5.1 — Periode na de veiling en tijdelijke verlenging Besluit tot veilen vergunningen digitale ethertelevisie en vaststelling voorschriften en beperkingen vergunningen
Periode na de veiling en tijdelijke verlenging
Een deel van de respondenten heeft aandacht gevraagd voor de periode die de winnaar van de veiling heeft om een netwerk voor digitale omroep uit te rollen en in gebruik te nemen. Die respondenten wijzen erop dat de periode die na de veiling resteert (te) kort is om een nieuw netwerk uit te rollen, medegebruik ex artikel 3.24 van de Tw te realiseren en bij eindgebruikers set-top boxen voor de nieuwe technologie DVB-T2 te plaatsen. Sommige van deze respondenten hebben een tijdelijke verlenging voor een korte periode geopperd. Deze drie punten worden gezamenlijk behandeld vanwege de onderlinge samenhang.
De veiling is naar verwachting uiterlijk medio juli 2016 geëindigd. Dit betekent dat de winnaar van de veiling ruim 6 maanden voorbereidingstijd heeft. De nieuwe vergunninghouder hoeft niet gelijk over te stappen naar DVB-T2, maar kan ook starten op DVB-T. Voor de omschakeling naar DVB-T2 heeft de nieuwe vergunninghouder voldoende tijd beschikbaar.
Indien de huidige vergunninghouder de vergunning wint in de veiling, kan zij haar dienstverlening voortzetten. Indien een andere partij de veiling wint, dient die partij een nieuw DVB-T netwerk op te richten dan wel gebruik te maken van het huidige DVB-T netwerk dat Digitenne gebruikt. Dit laatste kan door medegebruik, overname van het netwerk of bijvoorbeeld een dienstverleningsovereenkomst als bedoeld in artikel 10.9, tweede lid, onderdeel a, van de Tw. Het is aan de nieuwe vergunninghouder te bepalen welke route zijn voorkeur heeft, waarbij wel geldt dat de vergunninghouder op de eerste dag waarop gebruik van de vergunning is toegestaan, moet voldoen aan de ingebruiknameverplichting.
Wanneer Digitenne de vergunning niet wint in de veiling, kan zij het DVB-T netwerk niet meer voor haar zelf gebruiken. Het ligt derhalve in de rede dat partijen dan na de veiling partijen verkennen welke vorm van samenwerking mogelijk en wenselijk is. Temeer omdat de hoge opstelpunten waarvan Digitenne thans gebruik maakt bij uitstek geschikt zijn voor omroepdiensten.
De opmerking van sommige respondenten dat het regime van medegebruik als bedoeld in artikel 3.24 van de Tw onzeker is, wordt niet gedeeld. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) en de ACM, en diens voorganger OPTA, hebben in hun uitspraken respectievelijk besluiten een nadere invulling gegeven aan deze wettelijke verplichting. Zo heeft het CBb reeds in haar uitspraak van 11 november 2005, ECLI:NL:CBB:2005:AU6002, geoordeeld dat medegebruik het complete gebruik van een of meer individuele faciliteiten kan omvatten. Ook heeft het CBb in die uitspraak geoordeeld dat niet geheel voorbij kan worden gegaan aan de vraag of een verzoekende partij beschikt over een eenvoudig te realiseren alternatief voor het gevraagde medegebruik. Ook in de uitspraken van 7 mei 2008, ECLI:NL:CBB:2008:BD1064, en 17 oktober 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BY2311 kwam het CBb tot dat oordeel. De voormalige OPTA, thans ACM, heeft verder in haar besluit van 31 mei 2010, OPTA/AM/2010/201618, geoordeeld dat in die casus de vraag beantwoord diende te worden of sprake is van schaarste in de zin dat op de betrokken antenne-opstelpunten redelijkerwijs geen ruimte is voor de medegebruik vragende partij om tijdig eigen antennesystemen te plaatsen. Toen in die casus geen sprake bleek van schaarste, heeft OPTA vervolgens beoordeeld of de gronden voor afwijzing van het verzoek om medegebruik onredelijk zijn. Daarbij overwoog OPTA dat het niet zo kan zijn dat in theoretisch opzicht geen sprake is van schaarste, maar dat tegelijkertijd de houder van de ‘bestaande of zittende’ infrastructuur zich zo onredelijk opstelt dat daardoor de facto wel sprake is van schaarste, waardoor concurrentie op de markt voor omroepzendernetwerken onmogelijk wordt. Een voorbeeld van dergelijk gedrag is blijkens randnummer 59 van dat besluit het vragen van een exorbitante prijs voor de verkoop van de betrokken infrastructuur. De ACM is het bevoegde bestuursorgaan. Meer duidelijkheid kan derhalve hier niet gegeven worden.
Een tijdelijke verlenging, die door een deel van de respondenten is geopperd dan wel ontraden, pakt nadelig uit voor nieuwkomers. Dit volgt uit het advies van Center for Research in Experimental Economics and political Decision making (Creed) van de Universiteit van Amsterdam van 4 februari 2016. Uitstel is nadelig voor nieuwkomers, die dan immers langer moeten wachten op de revenuen die voortkomen uit hun investering. Daarnaast vergroot uitstel de onzekerheid voor nieuwkomers volgens Creed, omdat de marktomstandigheden aan het einde van de verlenging moeilijker in te schatten zijn dan de marktomstandigheden direct aansluitend aan de veiling.
Voor de afbouw van de dienstverlening van Digitenne, mocht zij de veiling verliezen, is ook geen verlenging nodig. Er is voldoende tijd voor klanten om over te stappen naar de nieuwe vergunninghouder of naar alternatieven, zoals de satelliet, kabel of IP-TV.
In uitzonderlijke omstandigheden kan een korte, beperkte verlenging niet geheel worden uitgesloten. Dit zou bijvoorbeeld aan de orde kunnen zijn indien de ACM een verzoek om medegebruik afwijst en de winnaar in de veiling in de resterende termijn geen redelijk alternatief heeft. Indien de winnaar aangeeft dat een tijdelijke verlenging niet nodig is voor de continuïteit van dienstverlening, zal er in beginsel ook geen verlenging plaatsvinden. Een verlenging is nadrukkelijk niet bedoeld om partijen meer onderhandelingstijd te geven over het gebruik van bestaande DVB-T infrastructuur. Indien de winnaar naar zijn mening (tijdelijk) afhankelijk is van bestaande DVB-T infrastructuur zal hij tijdig een (voorwaardelijk) verzoek tot medegebruik moeten indien bij Digitenne/KPN en zo nodig een aanvraag tot geschilbeslechting moeten indienen bij de ACM (artikelen 12.2 en 12.5 van de Tw). Hiervoor is afdoende tijd beschikbaar. Wanneer er tijdelijk verlengd wordt dan geschiedt dit op basis van artikel 18, zevende lid, van het Frequentiebesluit 2013 voor een zo kort mogelijke periode. In dat geval gaat het frequentiegebruiksrecht van de geveilde vergunning automatisch later in, namelijk na de verlenging
2 Dit is geregeld in artikel 2, tweede lid, van de vergunning.
. De verlengingsvergoeding (artikel 3.15 van de Tw) zal idealiter afgeleid worden uit de veilingprijs.
- Regeling
- Besluit tot veilen vergunningen digitale ethertelevisie en vaststelling voorschriften en beperkingen vergunningen
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 21-04-2016
- BWB-id
- BWBR0037843
- Versie
- 2016-04-21_0