3 — Voorschriften (deel 1) Kavelbesluit II windenergiegebied Borssele
Voorschriften
Voorschrift 2
Vogelbescherming, mede namens Stichting de Noordzee
Z: Indiener vraagt de bouw van grotere windturbines te stimuleren en –- indien er toch kleinere windmolens geplaatst worden – corridors voor vogels te realiseren.
A: Met de voorgeschreven maatregelen is het aantal te plaatsen turbines ingeperkt waarmee tevens grotere turbines gestimuleerd worden. Hierdoor ontstaat in potentie grotere ruimte tussen de turbines. Daarnaast zorgen veiligheidszones en onderhoudszones om de windturbineparken en om kabels en leidingen voor corridors waar vogels gebruik van kunnen maken.
NUON, NWEA en Eneco
Z: Indieners pleiten ervoor de juiste coördinaten in de tabellen op te nemen.
A: In het voorschrift zijn de juiste coördinaten opgenomen.
NWEA, Eneco
Z: Indieners pleiten er voor het maximum rotoroppervlak aan te passen, gebaseerd op 380 MW.
A: Het maximum rotoroppervlak is aangepast op basis van 380 MW naar 1.461.542 m2.
NWEA, Eneco, NUON en Vestas
Z: Indieners pleiten tegen het voorschrijven van een minimum rotoroppervlak, zowel per turbine als voor het windpark als geheel. Indiener (NWEA) stelt dat uit het MER volgt dat voor vogels in het algemeen het aanvaringsrisico bij gelijk vermogen kleiner is bij een kleinere rotor. Indiener (Nuon) stelt dat, mocht er een reden zijn om een minimum rotoroppervlakte voor te schrijven, dit ruimte moet bieden voor een van de mogelijke opstellingen zoals benoemd in tabel 5.1. van het MER. Verder stelt de indiener dat het minimum rotoroppervlakte dient te worden aangepast naar 894.275 m2 zodat een opstelling van 34 turbines van 10 MW mogelijk wordt gemaakt.
A: Bij nader inzien zijn de voorschriften die betrekking hebben op een minimum rotoroppervlak geschrapt. Vast is komen te staan dat sommige windturbineconfiguraties die wel gunstig zijn voor de ecologische effecten van de bouw en exploitatie van een windpark niet mogelijk zijn. Daarom is ervoor gekozen een limitering van het aantal MW per te installeren windturbine voor te schrijven. Het is toegestaan om windturbines met een geïnstalleerd vermogen per turbine tussen 4 en 10 MW in de kavels I en II te plaatsen. De tekst van voorschrift 2 is hierop aangepast.
Delta
Z: Indiener verzoekt een bepaling op te nemen die ten doel heeft dat in ieder geval een deel van de voordelen die de realisatie van windparken op zee heeft, ten goede komt aan de Zeeuwse gemeenschap.
A: Er wordt een aanvullend voorschrift opgenomen, waarin de vergunninghouder wordt verplicht zich aantoonbaar in te spannen om het park zodanig te ontwerpen, te bouwen en te exploiteren dat het park actief bijdraagt aan versterking van lokale en regionale economie, uiteraard binnen de grenzen die geldende wetgeving daarvoor biedt.
NWEA, Eneco, DONG en Delta
Z: Indieners verzoeken voorschrift 2 lid 13 te verduidelijken.
A: Voorschrift 2 lid 13 is als volgt aangepast: ‘Als opofferingsanodes gebruikt worden als kathodische bescherming van stalen constructies, bestaan deze uit legeringen van aluminium of magnesium. De legeringen mogen kleine hoeveelheden(< 5 gewicht %) andere metalen bevatten.’
Delta
Z: Verzoekt om verduidelijking van voorschrift 2, lid 15.
A: Zodra de winnaar van de tender bekend is, zal contact tussen de handhaver en de exploitant leiden tot meer duidelijkheid over het plan waar dit voorschrift op ziet.
Gemeente Veere
R: Indiener wijst er op dat met het vastleggen van het maximum aantal turbines van 95, in de overige kavels de windmolens groter moeten zijn om het gemiddelde maximum van 76 te halen.
A: De onderbouwing van het voorschrift is als volgt gewijzigd: ‘In de kavels gelegen in het windenergiegebied Hollandse Kust zullen daarom grotere turbines moeten worden voorgeschreven, zodat het gemiddelde aantal turbines per park niet hoger wordt dan 76.’
Delta
Z: Indiener verzoekt de zin waarin uitspraken zijn opgenomen ten aanzien van voorschriften voor kavels die nog volgen (gemiddeld 76 turbines in de overige kavels) te verwijderen.
A: Achtergrond bij het verzoek is dat een dergelijk voorschrift mogelijk niet nodig is indien in het onderhavige kavel grote turbines worden geplaatst. Echter, vanwege de snelheid waarin de kavelbesluiten worden genomen, is bij van kracht worden van betreffende besluiten nog niet duidelijk welk type turbines in kavel I/II van Borssele worden geplaatst. Verzoek kan daarom niet overgenomen worden omdat zekerheid moet worden verkregen dat cumulatief significant negatieve effecten zijn uit te sluiten.
Voorschrift 4
GDF SUEZ, NWEA, Eneco en NUON
Z: Indieners geven aan dat het heiverbod in de periode januari tot en met mei, bij het oprichten van 77 tot 95 turbines, onwenselijk is.
A: De heirestrictie (verbod in januari tot en met mei in geval van 77–95 palen) is aangepast naar 159 dB re μPa2s SEL1 op 750 meter van de geluidsbron.
NWEA, Eneco en NUON
Z: Indieners geven aan dat er meer/andere ‘proven technology’ alternatieven zijn, die in het voorschrift opgenomen zouden kunnen worden.
A: De beste effectiviteit ten aanzien van de verschillende diersoorten wordt geboden door de frequentie specifieke verjagingssystemen. Dit hoeft niet noodzakelijkerwijs in een systeem gebundeld te zijn. Hierop is het voorschrift aangepast.
Z: Indieners doen een voorstel om te komen tot wijziging van voorschrift 4, tweede lid, sub a.
A: Het voorschrift is gewijzigd en luidt nu: ‘Als gevolg van de bouw van het windpark mag op enig moment het geluidsniveau onder water tijdens het heien de in de onderstaande tabel vermelde geluidsnorm niet overschrijden.’ Verschillende vissoorten op de Noordzee vallen onder de Flora- en Faunawet. Hoewel de gunstige staat van instandhouding niet wordt aangetast, dienen onder andere in het kader van de zorgplicht maatregelen genomen te worden om negatieve effecten te verkleinen.
Z: Indieners vragen zich af waarom er voor de bruinvis een strengere toets norm wordt gehanteerd dan in het KEC en waarom er 1dB van de norm is afgehaald.
A: De geluidsnormen zoals die zijn opgenomen in voorschrift 4, tweede lid, sub a, zijn gebaseerd op berekeningen van TNO, conform de berekeningen in het MER. Uitgangspunt is dat per windpark de reductie de acceptabele grens van 255 dieren niet overschrijdt. Dat wil zeggen een maximale cumulatieve afname van 5% van de huidige populatieomvang. In het KEC werd in de eerste instantie nog uitgegaan van een afname van 20%, echter dat is niet verenigbaar met een populatie die zich in een matig ongunstige staat van instandhouding bevindt en de doelen die in het bruinvisbeschermingsplan zijn neergelegd. Om het werk in geval van overschrijding van de geluidsnorm niet direct stil te leggen in het kader van handhaving, is de norm met 1 dB verlaagd. Uit de praktijk blijkt dat het met name bij de eerste palen lastig is om gelijk de norm te halen. Door de gekozen aanpak hoeft het werk niet te worden stilgelegd indien men binnen de gedefinieerde ruimte blijft en worden acceptabele grenzen niet overschreden.
NWEA, Eneco, DONG, Delta en NUON
Z: Indieners geven aan dat het rapporteren van geluidsmetingen binnen 12 uur niet haalbaar is.
A: Op basis van de ingebrachte zienswijzen is voorschrift 4 tweede lid, sub c, aangepast, waarbij de deadline om de geluidsmetingen te rapporteren naar 48 uur gezet is.
Delta
Z: Indiener pleit er voor om voorschrift 4, tweede lid, sub c, aan te vullen met toegestane en niet-toegestane wijzen om geluid continu te meten.
A: Er zullen geen specifieke methoden of wijzen worden voorgeschreven. Metingen dienen te voldoen TNO standaarden voor het meten van impulsief onderwatergeluid. De vergunninghouder dient in het heiplan de te gebruiken methode te onderbouwen.
NUON
Z: Het voorschrift omtrent de procedure en het tijdsbestek van de goedkeuring van het heiplan zou verduidelijkt moeten worden.
A: De vereiste goedkeuring is komen te vervallen.
Delta, NWEA, Eneco, DONG en NUON
- Regeling
- Kavelbesluit II windenergiegebied Borssele
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 17-07-2026
- BWB-id
- BWBR0037801
- Versie
- 2026-07-17_0