wetzoeker

4.3 — Criteria m.b.t. Programmavoorstel Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Mine Action en Clustermunitie 2016–2020)

Criteria m.b.t. Programmavoorstel

Bij de programmatoets wordt de kwaliteit van het programmavoorstel beoordeeld. Dit gebeurt aan de hand van de volgende criteria:

A. Beleidsmatige criteria programmavoorstel

P.1 De mate waarin het voorgestelde programma bijdraagt aan de beleidsdoelstellingen van de minister op het thema mine action en clustermunitie. Dit wordt beoordeeld aan de hand van de volgende factoren:

a) Ontwikkelingsrelevantie: De mate waarin de activiteiten bijdragen aan de stabiliteit en sociaal-economische ontwikkeling in prioritaire landen/regio’s (zie landenlijst annex 1).

b) Relevantie voor het doel van deze tender: de mate waarin de mine action activiteiten bijdragen aan vrede en veiligheid. In het bijzonder hoe door middel van mine action activiteiten en door het opruimen van cluster munitie bijgedragen wordt aan human security en stabiliteit voor mensen en het creëren van voorwaarden voor sociaaleconomische wederopbouw na afloop van een gewapend conflict.

c) Gender-sensitief; De mate waarin de activiteiten de positie van vrouwen als actor bij stabilisatie, wederopbouw en sociaal-economische ontwikkeling versterken.

d) Relevantie van de gekozen landen buiten de landenlijst (zie annex 1): de mate waarin het voorgestelde programma zich concentreert in die landen waar de problematiek rondom landmijnen en clustermunitie het grootst is.

e) Aansluiting: de mate waarin het voorgestelde programma aansluit op de voor mine action relevante onderdelen van het speerpunt Veiligheid en Rechtsorde zoals neergelegd in de Theory of Change (zie annex 3A en 3B).

f) Meerwaarde: de mate waarin het voorgestelde programma een meerwaarde vormt ten opzichte van het ontwikkelingsbeleid van Nederland of andere donoren (organisaties of landen) in het betreffende land, en/of op activiteiten die in het betreffende land worden ondernomen door Nederland of andere donoren (organisaties of landen).

g) Indien het voorstel is ingediend door een samenwerkingsverband, toelichten waarom er gekozen is om in een samenwerkingsverband te werken en de toegevoegde waarde van het samenwerkingsverband ten opzicht van een individuele aanvraag.

P.2 Contextanalyses: De mate waarin het voorstel, in het bijzonder de probleemstelling en doelstelling, is afgestemd op de uitkomsten van een analyse van de context in de voorgestelde regio en voor de voorgestelde doelgroep.

P.3 Geintegreede sociaal-economische planning. De aanvrager moet aantonen dat de activiteiten passen binnen de bestaande plannen voor sociaaleconomische rehabilitatie van de post-conflict gemeenschap (terugkeer van vluchtelingen en ontheemden, gezondheidszorg, landbouw, educatie, etc).

P.4 Positie en betrokkenheid van de partners binnen het voorstel. De mate waarin:

a) de activiteiten bijdragen aan de institutionele capaciteitsopbouw van de partners;

b) de partners effectieve invloed hebben gehad op de totstandkoming en inhoud van het voorstel;

c) de partners effectieve invloed hebben op de sturing van de activiteiten;

d) de partners in de doellanden een eigen bijdrage, financieel en/of inhoudelijk, leveren aan de activiteiten en beoogde resultaten.

P.5 Positie en betrokkenheid van de doelgroep binnen het voorstel. De mate waarin:

a) de activiteiten bijdragen aan de institutionele capaciteitsopbouw van de doelgroep;

b) de doelgroep effectieve invloed heeft gehad op de totstandkoming en inhoud van het voorstel;

c) de doelgroep effectieve invloed heeft op de sturing van de activiteiten;

d) de doelgroep een eigen bijdrage, financieel en/of inhoudelijk, levert aan de activiteiten en beoogde resultaten

P.6 De mate waarin de interventie toegevoegde waarde heeft ten opzichte van de activiteiten van andere actoren (zoals NGO’s, andere donoren) op het thema van mine action en clustermunitie.

B. Technische criteria programmavoorstel

P.7 De mate waarin het voorstel is uitgewerkt in outcomes, outputs, voorgenomen activiteiten en middelen en is voorzien van een helder verband tussen de te bereiken outputs en de daarvoor benodigde middelen, tussen outcomes en outputs en tussen outcomes en impact.

P.8 De mate waarin de outcomes en outputs en middelen Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden (SMART) zijn uitgewerkt.

P.9 De mate waarin het voorstel

a) duurzaam resultaat zal hebben voor de doelgroep en,

b) bijdraagt aan de institutionele duurzaamheid van partners.

P.10 De mate waarin een adequate analyse is gemaakt van de interne en externe risico’s voor de organisatie, activiteiten en resultaten, inclusief stappen die zijn gemaakt om de risico’s zoveel mogelijk te beperken, en de mate waarin er een adequaat systeem voor monitoring en, waar nodig, een adequaat systeem voor bijsturing.

P.11 Innovatief karakter

a. de mate waarin het voorstel vernieuwend is, in thematische zin, door verbeteringen in de gehanteerde interventiestrategie (verhoging van de effectiviteit van de programma’s) en door efficiencywinst in de uitvoering van de programma’s;

b. de mate waarin kennis van innovaties wordt gedeeld via open sources waardoor een bijdrage geleverd wordt aan innovatie en efficiëntie van de gehele mine action sector;

c. de mate waarin de activiteiten met zo min mogelijk kosten, met inschakeling van lokale werknemers, bijdragen aan effectieve mijnenruimingsoperaties.

Regeling
Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Mine Action en Clustermunitie 2016–2020)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
31-03-2016
BWB-id
BWBR0037767
Versie
2016-03-31_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl