wetzoeker

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar gemeente Breda Toezicht en Handhaving 2016

Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 24 maart 2016 nr. BOACAT2016/020, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij gemeente Breda

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
02-04-2016
Rechtsgebied
Openbare orde en veiligheidsrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0037784
Versie
2016-04-02_0
SHA-256 bron
d30455a3cb90a22e17fc14097a5b79ddde102abc7eebe0cbb3c7fccd1dc1b162

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (10)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de persoon als bedoeld in artikel 2.

Artikel 2

De personen, werkzaam in de functie van controleur openbare ruimte in dienst van de gemeente Breda Toezicht en Handhaving, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 3

1 De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten behorend tot het domein I, Openbare ruimte, als genoemd in onderdeel 6.4 van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar.

2 De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.

3 De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste lid genoemde domein.

Artikel 4

Op grond van dit besluit kunnen maximaal 80 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.

Artikel 5

1 Als toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket Zeeland – West-Brabant.

2 Als direct toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012.

Artikel 6

De buitengewoon opsporingsambtenaar kan de in artikel 7, eerste en derde lid, van de Politiewet 2012 omschreven bevoegdheden uitoefenen met gebruikmaking van handboeien.

Artikel 7

1 De gemeente Breda brengt jaarlijks, voor 1 april, verslag uit over:

a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam in de in artikel 2 genoemde functie;

b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;

c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.

2 Dit verslag wordt toegezonden aan de in artikel 5 bedoelde toezichthouder en direct toezichthouder en aan het Ministerie van Veiligheid en Justitie, dienst Justis, afdeling V&T, postbus 20300, 2500 EH Den Haag.

Artikel 8

De op naam gestelde akten van beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 9 genoemde besluit, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van dit besluit.

Dit artikel brengt geen wijziging in de resterende looptijd van de afgegeven aktes.

Artikel 9

Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar van de afdeling Stadstoezicht van de gemeente Breda, domein I Openbare Ruimte 2011 zal vervallen op 2 april 2016.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 2 april 2016 en vervalt met ingang van 2 april 2021.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar gemeente Breda Toezicht en Handhaving 2016.