wetzoeker

6.2 — Eisen aan de inspectieput Toezichtbeleidsbrief erkenninghouders RDW 2016

Eisen aan de inspectieput

Onder een doelmatige inspectieput wordt het volgende verstaan:

• De inspectieput is vrij toegankelijk:

• Voor voertuigen waarvan de toegestane maximum massa meer bedraagt dan 3.500 kg moet, indien een voertuig op de inspectieput staat, minimaal één uitgang vrij toegankelijk zijn. Er moet minimaal 1 meter vrije ruimte aanwezig zijn.

• Voor voertuigen waarvan de toegestane maximum massa niet meer is dan 3.500 kg moet, indien een voertuig op de inspectieput staat, een vrije ruimte aan de voor- of achterzijde van het voertuig van minimaal 1 meter aanwezig zijn. (dit betekent voertuiglengte plus 1 meter)

• De uitgangen dienen te allen tijde vrij van obstakels en toegankelijk te zijn.

• De toegang tot de inspectieput moet mogelijk zijn door middel van een vaste trap of een vast klimijzer.

• In de inspectieput is geen water en/of andere vloeistof aanwezig.

• De elektrische installatie in de inspectieput vertoont geen gebreken. Deze is zodanig uitgevoerd dat de afzuiginstallatie minstens 30 seconden in werking is voordat de verlichting kan worden ingeschakeld of een ander punt onder spanning wordt gebracht.

• De inspectieput is voorzien van een mechanische afzuiginstallatie waarmee dampen (bijvoorbeeld LPG of benzine) doeltreffend worden afgezogen. Daartoe dient:

• aan beide zijden van de inspectieput afzuigkanalen te zijn aangebracht waarin gelijkmatig verdeeld over de lengte, afzuigopeningen aanwezig zijn;

• de capaciteit van de afzuiginstallatie per minuut ten minste 1 kubieke meter lucht per vierkante meter inspectieput te bedragen;

• de verbinding met de buitenlucht te bestaan uit een onbrandbare buisleiding met een inwendige diameter van minimaal 150 mm;

• de ventilatormotor van de afzuiginstallatie zich buiten de luchtstroom te bevinden of explosieveilig uitgevoerd te worden;

• de afvoergassen minstens 1 meter boven het dak van de keuringsinrichting te worden afgevoerd, buiten de nabijheid van ramen en deuren.

Toelichting: indien aantoonbaar op een andere wijze aan de eisen met betrekking tot afzuiging kan worden voldaan, dan kan dit door de RDW worden geaccepteerd. Het aantoonbaar maken dient te gebeuren aan de hand van een verklaring van de fabrikant/leverancier en in overleg met de RDW.

• De inspectieput is voorzien van voldoende verlichting. De verlichting van de inspectieput moet voldoen aan onderstaande eisen:

○ De verlichtingsarmaturen mogen niet beschadigd zijn en moeten zijn voorzien van beschermkappen.

○ De inspectieput is gelijkmatig verlicht waarbij de gemiddelde lichtopbrengst onder de inrichting minimaal 200 lux bedraagt. De lichtopbrengst wordt bepaald door visuele controle. In geval van twijfel wordt de lichtopbrengst vastgesteld door een lichtmeting uitgevoerd met een luxmeter. Dit gebeurt op de volgende wijze:

1. midden op de inspectieput wordt een voertuig geplaatst;

2. bij ieder wiel wordt de lichtsterkte gemeten, waarbij de lichtcel van de luxmeter naar het midden van de inspectieput wordt gericht;

3. de gemiddelde waarde van deze metingen dient minimaal 200 lux te bedragen.

Regeling
Toezichtbeleidsbrief erkenninghouders RDW 2016
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-04-2016
BWB-id
BWBR0037735
Versie
2016-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl