wetzoeker

Artikel 5 Wet bescherming klokkenluiders

Het onderzoeken van een vermoeden van een misstand door de afdeling onderzoek

1 Een verzoek als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, wordt overeenkomstig artikel 2d, tweede lid, door de verzoeker of diens gemachtigde ingediend en wordt ondertekend ingeval het verzoek op schrift is gesteld. Het verzoek bevat ten minste:

a. de naam en het adres van de verzoeker of van de vertrouwenspersoon of de advocaat die namens een melder wiens identiteitsgegevens niet bekend worden gemaakt het verzoek indient;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de misstand die wordt vermoed, waaronder de naam van de werkgever tegen wie het vermoeden zich richt, en

d. de gronden waarop het vermoeden van een misstand is gebaseerd.

2 Artikel 9:28, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op het verzoek.

Regeling
Wet bescherming klokkenluiders
Soort
Wet
Geldend vanaf
18-02-2023
BWB-id
BWBR0037852
Versie
2023-02-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl