wetzoeker

Artikel 2.36 Omgevingswet

Indeplaatstreding en vernietiging waterschapsbeslissingen

1 Gedeputeerde staten kunnen namens het waterschapsbestuur en ten laste van het waterschap voorzien in het gevorderde als het waterschapsbestuur:

a. niet binnen de daarvoor gestelde termijn uitvoering geeft aan een instructie op grond van artikel 2.33 of 12.18,

b. een bij of krachtens afdeling 18.3 gevorderde beslissing niet of niet naar behoren neemt of een bij of krachtens die afdeling gevorderde handeling niet of niet naar behoren verricht.

2 Onze Minister die het aangaat kan namens het waterschapsbestuur en ten laste van het waterschap voorzien in het gevorderde als het waterschapsbestuur:

a. niet binnen de daarvoor gestelde termijn uitvoering geeft aan een instructie op grond van artikel 2.34,

b. een bij of krachtens hoofdstuk 18 gevorderde beslissing niet of niet naar behoren neemt of een bij of krachtens hoofdstuk 18 gevorderde handeling niet of niet naar behoren verricht,

c. niet of niet naar behoren uitvoering geeft aan een op grond van afdeling 20.5 opgedragen taak.

3 Op de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, zijn de artikelen 121, tweede en vierde lid, en 121a tot en met 121e van de Provinciewet van overeenkomstige toepassing.

Regeling
Omgevingswet
Afkortingen
Ow
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0037885
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl