wetzoeker

5.2 — Voorkeursalternatief kavel V Kavelbesluit V (innovatiekavel) windenergiegebied Borssele

Voorkeursalternatief kavel V

In paragraaf 3.2 van dit kavelbesluit is beschreven dat de effecten van het innovatiekavel zijn beschreven in het MER van kavel III. De achtergrond hiervan is dat het innovatiekavel gesitueerd is in het oorspronkelijke kavel III, zoals dat bij de verkaveling van het windenergiegebied Borssele tot stand is gekomen. Omdat er voor een activiteit van twee windturbines geen m.e.r.-beoordelingsplicht geldt – maar de effecten desalniettemin inzichtelijk gemaakt en afgewogen moeten worden – is gekozen om de effecten van het innovatiekavel mee te nemen in het MER voor kavel III. Kortheidshalve wordt daarom in dit kavelbesluit gesproken over het MER voor kavel III.

De motivering van dit onderdeel van het kavelbesluit is daarom gebaseerd op het MER voor kavel III. Omdat in het MER voor kavel III ook de effecten van kavel V zijn meegenomen, vindt de belangenafweging ook integraal plaats. Dat wil zeggen dat de belangenafweging is gebaseerd op de effecten van kavels III en V gezamenlijk. Dat heeft tot gevolg dat de in hoofdstuk 6 en 7 van dit kavelbesluit beschreven effecten van kavel V substantieel kleiner zijn. Een nadere kwantificering van de effecten zoals beschreven in het MER van kavel III levert voor de belangenafweging geen toegevoegde waarde op.

In het MER is een bandbreedte onderzocht waarbinnen verschillende windturbineopstellingen en – types gerealiseerd kunnen worden. Hierdoor hebben ontwikkelaars de vrijheid om een optimaal ontwerp te maken voor het windpark in termen van kosteneffectiviteit en energieopbrengst. Bij de in het MER onderzochte bandbreedte is uitgegaan van een ondergrens met een turbine van 4 MW en een bovengrens met een turbine van 10 MW. Het totale onderzochte operationeel vermogen is 380 MW. Als gevolg van de notitie ‘Zilvermeeuw slachtofferaantallen bij vier scenario’s van SER windparken’

19 A. Gyimesi ‘Zilvermeeuw slachtofferaantallen bij vier scenario’s van SER windparken’ Notitie 15-314, Bureau Waardenburg bv.

is de ondergrens aangepast naar 6 MW.

Daarnaast zijn in het MER de effecten van de aanleg van verschillende funderingstypen op zeezoogdieren onderzocht. Uit dit onderzoek is gebleken dat het funderen met monopiles kan leiden tot onaanvaardbare effecten. Om die reden worden mitigerende maatregelen opgenomen ten behoeve van het beperken van onderwatergeluid ter bescherming van bruinvissen, zeehonden en vissen.

Uit het MER blijkt voorts dat de effecten op vogels en vleermuizen beperkt moeten worden. Om die reden worden mitigerende maatregelen opgenomen, waaronder de maatregel dat de rotoromwentelingen van de windturbines tot een minimum moeten worden teruggebracht bij specifieke weersomstandigheden met vogeltrek en vleermuizentrek op rotorhoogte.

De voorkeursbandbreedte en de mitigerende maatregelen vormen gezamenlijk het voorkeursalternatief. Die voorkeursbandbreedte en mitigerende maatregelen worden vastgelegd in de voorschriften bij het kavelbesluit. Binnen het voorkeursalternatief zijn de effecten voor twee inrichtingsalternatieven inzichtelijk gemaakt, namelijk een alternatief uitgaande van de ondergrens van de bandbreedte (95 4 MW turbines) en een alternatief uitgaande van de bovengrens van de bandbreedte (38 10 MW turbines).

Regeling
Kavelbesluit V (innovatiekavel) windenergiegebied Borssele
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
17-07-2026
BWB-id
BWBR0037802
Versie
2026-07-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl