6.2 — Onderzoek en handhaving door de Autoriteit Persoonsgegevens 123 Zie voor meer informatie over het verrichten van onderzoek en het handhavend optreden door de Autoriteit Persoonsgegevens autoriteitpersoonsgegevens.nl Beleidsregels cameratoezicht, College bescherming persoonsgegevens
Onderzoek en handhaving door de Autoriteit Persoonsgegevens 123 Zie voor meer informatie over het verrichten van onderzoek en het handhavend optreden door de Autoriteit Persoonsgegevens autoriteitpersoonsgegevens.nl
De Autoriteit Persoonsgegevens ziet toe op de naleving van de Wbp (artikel 51, lid 1, Wbp) en aanverwante wetten, waaronder de Wpg (artikel 35, lid 1, Wpg). Daartoe beschikt de Autoriteit Persoonsgegevens over een aantal middelen.
De Autoriteit Persoonsgegevens ontvangt signalen via de tipfunctie op autoriteitpersoonsgegevens.nl, het telefonisch spreekuur en per post. Het aantal aangedragen zaken en de complexiteit daarvan neemt echter voortdurend toe, terwijl de middelen die de Autoriteit Persoonsgegevens ter beschikking staan begrensd zijn. De Autoriteit Persoonsgegevens kan daarom niet alle zaken die worden aangebracht in behandeling nemen en moet keuzes maken. De Autoriteit Persoonsgegevens geeft prioriteit aan zaken waarbij zij een vermoeden heeft van ernstige, structurele overtredingen die veel mensen treffen en waarbij zij door de inzet van handhavingsinstrumenten effectief verschil kan maken of overtredingen die vallen binnen de (jaarlijkse) aandachtspunten die door de Autoriteit Persoonsgegevens bekend zijn gemaakt.
124 Beleidsregels handhaving door het CBP van 31 januari 2011, Stcrt. 2011, 1916.
De Autoriteit Persoonsgegevens kan signalen afhandelen door de verantwoordelijke die (mogelijk) een overtreding begaat hierop te wijzen in een (telefoon)gesprek of brief. Wanneer de verantwoordelijke de overtreding voorkomt of snel en correct beëindigt, kan de Autoriteit Persoonsgegevens volstaan met een waarschuwing en is geen nader onderzoek nodig.
Daarnaast kan de Autoriteit Persoonsgegevens een onderzoek instellen naar de naleving van de Wbp (artikel 60 Wbp) of de Wpg (artikel 35, lid 2, Wpg j° artikel 60 Wbp). Bij de uitvoering van een onderzoek kan de Autoriteit Persoonsgegevens haar toezichthoudende bevoegdheden inzetten, waarbij een verantwoordelijke verplicht is alle gevraagde medewerking te verlenen (artikel 5:20 Awb). De Autoriteit Persoonsgegevens kan onder meer inlichtingen vorderen (artikel 5:16 Awb), inzage vorderen in zakelijke gegevens (artikel 5:17 Awb), zaken en middelen onderzoeken, waaronder computerapparatuur (artikel 5:18 en 5:19 Awb), en ruimtes betreden, waaronder woningen (artikel 5:15 Awb en artikel 61, lid 2, Wbp).
Indien de Wbp of Wpg niet wordt nageleefd, kan de Autoriteit Persoonsgegevens bestuursdwang toepassen. Hiermee wordt bedoeld dat de Autoriteit Persoonsgegevens met feitelijk handelen kan optreden tegen een illegale situatie, doorgaans op kosten van de overtreder (artikel 65 Wbp en artikel 35, lid 2 Wpg j° artikel 5:21 Awb). Ook kan de Autoriteit Persoonsgegevens een last onder dwangsom opleggen (artikel 5:32 Awb). Een last onder dwangsom kan bijvoorbeeld inhouden dat een verantwoordelijke een gegevensverwerking moet aanpassen of staken binnen een vastgestelde termijn op straffe van een dwangsom van een bepaald geldbedrag per dag. Als de verantwoordelijke niet voldoet aan de last, kan het te betalen geldbedrag oplopen, tot een vooraf vastgesteld maximumbedrag.
Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens
Sinds 1 januari 2016 is de bevoegdheid van de Autoriteit Persoonsgegevens om een bestuurlijke boete op te leggen inzake overtredingen van onder meer de Wbp aanzienlijk uitgebreid.
De keuze van de wetgever om over te gaan tot uitbreiding van de boetebevoegdheid is ingegeven door de wens de sanctiemogelijkheden van de Autoriteit Persoonsgegevens te versterken om de naleving van de Wbp, zowel door bedrijven als overheden, te bevorderen.
125 Kamerstukken II 2014/15, 33 662, nr. 9, p. 4.
Met de uitbreiding van de boetebevoegdheid van de Autoriteit Persoonsgegevens wordt toegegroeid naar het handhavingssysteem uit de toekomstige algemene verordening bescherming persoonsgegevens, die de Wbp als algemene wet zal gaan vervangen.
126 Kamerstukken II 2014/15, 33 662, nr. 9, p. 11.
Ook het voorstel voor de verordening voorziet in de bevoegdheid voor de nationale toezichthouders om boetes op te leggen bij overtreding van de verordening.
De Autoriteit Persoonsgegevens heeft ervoor gekozen om in het kader van de uitbreiding van haar boetebevoegdheid boetebeleidsregels op te stellen die eveneens sinds januari 2016 van kracht zijn.
Met deze boetebeleidsregels beoogt de Autoriteit Persoonsgegevens inzicht te geven in hoe de hoogte van een bestuurlijke boete zal worden bepaald. Daarbij is uitgangspunt dat de hoogte van een boete evenredig moet zijn met het oog op de begane overtreding. In de boetebeleidsregels is gekozen voor een categorie-indeling en bandbreedte-systematiek: de beboetbare bepalingen op de naleving waarvan de Autoriteit Persoonsgegevens toezicht houdt, zijn per wettelijk boetemaximum van € 810.000, € 450.000 of € 20.250 ingedeeld in een aantal boetecategorieën met daaraan verbonden in zwaarte oplopende boetes. Daarnaast wordt inzicht gegeven in de relevante factoren die bepalend zijn voor de hoogte van een boete in het concrete geval.
- Regeling
- Beleidsregels cameratoezicht, College bescherming persoonsgegevens
- Soort
- ZBO-regeling
- Geldend vanaf
- 02-02-2016
- BWB-id
- BWBR0037591
- Versie
- 2016-02-02_0