wetzoeker

Artikel 19.17 Omgevingswet

Buitengewone omstandigheden

1 Onverminderd de artikelen 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden kan, als buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, artikel 19.18 of 19.19 in werking worden gesteld.

2 Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden over het voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking gestelde regels.

3 De regels die op grond van het eerste lid in werking zijn gesteld, worden bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, onverwijld buiten werking gesteld:

a. als het voorstel van wet door een van beide kamers der Staten-Generaal wordt verworpen, of

b. zodra de omstandigheden dit toelaten.

4 Een besluit als bedoeld in het eerste en derde lid wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt en treedt in werking onmiddellijk na de bekendmaking. Het besluit wordt in ieder geval geplaatst in het Staatsblad.

Regeling
Omgevingswet
Afkortingen
Ow
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0037885
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl