4.1 — De drempelcriteria (deel 1) Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Mine Action en Clustermunitie 2016–2020)
De drempelcriteria
Voor de drempelcriteria geldt dat indien een aanvraag niet aan één of meerdere criteria voldoet, deze wordt afgewezen en niet verder in behandeling genomen. Deze criteria worden hieronder vermeld en indien nodig toegelicht.
Drempelcriteria m.b.t. de aanvrager
D.1
A. De aanvrager (of in geval van een alliantie: de penvoerder) en mede-aanvragers zijn een maatschappelijke organisatie zonder winstoogmerk met rechtspersoonlijkheid en gespecialiseerd in activiteiten op het gebied van mine action. De aanvrager/penvoerder dient de statuten van de organisaties bij te voegen, vertaald in het Engels of het Nederlands, om dit aan te tonen.
B. In het geval van een alliantie omvat de aanvraag een, door alle alliantieleden, getekende samenwerkingsovereenkomst, waarin in ieder geval afspraken zijn neergelegd over (i) de wijze waarop elk van de partijen bijdraagt aan de werkzaamheden van het samenwerkingsverband, (ii) de wijze waarop besluitvorming plaatsvindt, (iii) de wijze waarop de kosten en de risico’s worden gedeeld over de deelnemers en (iv) de wijze waarop de penvoerder de naleving van de aan een subsidie verbonden verplichtingen jegens de minister is gewaarborgd, inclusief de zorg voor gezamenlijke geaggregeerde rapportages.
D.2 De aanvrager/penvoerder heeft in de afgelopen vijf jaar (2011–2015) ten minste drie jaar ervaring met het uitvoeren van programma’s in het doelland of regio voor een budget van minimaal € 500,000 per jaar (gemiddeld).
D.3
a. De activiteiten van de penvoerder sluiten bij de uitvoering aan bij de National Mine Action Authority (NMAA) of equivalent, indien deze bestaat in het desbetreffende land.
b. Daarnaast voert de penvoerende organisatie mine action activiteiten uit in lijn met de internationaal geldende mine action standards (IMAS), inclusief de UN Gender guidelines voor ontmijningsprogramma’s.
D.4 De aanvrager/penvoerder maakt aannemelijk dat gedurende de periode 1 september 2016 – 1 september 2020 ten minste 25% van de jaarlijkse inkomsten afkomstig is uit bronnen anders dan BZ-bijdragen (incl. Ambassades). Subsidies in het kader van het programma ‘Mine Action en Clustermunistie 2016–2020’ zullen nooit meer bedragen dan 75% van de jaarlijkse inkomsten van de organisatie.
• Indien de aanvrager penvoerder is voor een alliantie geldt dit criterium voor de gehele alliantie. Dat wil zeggen dat indien één van de deelnemende organisaties minder dan 25% van de jaarlijkse inkomsten uit andere dan BZ-bijdragen verwerft, dit kan worden gecompenseerd door een andere mede-indiener in de alliantie.
• Gelden die direct of indirect worden verkregen ten laste van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (bijvoorbeeld een subsidie of bijdrage van een Nederlandse ambassade) tellen niet mee bij het bepalen van de eigen inkomsten (maar wel bij het bepalen van de jaarlijkse inkomsten). De aanvrager onderbouwt de aannemelijkheid hiervan aan de hand van de inkomsten over de periode 2012–2015.
D.5
A. De maximale bezoldiging van de individuele leden van het management en bestuur van de aanvrager/penvoerder en mede-indieners gevestigd in de EU bedraagt met ingang van het tijdvak waarvoor de subsidie wordt aangevraagd per kalenderjaar ten hoogste € 168,000 op grond van een 36-urige werkweek. Genoemd bedrag bestaat naast de beloning (de som van de periodiek betaalde beloningen en bonusbetalingen) ook uit de belastbare vaste en variabele onkostenvergoedingen en beloningen betaalbaar op termijn, zoals vakantiegeld, een 13e maand, werkgeversdeel pensioenbijdrage e.a. Voor EU lidstaten die geen gebruik maken van de euro geldt dat omrekening van de lokale valuta naar de euro geschiedt op grond van de corporate rates die door het ministerie worden gehanteerd met ingang van 1 januari 2016. De corporate rates zijn toegevoegd als annex 2 bij het beleidskader.
