wetzoeker

3.8 — Verdere verwerking Beleidsregels cameratoezicht, College bescherming persoonsgegevens

Verdere verwerking

In het algemeen geldt dat persoonsgegevens alleen verder mogen worden verwerkt op een wijze die niet onverenigbaar is met de doeleinden waarvoor ze zijn verkregen. Artikel 151c, lid 9, Gemeentewet bevat hierop een uitzondering: de camerabeelden die in het belang van de handhaving van de openbare orde zijn verzameld, mogen worden verwerkt ten behoeve van de opsporing van een concreet strafbaar feit.

Deze gegevensverstrekking zal uitsluitend mogen plaatsvinden indien een concrete aanleiding bestaat voor de veronderstelling dat op de beelden gegevens staan die noodzakelijk

82 Zie over het begrip noodzakelijkheid en de invulling daarvan paragraaf 3.7 ‘Noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit’.

zijn voor de opsporing van een gepleegd strafbaar feit. Dit betekent dat sprake moet zijn van aanwijzingen dat de opnames die zijn verkregen door middel van cameratoezicht relevant materiaal bevatten. Deze uitzonderingsgrond beperkt zich niet tot persoonsgegevens waaruit een gegeven van een strafbaar feit blijkt. Het beperkt zich evenmin tot verdachten maar kan ook betrekking hebben op het opsporen van getuigen.

83 Kamerstukken II 2003/04, 29 440, nr. 3, p. 13 en 18.

Voorbeeld onverenigbaar Een gemeente heeft video-opnames gemaakt van haar centrum ter handhaving van de openbare orde. De gemeente wil de video-opnames gebruiken voor het online promoten van de gemeente om toeristen aan te trekken. Het gebruik van de video-opnames voor het nieuwe doel (het online promoten van de gemeente) is onverenigbaar met het oorspronkelijke doel van het cameratoezicht (de handhaving van de openbare orde). Het verdere gebruik van de video-opnames is in dit geval dus niet gerechtvaardigd.

Regeling
Beleidsregels cameratoezicht, College bescherming persoonsgegevens
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
02-02-2016
BWB-id
BWBR0037591
Versie
2016-02-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl