2.2 — Referentiekader voor de controleverklaring Protocol Subsidieregeling overgang kapitaallasten 2015-2017
Referentiekader voor de controleverklaring
De Subsidieregeling en de beschikking tot verlening van de subsidie overgang kapitaallasten 2015 vormen het referentiekader voor de accountant, echter uitsluitend indien en voorzover deze de grondslag vormen voor de in deze paragraaf vermelde aandachtspunten. Van de accountant wordt niet verwacht dat hij het financieel verslag toetst aan alle in de Subsidieregeling en beschikking genoemde bepalingen. Dat doet hij alleen indien en voor zover deze zijn verwoord in hieronder vermelde aandachtspunten.
Voor de controlewerkzaamheden gelden de volgende aandachtspunten ten aanzien van de in dat verslag verantwoorde posten (tekst ontleend aan de Subsidieregeling):
1. De subsidie voor kapitaallasten wordt slechts verstrekt aan
– een organisatie die voor 1 januari 2012 zorg of diensten, niet zijnde zorg of diensten in het kader van de geestelijke gezondheidszorg, leverde die op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verzekerd waren en waaraan de zorgautoriteit voor laatstgenoemde datum op grond van de beleidsregel ‘Kapitaallasten’ (CA-300-473; Stcrt. 2011, nr. 12384) een budget kapitaallasten heeft toegekend, dan wel aan haar rechtsopvolger;
– een organisatie die voor 1 januari 2008 zorg of diensten in het kader van de geestelijke gezondheidszorg leverde die op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verzekerd waren en waaraan de zorgautoriteit voor laatstgenoemde datum op grond van de beleidsregel ‘Kapitaallasten’ (CA-300-473; Stcrt. 2011, nr. 12384) een budget kapitaallasten heeft toegekend, dan wel aan haar rechtsopvolger (art. 1.2 lid 2 Subsidieregeling).
2. De subsidie voor vaste activa wordt slechts verstrekt aan:
– een organisatie die voor 1 januari 2012 zorg of diensten, niet zijnde zorg of diensten in het kader van de geestelijke gezondheidszorg, leverde die op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verzekerd waren en waaraan de zorgautoriteit voor laatstgenoemde datum op grond van de beleidsregel ‘Compensatie vaste activa AWBZ en GGZ in verband met invoering normatieve huisvestingscomponent’ (CA-300-493; Stcrt. 2011, nr. 14267) een vergoeding heeft toegekend, dan wel aan haar rechtsopvolger;
– een organisatie die voor 1 januari 2008 zorg of diensten in het kader van de geestelijke gezondheidszorg leverde die op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verzekerd waren en waaraan de zorgautoriteit voor laatstgenoemde datum op grond van de beleidsregel ‘Compensatie vaste activa AWBZ en GGZ in verband met invoering normatieve huisvestingscomponent’ (CA-300-493; Stcrt. 2011, nr. 14267) een vergoeding heeft toegekend, dan wel aan haar rechtsopvolger (artikel 1.2 lid 3 Subsidieregeling).
Indien ter zake van een leegstaand gebouw compensatie als bedoeld in de beleidsregel ‘Compensatie vaste activa AWBZ en GGZ in verband met de invoering normatieve huisvestingscomponent’ (CA-300-493; Stcrt. 2011, 14267) is toegekend of is aangevraagd zonder dat op die aanvraag een onherroepelijk besluit is genomen, bevat de aanvraag een opgave van:
a. de opbrengsten uit verkoop en verhuur van leegstaande gebouwen;
b. boekwinsten op verkoop van grond of terrein waarop een leegstaande gebouw staat (art. 5.2 lid 3 Subsidieregeling).
3. De subsidie wordt slechts verstrekt aan een organisatie die onmiddellijk voorafgaande aan 1 januari 2015 verblijf met daarmee gepaard gaande zorg als bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verleende en de desbetreffende zorg vanaf die datum in opdracht van een of meer colleges van burgemeester en wethouders als maatwerkvoorziening als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of als jeugdhulp als bedoeld in de Jeugdwet verleent (art. 1.2 lid 4 Subsidieregeling).
4. De werkelijke kosten, werkelijke opbrengsten, werkelijke bijdragen van derden en werkelijke eigen bijdragen hebben betrekking op de in de verleningsbeschikking genoemde periode waarvoor de subsidie is verleend (art. 1.3 Subsidieregeling).
5. De kapitaallasten die ten hoogste voor subsidie in aanmerking komen worden bepaald door overeenkomstige toepassing van de beleidsregels ‘Kapitaallasten bestaande zorgaanbieders’ en ‘Invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders’ zoals die gelden voor het jaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt, met dien verstande dat de subsidie uitsluitend verstrekt wordt voor de kapitaallasten die toegerekend worden aan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet waartoe:
a. aan de hand van paragraaf 5 van de beleidsregel ‘Invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders’ wordt berekend welk percentage van de kapitaallasten na de overhevelingen vanuit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten wordt toegerekend aan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet;
b. de kapitaallasten, bestaande aan het budget kapitaallasten en het budget inventaris, worden berekend aan de hand van de artikelen 3.7 en 3.8 van de beleidsregel ‘Invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders’ in samenhang met de beleidsregel ‘Kapitaallasten bestaande zorgaanbieders’;
c. de aan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet toe te rekenen kapitaallasten, bestaande aan het budget kapitaallasten en het budget inventaris, worden berekend door de kapitaallasten, bedoeld in onderdeel b, te vermenigvuldigen met het percentage, bedoeld in onderdeel a;
d. het bedrag van de kapitaallasten die ten hoogste voor subsidie in aanmerking komen wordt berekend door de aan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet toe te rekenen kapitaallasten, bedoeld in onderdeel c, te vermenigvuldigen met de bij het jaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt horende percentages voor het budget kapitaallasten en het budget inventaris die zijn vermeld in de tabellen 1 en 2 van artikel 4.1 van de beleidsregel ‘Invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders’ (artikel 1.4 lid 1 Subsidieregeling).
f. In afwijking van het bovenstaande punt 5, onderdelen a tot en met d, wordt met betrekking tot kleinschalige woonvoorzieningen als bedoeld in artikel 4.12 van de beleidsregel ‘Kapitaallasten bestaande zorgaanbieders’:
a. het aantal bezette plaatsen die zijn overgeheveld vanuit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten naar de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet bepaald;
b. de normatieve vergoeding voor kapitaallasten, voor de bezette plaatsen, bedoeld in onderdeel a, bepaald aan de hand van de beleidsregel ‘Kapitaallasten bestaande zorgaanbieders’;
c. de aan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet toe te rekenen kapitaallasten berekend door het aantal bezette plaatsen, bedoeld in onderdeel a, te vermenigvuldigen met de normatieve vergoeding, bedoeld in onderdeel b;
d. het bedrag van de kapitaallasten die ten hoogste voor subsidie in aanmerking komen berekend door de aan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet toe te rekenen kapitaallasten, bedoeld in onderdeel c, te vermenigvuldigen met het bij het jaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt horende percentage voor het budget kapitaallasten dat is vermeld in tabel 1 van artikel 4.1 van de beleidsregel ‘Invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders’ (artikel 1.4 lid2 Subsidieregeling).
De aanvraag bevat een opgave van het aantal bezette plaatsen, bedoeld in artikel 1.4, lid 2, onderdeel a Subsidieregeling. De opgave is voorzien van een toelichting (art. 5.2 lid 2 Subsidieregeling).
Om bovenstaande werkzaamheden te kunnen uitvoeren wordt de accountant geadviseerd om ook kennis te nemen van de overige artikelen en toelichting van de subsidieregeling.
- Regeling
- Protocol Subsidieregeling overgang kapitaallasten 2015-2017
- Soort
- ZBO-regeling
- Geldend vanaf
- 02-03-2016
- BWB-id
- BWBR0037670
- Versie
- 2016-03-02_0