opgesteld. Deze analyse identificeert de verschillende veiligheidsbehoeften van mannen en vrouwen, de diepere oorzaken van conflicten en hun relatie met genderongelijkheid, alsook de machtsverhoudingen binnen het land. Per landengroep wordt een strategie uitgewerkt om de doelstellingen van de beleidstheorie van het Nationaal Actieplan te bewerkstelligen. De ambassades zijn nauw betrokken bij het werk in de landengroepen, zowel bij het uitwerken als bij het uitvoeren van de landenstrategie. Daarnaast zijn de ambassades betrokken bij het monitoren en waar relevant ondersteunen van de uitvoering van de geselecteerde programma’s.

Penvoerders dienen daarnaast als onderdeel van hun subsidieaanvraag ook een gendersensitieve context, actor en conflictanalyse op te nemen die al dan niet in samenspraak met de landengroep tot stand is gekomen.

Regeling
Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond subsidiëring Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Vrouwen, vrede en veiligheid 2016–2019)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
09-07-2016
BWB-id
BWBR0037916
Versie
2016-07-09_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl