wetzoeker

Artikel 2 Besluit tot veilen vergunningen digitale ethertelevisie en vaststelling voorschriften en beperkingen vergunningen

1. Aan <<bedrijf>>, ingeschreven in het handelsregister onder nummer <<nr. KvK>>, hierna te noemen: vergunninghouder, wordt een vergunning verleend voor gebruik van frequentieruimte ten behoeve van digitale omroep, zoals omschreven in de bij deze vergunning behorende bijlage I.

2. De vergunninghouder gebruikt de frequentieruimte, bedoeld in bijlage I, niet eerder dan de vergunning van 31 januari 2002, nr. IVWT/691776, is geëindigd en slechts in overeenstemming met de bestemming in het geldende frequentieplan als bedoeld in artikel 3.1 van de Telecommunicatiewet.

3. Onverminderd titel 6.3 van de Mediawet 2008, neemt de vergunninghouder, met inachtneming van het bepaalde in artikelen 3 en 4, vier layers in gebruik voor het uitzenden van in elk geval een programmapakket. Ten minste 75% van de capaciteit wordt gebruikt voor het uitzenden van televisieprogrammakanalen, waarbij de vergunninghouder gerechtigd is resterende capaciteit te gebruiken voor het aanbieden van datadiensten die gerelateerd zijn aan het programmapakket.

4. In afwijking van het derde lid, tweede volzin, is de vergunninghouder gerechtigd tot 1 januari 2020 een of twee layers niet te gebruiken, indien hij het programmapakket uitzendt door middel van DVB-T2.

5. De minister kan in het kader van internationale afspraken wijzigingen aanbrengen in de bij deze vergunning behorende bijlage I, waarbij het object van deze vergunning niet in betekenende mate kan worden gewijzigd.

6. Bij een wijziging als bedoeld in het vijfde lid heeft de vergunninghouder geen aanspraak op enigerlei vorm van schadevergoeding.

Regeling
Besluit tot veilen vergunningen digitale ethertelevisie en vaststelling voorschriften en beperkingen vergunningen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
21-04-2016
BWB-id
BWBR0037843
Versie
2016-04-21_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl