wetzoeker

Regeling salariscompensatie medewerkers voormalige productschappen

Regeling van de Minister van Economische Zaken en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 8 februari 2016, nr. WJZ/15154754, houdende salariscompensatie voor medewerkers van productschappen bij de overgang naar de Rijksoverheid (Regeling salariscompensatie medewerkers voormalige productschappen)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
17-02-2016
Rechtsgebied
Ambtenarenrecht, Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Ministerie
Economische Zaken
BWB-id
BWBR0037614
Versie
2016-02-17_0
SHA-256 bron
69f5575d2564bbc45000d7ba33e100dc88420492fca2c37114261a2369673a1b

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (6)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. datum van overgang: datum waarop medewerkers zijn overgegaan van een vast dienstverband met een productschap naar een vast dienstverband met het Ministerie van Economische Zaken of met het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

b. jaarsalaris: jaarsalaris van de medewerker inclusief eindejaarsuitkering, vakantiegeld, algemene toeslag van 1,9% en de structurele toeslagen van 1,25%, met inbegrip van eventuele schriftelijk vastgelegde salarisafspraken;

c. maandsalaris: salaris per maand gebaseerd op het jaarsalaris, inclusief proportioneel deel eindejaarsuitkering, vakantiegeld, de algemene toeslag van 1,9% en de structurele toeslagen van 1,25%, met inbegrip van eventuele schriftelijk vastgelegde salarisafspraken;

d. medewerker: een persoon die op de datum van overgang vanuit een vast dienstverband met het productschap in algemene dienst van het Rijk in vaste dienst treedt bij het ministerie;

e. ministerie: het Ministerie van Economische Zaken of het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

f. productschap: openbaar lichaam alsmede rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam, ingesteld op grond van artikel 66, eerste lid, respectievelijk 109, eerste lid, en 110 van de Wet op de bedrijfsorganisatie zoals deze luidden op 1 januari 2014;

g. septembertoeslag: jaarlijkse toeslag in de maand september bij het productschap, in verband met het verdwijnen van bonussparen (ter hoogte van € 525,96), die niet pensioengevend is.

Artikel 2

1 Aan een medewerker wordt een salariscompensatie in de vorm van een toelage toegekend indien het netto maandsalaris in de maand januari 2014 bij het productschap hoger is dan het netto maandsalaris dat de medewerker met ingang van de datum van overgang bij het ministerie gaat verdienen in de functieschaal van zijn functie.

2 Het netto maandsalaris in de maand januari 2014 (exclusief de septembertoeslag) van de medewerker bij het productschap wordt op de datum van overgang door middel van een bruto-netto-bruto berekening omgerekend naar een bruto maandsalaris bij het ministerie. Het bij het ministerie gebruteerde netto maandsalaris van januari 2014 wordt ingepast in de salarisschaal van de functie waarop de medewerker is ingedeeld op de naast hogere trede die het bruto salarisbedrag het meest nadert. Indien het maximum bedrag in de schaal behorende bij de functie waarop de medewerker is ingedeeld, lager is dan het gebruteerde netto maandsalaris van januari 2014, wordt het verschil aangevuld door middel van de toelage als bedoeld in deze regeling. De hoogte van de toelage is dan ook het verschil tussen het maximum schaalbedrag en het gebruteerde netto maandsalaris van de medewerker. De toelage wordt op de datum van overgang eenmalig vastgesteld, is nominaal en wordt niet geïndexeerd.

3 De in het eerste lid bedoelde toelage wordt maandelijks uitgekeerd zolang de medewerker is aangesteld bij het ministerie, maar niet langer dan twintig jaar na de datum van overgang van deze medewerker. De toelage eindigt eveneens op het moment dat het salarisniveau van januari 2014 is bereikt.

Artikel 3

1 Indien een medewerker na de datum van overgang wordt bezoldigd naar een hogere salarisschaal wordt de toelage als bedoeld in artikel 2 naar evenredigheid verminderd met toegekende salarisverhogingen.

2 Indien de arbeidsduur van de medewerker na de datum van overgang vermindert, vermindert de toelage als bedoeld in artikel 2 naar evenredigheid.

3 Hoofdstuk 6 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement is van overeenkomstige toepassing op de doorbetaling van de toelage als bedoeld in artikel 2.

4 Voor de berekeningsgrondslag van de ambtsjubileum- en diensttijdgratificatie telt de toelage, bedoeld in artikel 2, mee.

Artikel 4

Het bevoegd gezag kan afwijken van de bepalingen in deze regeling indien toepassing hiervan onbedoeld tot een onbillijke individuele situatie leidt.

Artikel 5

1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2014.

2 Deze regeling vervalt op 1 januari 2035.

Artikel 6

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling salariscompensatie medewerkers voormalige productschappen.