wetzoeker

Artikel 2f Wet bescherming klokkenluiders

Eisen aan meldkanalen

1 Een bevoegde autoriteit kan oordelen dat geen opvolging wordt gegeven aan een melding indien:

a. de schending van het Unierecht van geringe betekenis is, dan wel het maatschappelijk belang bij het onderzoek naar of de ernst van de misstand kennelijk onvoldoende is, of

b. de melding dezelfde misstand betreft als bij de bevoegde autoriteit in behandeling is of door de bevoegde autoriteit is afgedaan, tenzij een nieuw feit of een nieuwe omstandigheid bekend is geworden en dat tot een ander oordeel over de misstand kan leiden.

2 Indien een bevoegde autoriteit op grond van het eerste lid geen opvolging geeft aan een melding, deelt de bevoegde autoriteit dit onder vermelding van de redenen zo spoedig mogelijk aan de melder mede, behoudens voor zover dit in strijd met een wettelijke geheimhoudingsplicht is.

3 Een bevoegde autoriteit kan bij grote aantallen meldingen voorrang geven aan de behandeling van meldingen van ernstige misstanden, dan wel van inbreuken op essentiële bepalingen die binnen het toepassingsgebied van de richtlijn vallen. De melder wordt hiervan in kennis gesteld binnen de termijn, bedoeld in artikel 2e, tweede lid, onderdeel b.

Regeling
Wet bescherming klokkenluiders
Soort
Wet
Geldend vanaf
18-02-2023
BWB-id
BWBR0037852
Versie
2023-02-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl