wetzoeker

3.13 — Informeren betrokkenen Beleidsregels cameratoezicht, College bescherming persoonsgegevens

Informeren betrokkenen

De aanwezigheid van cameratoezicht op openbare plaatsen in het belang van de handhaving van de openbare orde moet op een duidelijke wijze kenbaar zijn voor een ieder die de desbetreffende openbare plaats betreedt (artikel 151c, lid 6, Gemeentewet).

90 Overigens moet ook de gebiedsaanwijzing van de burgemeester op behoorlijke wijze kenbaar worden gemaakt. Dit besluit moet worden bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze (artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht). Als een gebiedsaanwijzing wordt ingetrokken, moet ook dat besluit bekend worden gemaakt (artikel 3:42, lid 2, Algemene wet bestuursrecht). Zie Kamerstukken II 2012/13, 33 582, nr. 6, p. 12.

Dit betekent dat niet kan worden volstaan met het plaatsen van één bord op een centrale plek binnen het cameragebied. Aan de betrokkenen moet in ieder geval aan de randen van het cameragebied kenbaar worden gemaakt dat zij een cameragebied betreden.

91 Kamerstukken II 2012/13, 33 582, nr. 6, p. 12.

De camera’s zelf hoeven echter niet zichtbaar te zijn. Ook hoeft niet zichtbaar te zijn of de camera’s in werking zijn.

92 Kamerstukken II 2012/13, 33 582, nr. 3, p. 15.

Voorts geldt dat aan het vereiste van kenbaarheid niet alleen moet worden voldaan als er beelden worden vastgelegd, maar ook als sprake is van monitoring en er dus geen opnames worden gemaakt.

93 Kamerstukken II 2003/04, 29 440, nr. 3, p. 17 en zie ook paragraaf 3.2 van deze beleidsregels.

Regeling
Beleidsregels cameratoezicht, College bescherming persoonsgegevens
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
02-02-2016
BWB-id
BWBR0037591
Versie
2016-02-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl