wetzoeker

2.8 — Verdere verwerking 43 Zie voor meer informatie over dit onderwerp WP29, Opinion 03/2013 on purpose limitation, WP203, 2 april 2013. Beleidsregels cameratoezicht, College bescherming persoonsgegevens

Verdere verwerking 43 Zie voor meer informatie over dit onderwerp WP29, Opinion 03/2013 on purpose limitation, WP203, 2 april 2013.

Persoonsgegevens mogen alleen verder worden verwerkt op een wijze die niet onverenigbaar is met de doeleinden waarvoor ze zijn verkregen (artikel 9, lid 1, Wbp). De vraag of er sprake is van verenigbaarheid wordt in ieder geval beoordeeld aan de hand van de volgende factoren (artikel 9, lid 2, Wbp):

1. de verwantschap tussen het doel van de beoogde verwerking en het doel waarvoor de gegevens zijn verkregen;

2. de aard van de betreffende gegevens;

3. de gevolgen van de beoogde verwerking voor de betrokkene;

4. de wijze waarop de gegevens zijn verkregen en

5. de mate waarin jegens de betrokkene wordt voorzien in passende waarborgen.

De opsomming is niet limitatief. Bovendien is geen van deze factoren op zichzelf van doorslaggevende betekenis. Elk van de genoemde factoren moet – mogelijk in samenhang met andere factoren die in het concrete geval als relevant moeten worden beschouwd – in onderling verband worden beoordeeld en gewogen ter beantwoording van de vraag of sprake is van verenigbaar gebruik.

44 Kamerstukken II, 1997/98, 25 892, nr. 3, p. 90.

De eis van verenigbaar gebruik geldt zowel voor de situatie dat persoonsgegevens verder worden verwerkt binnen de organisatie van de verantwoordelijke als buiten de organisatie van de verantwoordelijke, dus als de gegevens worden verstrekt aan derden. Het doet er bij verdere verwerking binnen de organisatie van de verantwoordelijke eveneens niet toe of deze organisatie bestaat uit één of meerdere ondernemingen dan wel om één of meerdere rechtspersonen.

45 Kamerstukken II, 1997/98, 25 892, nr. 3, p. 89-90.

Voorbeeld onverenigbaar Een onderneming heeft medewerkers aangesproken op hun functioneren op basis van camerabeelden van beveiligingscamera’s. Het gebruik van beelden van beveiligingscamera’s voor het controleren van het functioneren van werknemers is onverenigbaar met het oorspronkelijke doel, omdat er geen enkele verwantschap is met het doel van de cameraobservaties, namelijk het waarborgen van de veiligheid van de klant en de medewerker en het zoveel mogelijk voorkomen van winkeldiefstal.

Regeling
Beleidsregels cameratoezicht, College bescherming persoonsgegevens
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
02-02-2016
BWB-id
BWBR0037591
Versie
2016-02-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl