wetzoeker

1.1 — Inleiding en achtergrond Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Mine Action en Clustermunitie 2016–2020)

Inleiding en achtergrond

Na afloop van een gewapend conflict leiden achtergebleven explosieve oorlogsresten (ERW) zoals landmijnen en clustermunitie vaak tot langdurige onveiligheid voor burgers.

4 Dit geldt ook voor Unexploded Ordnance (UXO) en Abandoned Explosive Ordnance (AXO); volgens Protocol V van de Convention on Certain Conventional Weapons (CCW) en het Verdrag over Clustermunitie (CCM).

Ook belemmert dit het op gang komen van de nodige humanitaire hulp en de toegang van burgers tot voedsel, water en andere basisbehoeften. Onveiligheid door explosieve oorlogsresten vormt tevens een belemmering voor vluchtelingen en ontheemden om terug te keren naar huis. Stabilisatie, wederopbouw en sociaaleconomische ontwikkeling lopen gevaar zolang explosieve oorlogsresten als landmijnen, clustermunitie en Improviced Explosive Devices (IED’s) niet zijn geruimd en de bevolking niet op de hoogte is van de risico’s.

De afgelopen jaren is veel vordering gemaakt met het ruimen van ERW. Helaas zijn landmijnen en ERW nog een groot probleem in 57 landen en 4 andere gebieden. Ook in de meest recente conflicten zijn veiligheidsrisico’s voor burgers door ERW groot. Daarom is ook voor de komende jaren een grote inspanning nodig om ERW te ruimen. Een grote uitdaging is met name het gebruik van landmijnen door non-state armed actors in landen als Afghanistan, Colombia, Irak, Libië, Myanmar, Pakistan, Syrië, Tunesië, Oekraïne en Jemen. Daarnaast worden door de overheden van Syrië, Noord-Korea en Myanmar (allen geen lid van het Ottowa-verdrag) nog landmijnen gebruikt.

5 Landmine Monitor 2015, http://www.the-monitor.org/media/2152583/Landmine-Monitor-2015_finalpdf.pdf

Nederland is een van de aanjagers om internationaal krachten te bundelen om tot een mijnvrije wereld te komen voor 2025 als onderdeel van het Nederlandse geïntegreerde beleid op het gebied van veiligheid, stabiliteit en wederopbouw na conflict. Nederland is een belangrijke donor op dit gebied en streeft er naar jaarlijks € 15 miljoen beschikbaar te stellen voor ontmijning.

6 Amendement door Ardenne-van Der Hoeven en Apostolou (27 400 V Nr. 17) uit 2000; en toezegging in 2011 in de Eerste Kamer om jaarlijks € 15.000.000 aan ontmijning te besteden.

Naast het financieren van NGO’s via het mine action en cluster munitie programma draagt Nederland bij aan het Voluntary Trust Fund van UNMAS via ongeoormerkte bijdragen. Ook financierde Nederland buiten het programma om emergency respons projecten in landen waar een urgente behoefte ontstond aan inzet op mine action. Met Nederlandse financiering hebben NGO’s tussen 2012 en 2014, 42.618.091 m2 land ontmijnd en hebben 458.908 mensen voorlichting gehad over de gevaren en risico’s van ERW.

7 Cijfers gebaseerd op resultaten van 2012–2014, cijfers over 2015 zijn nog niet bekend.

Mine action wordt gedefinieerd als het uitvoeren van activiteiten met als doel de sociale, economische en ecologische impact van landmijnen en andere explosieve oorlogsresten, inclusief niet-geëxplodeerde sub-munitie te verminderen. Mine action gaat niet alleen over ontmijning. Het gaat ook over mensen en samenlevingen en hoe zij getroffen worden door aanwezigheid van ERW.

8 International Mine Action Standards, http://www.mineactionstandards.org/standards/international-mine-action-standards-imas/imas-in-english/.

Mine action richt zich op vijf categorieën activiteiten:

1. Mine Risk Educatie: voorlichting en bewustwording lokale bevolking over risico’s van EWR.

2. Ontmijning: activiteiten gericht op het bruikbaar maken van besmette grond door middel van in kaart brengen (survey), detecteren, markeren en ruimen.

3. Slachtofferhulp: hulp aan slachtoffers en families, inclusief rehabilitatie en re-integratie

4. Voorraadvernietiging: vernietiging van voorraden landmijnen en ontmantelen van productiecapaciteit en opslagfaciliteiten.

5. Advocacy – lobby tegen het gebruik van anti-persoonsmijnen en clustermunitie.

Nederland onderkent de noodzaak om de mine action sector te integreren in stabilisatie, wederopbouw en ontwikkelingssamenwerking. Met het ondertekenen en ratificeren van het Verdrag tegen Antipersoneelsmijnen (Ottawa-verdrag), het Verdrag over Clustermunitie (Oslo-verdrag) en Protocol V van de Convention on Certain Conventional Weapons (CCW) heeft Nederland zich gecommitteerd om landen te ondersteunen die zelf minder goed in staat zijn mine action activiteiten te ontplooien. Dit bevat ondersteuning bij het opruimen van ERW, vernietigen van voorraden landmijnen en cluster munitie en hulp aan slachtoffers van ERW.

Regeling
Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Mine Action en Clustermunitie 2016–2020)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
31-03-2016
BWB-id
BWBR0037767
Versie
2016-03-31_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl