wetzoeker

Beleidsregel verstrekking van subsidie aan advocaten die rechtsbijstand verlenen aan aangehouden verdachten tijdens het politieverhoor

Beleidsregel van de Raad voor Rechtsbijstand tot verstrekking van subsidie aan advocaten die rechtsbijstand verlenen aan aangehouden verdachten tijdens het politieverhoor

Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-03-2016
Rechtsgebied
Procesrecht
Ministerie
Raad voor Rechtsbijstand
BWB-id
BWBR0037612
Versie
2016-03-01_0
SHA-256 bron
5c06ebd4b3e622fb0913336ca23c0e76ff8dbdbbbe5db03d3aca261aaf2ccf73

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (6)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6

Artikel 1

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

a. aangehouden verdachte: de verdachte die door een opsporingsambtenaar is aangehouden op verdenking van een misdrijf waarvoor een bevel tot inverzekeringstelling kan worden verleend[gegeven] en die nadien worden verhoord;

b. raadslieden: advocaten die door de Raad voor Rechtsbijstand zijn ingeschreven voor het strafpiket;

c. verhoorbijstand: het verlenen van rechtsbijstand aan een aangehouden verdachte [als bedoeld in dit artikel onder a.] tijdens het verhoor door een opsporingsambtenaar.

Artikel 2

Deze beleidsregel heeft betrekking op het toekennen van een forfaitaire vergoeding aan raadslieden die verhoorbijstand hebben geboden [als gedefinieerd in artikel 1 aanhef en onder c van deze beleidsregel].

Artikel 3

1 Indien in een piketzaak als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdelen a tot en met c, of tweede lid, Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 tijdens één of meer verhoren rechtsbijstand wordt verleend aan aangehouden verdachten is de vergoeding op grond van artikel 23a, eerste lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 van overeenkomstige toepassing op aangehouden meerderjarige verdachten, met dien verstande dat een vergoeding wordt toegekend van:

a. 3 punten, indien er sprake is van een verdenking van:

– een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf is gesteld van twaalf jaren of meer;

– een misdrijf met een slachtoffer dat is overleden dan wel zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen; of

– een zedenmisdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf is gesteld van acht jaren of meer, of sprake is van een zedenmisdrijf waarbij de strafverzwaringsgrond van artikel 248, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is;

b. 1 ½ punt in alle overige gevallen.

2 Op aangehouden minderjarige verdachten is artikel 23a, eerste lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 van toepassing, met dien verstande dat de vergoeding wordt verhoogd tot respectievelijk 3 of 1½ punten, overeenkomstig de indeling, bedoeld in het vorige lid.

Artikel 4

De gereisde kilometers die in het kader van het verlenen van verhoorbijstand zijn gemaakt, worden vergoed overeenkomstig het bepaalde in artikel 25, derde lid, Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000. Indien het verhoor aansluitend aan consultatiebijstand zoals bedoeld in de Aanwijzing rechtsbijstand politieverhoor plaatsvindt of er sprake is van een combinatiereis voor meer dan een verdachte, kan de reis op het declaratieformulier (de “Verklaring optreden strafpiket”) niet meer dan één keer worden gedeclareerd.

Artikel 5

Indien de verhoorbijstand in een piketzaak is verleend op een zaterdag, zondag, een algemeen erkende feestdag of een bij of krachtens de Algemene termijnenwetmet algemeen erkende feestdagen gelijkgestelde dag, en daarvoor een vergoeding als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a. of b. wordt toegekend, wordt aanvullend 0,5 punt toegekend.

Artikel 6

Deze beleidsregel treedt in werking op 1 maart 2016 en geldt voor piketzaken waarin de eerste verrichting op of na 1 maart 2016 is gedaan.

Artikel 23a van het besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 blijft van toepassing op piketzaken waarin de eerste verrichting voor 1 maart 2016 is gedaan.