wetzoeker

Artikel 3.1 Besluit Erfgoedwet archeologie

Nadere regels rond certificering

1 Onze Minister wijst de richtlijn, bedoeld in artikel 5.5, onderdeel b, van de wet, aan.

2 De richtlijn komt voor aanwijzing in aanmerking indien deze in elk geval voorschriften over de volgende onderwerpen bevat, zodat een opgraving op professionele wijze wordt verricht:

a. de verschillende handelingen die worden verricht bij het opgraven door zelfstandig aan te duiden actoren, in samenhang met een daartoe geschikt kwaliteitszorgsysteem;

b. het documenteren van de opgraving op zorgvuldige en navolgbare wijze;

c. het rapporteren over vondsten met het oog op de vergaring en het behoud van kennis over het Nederlandse bodemarchief;

d. de wijze van conserveren zodat de vondst behouden blijft; en

e. de wijze waarop wordt omgegaan met tekortkomingen.

3 Certificerende instellingen verstrekken certificaten met inachtneming van de richtlijn.

4 Een certificaathouder of instelling als bedoeld in artikel 2.1 verricht een opgraving overeenkomstig de richtlijn.

Regeling
Besluit Erfgoedwet archeologie
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-04-2024
BWB-id
BWBR0037866
Versie
2024-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl