4.1 — Video-opnames van openbare plaatsen door private organisaties Beleidsregels cameratoezicht, College bescherming persoonsgegevens
Video-opnames van openbare plaatsen door private organisaties
Cameratoezicht op openbare plaatsen in het belang van de handhaving van de openbare orde is uitsluitend voorbehouden aan gemeenten op grond van artikel 151c Gemeentewet. Dit neemt evenwel niet weg dat private organisaties soms ook delen van openbare plaatsen filmen. Private organisaties zijn hiertoe slechts gerechtigd voor zover het in beeld brengen van deze delen van de openbare ruimte onvermijdelijk is ter beveiliging van personen en goederen die aan hun zorg zijn toevertrouwd.
95 Toelichting op het Vrijstellingsbesluit Wbp, Stb. 2001, 250, p. 72.
Op dit cameratoezicht door private organisaties is de Wbp van toepassing. Zie voor een uitwerking van bepalingen van de Wbp hoofdstuk 2 ‘Uitwerking Wbp’ in aanvulling daarop geldt dat het doeleinde van dit cameratoezicht door private organisaties, waarbij delen van openbare plaatsen in beeld worden gebracht, er niet op mag zijn gericht om toezicht te houden op die openbare plaatsen. Voor dit doeleinde zijn immers de gemeenten verantwoordelijk. Als gerechtvaardigd doeleinde kan wel worden aangemerkt de beveiliging van de personen en goederen die aan de zorg van de betreffende private organisaties zijn toevertrouwd. De private organisaties zijn verantwoordelijk voor de verwerking van persoonsgegevens die voor dit doeleinde worden verwerkt. Voorts geldt dat geen grotere delen van de openbare plaatsen in beeld mogen worden gebracht voor zover dat noodzakelijk is om dit doeleinde te bereiken.
Verantwoordelijkheid gemeenten
De burgemeester is belast met de handhaving van de openbare orde (artikel 172, lid 1, Gemeentewet). Ook indien private organisaties cameratoezicht hebben ingesteld op delen van openbare plaatsen, blijft de burgemeester verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde op deze plaatsen.
Op welke wijze de burgemeester invulling kan geven aan zijn verantwoordelijkheid, is afhankelijk van de situatie. Zo is het mogelijk dat de burgemeester (camera)toezicht instelt op de openbare plaatsen die mede door de private organisaties worden gefilmd. Een ander voorbeeld is dat de burgemeester eisen stelt aan de reikwijdte van het cameratoezicht op de openbare plaatsen door private organisaties of aan de wijze waarop betrokkenen over dit cameratoezicht moeten worden geïnformeerd.
Voorts geldt dat de burgemeester bevoegd is om overtredingen van wettelijke voorschriften die betrekking hebben op de openbare orde, te beletten of te beëindigen (artikel 172, lid 2, Gemeentewet). Zo kan de burgemeester optreden ingeval de bepalingen van een Algemene Plaatselijke Verordening worden overtreden door de inzet van het cameratoezicht door private organisaties.
Voorbeeld niet onvermijdelijk Een avondsupermarkt filmt de openbare weg grenzend aan de winkel, omdat daar vaak geluidsoverlast plaatsvindt door uitgaande jongeren. De avondsupermarkt wil deze beelden verstrekken aan de politie en de gemeente zodat zij maatregelen gaan treffen tegen de overlast. De handhaving van de openbare orde is echter voorbehouden aan de gemeente. De avondsupermarkt heeft niet aangetoond dat het cameratoezicht onvermijdelijk is ter beveiliging van personen en goederen die aan zijn zorg zijn toevertrouwd. Dit cameratoezicht is derhalve ongeoorloofd.
Voorbeeld niet onvermijdelijk Een supermarkt heeft bij de ingang van de winkel een camera geplaatst tegen winkeldiefstal. De camera filmt de openbare weg. De supermarkt heeft niet aangetoond waarom video-opnames van alleen de winkel, zoals van de schappen en de kassa’s, onvoldoende effectief is tegen winkeldiefstal. Er is in dit geval geen sprake van een noodzaak om de openbare weg te filmen, zodat dit cameratoezicht ongeoorloofd is.
Voorbeeld onvermijdelijk Een juwelier heeft bij de ingang van de winkel een camera geplaatst tegen beroving. De camera filmt een klein gedeelte van de openbare weg dat direct aan de ingang van de winkel grenst. Dit gedeelte van de openbare weg wordt gefilmd, omdat is gebleken dat overvallers zich vlak voor de winkel vermommen voordat ze de winkel betreden. De juwelier heeft aangetoond dat het onvermijdelijk is om een dit kleine gedeelte van de openbare weg te filmen om zijn zaak goed te kunnen beveiligen. Dit cameratoezicht is derhalve geoorloofd.
Voorbeeld verantwoordelijke private organisatie De beveiliging van een bedrijventerrein is in handen van een stichting. Deze stichting heeft camera’s opgehangen ter beveiliging van haar bedrijventerrein. De betreffende gemeente en de stichting hebben aangegeven dat de stichting verantwoordelijk is voor het cameratoezicht op het bedrijventerrein. Er is geen besluit in de zin van artikel 151c Gemeentewet genomen, omdat het doel van het cameratoezicht niet de handhaving van de openbare orde betreft, maar uitsluitend de beveiliging van private eigendommen en de openbare weg wordt ook niet in beeld gebracht. Het cameratoezicht valt volgens beide partijen buiten de reikwijdte van artikel 151c Gemeentewet, omdat er geen sprake is van wanordelijkheden die de openbare orde verstoren, zoals samenscholing, geluidsoverlast, scheld- en vechtpartijen, bedreigende taal en vandalisme. In dit geval is het regime van de Wbp van toepassing op het ingestelde cameratoezicht. De verantwoordelijke in de zin van de Wbp voor het cameratoezicht op het bedrijventerrein is de stichting.
Voorbeeld publiek-private samenwerking De beveiliging van een bedrijventerrein is in handen van een stichting. Deze stichting heeft camera’s opgehangen ter beveiliging van haar bedrijventerrein. De camera’s filmen ook de openbare weg die grenst aan het bedrijventerrein. In dit geval is het regime van de Wbp van toepassing op het ingestelde cameratoezicht. De verantwoordelijke in de zin van de Wbp voor het cameratoezicht op het bedrijventerrein is de stichting. Ook onder het Wbp-regime kan de betreffende gemeente zich echter niet onttrekken aan haar verantwoordelijkheid voor de openbare weg die in beeld wordt gebracht. De gemeente is een vaste deelnemer bij de overleggen van de stichting en maakt onderdeel uit van het bestuur van de stichting. Deze gemeentelijke invloed is schriftelijk vastgelegd in de statuten van de stichting. De verantwoordelijkheid van de gemeente lijkt in deze situatie voldoende te zijn gewaarborgd.
Voorbeeld publiek-private samenwerking Een eigenaar van een bedrijventerrein heeft camera’s opgehangen ter beveiliging van het terrein. De camera’s filmen ook de openbare weg die grenst aan het bedrijventerrein. Het cameratoezicht valt onder de Wbp en de eigenaar van het terrein is de verantwoordelijke. De eigenaar en de betreffende gemeente hebben een convenant gesloten waarin het doel en de voorwaarden van het cameratoezicht op de openbare weg schriftelijk zijn vastgelegd. Een betrokkene klaagt vervolgens dat een te groot deel van de openbare weg wordt gefilmd (niet noodzakelijk in de zin van artikel 8 Wbp
1 Zie over het noodzakelijkheidsvereiste in de zin van artikel 8 Wbp paragraaf 3.7 ‘Noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit’.). De eigenaar wijst de klacht af met een verwijzing naar het convenant waarin de gemeente de voorwaarden van het cameratoezicht op de openbare weg heeft ‘goedgekeurd’. De eigenaar heeft hiermee de klacht op onjuiste gronden afgewezen. Een convenant kan immers helderheid verschaffen over de wijze waarop partijen invulling geven aan de wettelijke normen, maar vervangt die normen niet. De eigenaar blijft verantwoordelijke in de zin van de Wbp voor de naleving van de Wbp en kan deze verantwoordelijkheid niet afschuiven op de gemeente. De eigenaar had daarom de reikwijdte van het cameratoezicht moeten toetsen aan de Wbp.
- Regeling
- Beleidsregels cameratoezicht, College bescherming persoonsgegevens
- Soort
- ZBO-regeling
- Geldend vanaf
- 02-02-2016
- BWB-id
- BWBR0037591
- Versie
- 2016-02-02_0