B. Gelet op de koopkrachtgegevens gepubliceerd door EUROSTAT (GDP PPS)
23 EUROSTAT, ‘GDP per capita in PPS’, http://ec.europa.eu/eurostat/tgm/table.do?tab=table&init=1&language=en&pcode=tec00114&plugin=1.
geldt voor aanvragers/penvoerders en mede-indieners gevestigd in de volgende landen een aangepaste norm, op grond van het algemene inkomensniveau in de betreffende landen
24 Berekend aan de hand van de spotrates die door het ministerie worden gehanteerd met ingang van 1 januari 2016. De koerslijst van deze spotrates is toegevoegd als bijlage 2 van het beleidskader.
:
a. | Noorwegen: | NRK 2,153,538 | – | EUR 228,275
b. | Zwitserland: | SFR 227,547 | – | EUR 207,750
c. | Japan: | YEN 22,192,867 | – | EUR 168,000
d. | VS/Canada: | USD 207,205 | – | EUR 189,800
C. De maximale bezoldiging van de individuele leden van management en bestuur van de aanvrager/penvoerder en mede-indieners gevestigd in landen anders dan EU lidstaten, Noorwegen, Zwitserland, Japan, de VS en Canada staat met ingang van het tijdvak waarvoor subsidie wordt gevraagd in redelijke verhouding tot het niveau van de functie, de geografische ligging en de omvang en complexiteit van de organisatie.
D.6 De aanvrager/penvoerder is in staat tot adequaat financieel beheer en kan door ervaring met betrekking tot de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd een doelgerichte en doelmatige uitvoering van de activiteiten waarborgen.
Drempelcriteria met betrekking tot het voorstel
D.7 De minimale looptijd van de subsidieaanvraag bedraagt 36 maanden en maximaal 48 maanden. De subsidieaanvraag bedraagt minimaal € 7 miljoen en maximaal € 12 miljoen en heeft een maximale looptijd van 4 jaar. Bij een kortere looptijd zijn het minimale en maximale bedrag van de subsidieaanvraag naar rato lager.
D.8 De activiteiten starten niet eerder dan 1 september 2016 en worden afgerond uiterlijk op 31 augustus 2020.
D.9 De activiteiten worden uitgevoerd in / zijn gericht op tenminste twee van de landen opgenomen in de bij deze beleidsregels behorende landenlijst (zie annex 1).
D.10 Minimaal 80% van de middelen die zijn aangevraagd voor de uitvoering van de activiteiten wordt besteed in minimaal twee gekozen landen van de landelijst uit annex 1.
D.11 De subsidieaanvraag richt zich op de algemene doelstelling van het ‘mine action en clustermunitie 2016–2020’-programma en de ontmijningsactiviteiten dragen bij aan human security, stabilisatie, wederopbouw en sociaal-economische ontwikkeling en het doelland. De activiteiten richten zich op ten minste drie van de volgende vier categorieën van activiteiten:
1. Ruimen van mijnen, ERW, UXO, AXO en clustermunitie (door detecteren, in kaart brengen, markeren en ruimen);
2. Vernietigen van voorraden mijnen, ERW, UXO, AXO en clustermunitie (inclusief ontmantelen van productiecapaciteit en opslagfaciliteiten);
3. Hulp aan slachtoffers en families, inclusief rehabilitatie en re-integratie;
4. Activiteiten gericht op bewustwording en educatie van de lokale bevolking over risico van mijnen, ERW, UXO, AXO en clustermunitie.
D.12 Voor zover het programma activiteiten uit de eerste categorie, genoemd onder D.11, bevat wordt daarbij gewerkt met één van beide of beide volgende ontmijningstechnieken:
1. Handmatige detectie, ondersteund door mechanische middelen. Het gaat daarbij om handmatige detectie (detector en prikstok) die wordt ondersteund door mechanische middelen zoals al dan niet gepantserde maai- en graafmachines, zogenaamde 'steel wheels', rollers, zeeftrommels, trilband- en vlegelmachines.
2. Toolbox. Daarbij wordt het juiste instrument gekozen bij ieder specifiek probleem. De opleiding en inzet van detectiehonden (of -ratten) en andersoortige innovatieve elementen in het kader van een programma waarin mijnenruiming centraal staat kan eveneens in aanmerking komen voor subsidie.
D.13 De activiteiten betreffen geen:
• Initiatieven die proselitisme (mede) beogen;
• Financiering van commerciële dienstverlening, investeringen of commerciële activiteiten;
• Organisatie van conferenties;
• Activiteiten waarvoor reeds rechtstreeks een subsidie of bijdrage ten laste van het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt ontvangen;
- Regeling
- Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Mine Action en Clustermunitie 2016–2020)
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 31-03-2016
- BWB-id
- BWBR0037767
- Versie
- 2016-03-31_0