wetzoeker

2.6 — Grondslagen Beleidsregels cameratoezicht, College bescherming persoonsgegevens

Grondslagen

Artikel 8 Wbp noemt zes grondslagen voor het mogen verwerken van persoonsgegevens. Deze zijn, kort weergegeven:

a. ondubbelzinnige toestemming van de betrokkene

36 Zie voor meer informatie over dit onderwerp WP29, Advies 15/2011 over de definitie van ‘toestemming’, WP187, 13 juli 2011.

;

b. uitvoering van een overeenkomst;

c. wettelijke verplichting;

d. vrijwaring van een vitaal belang van de betrokkene;

e. publiekrechtelijke taak;

f. gerechtvaardigd belang, tenzij het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de betrokkene prevaleert

37 Zie voor meer informatie over dit onderwerp WP29,

Advies 06/2014 over het begrip "gerechtvaardigd belang van de voor de gegevensverwerking verantwoordelijke" in artikel 7 van Richtlijn 95/46/EG, WP217, 9 april 2014.

.

De gegevensverwerking moet op (minimaal) één van deze grondslagen berusten. Artikel 8 Wbp behelst bovendien dat bij elke verwerking moet zijn voldaan aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit.

38 Kamerstukken II 1997/98, 25 892, nr. 3, p. 80.

Hieronder, in paragraaf 2.7, wordt nader ingegaan op deze beginselen.

Vrijwaring van een vitaal belang

De grondslag ‘vrijwaring van een vitaal belang’ (sub d) zal voor cameratoezicht ter beveiliging van personen en goederen meestal niet gelden. Deze grondslag moet namelijk eng worden geïnterpreteerd: er moet een dringende medische noodzaak aanwezig zijn om de gegevens van de betrokkene te verwerken. Het moet gaan om een zaak van leven of dood.

39 Als voorbeeld kan de situatie gelden dat terstond medische hulp nodig is naar aanleiding van een ongeval van de betrokkene waarbij deze buiten bewustzijn is geraakt. Kamerstukken II 1997/98, 25 892, nr. 3, p. 84.

Publiekrechtelijke taak

Aan bestuursorganen zijn bij of krachtens de wet publiekrechtelijke taken toegekend. Voor een goede vervulling van een publiekrechtelijke taak kan het noodzakelijk zijn dat het betreffende bestuursorgaan cameratoezicht instelt (sub e).

Gerechtvaardigd belang

Voor cameratoezicht ter beveiliging van personen en goederen zou de grondslag ‘gerechtvaardigd belang’ (sub f) kunnen gelden. Het belang van de verantwoordelijke om cameratoezicht in te stellen moet dan zwaarder wegen dan de belangen van de betrokkenen. Tevens moet zijn voldaan aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit.

Voorbeeld geen gerechtvaardigd belang Een onderneming heeft Mystery Shopping met verborgen camera’s ingezet. De camera’s filmen het personeel in het kader van een training. De onderneming beroept zich op de grondslag ‘gerechtvaardigd belang’ (artikel 8, sub f, Wbp). Voor een geslaagd beroep op een gerechtvaardigd belang, moeten de belangen van de onderneming zwaarder wegen dan de belangen van het personeel. De inbreuk op de privacy van werknemers is bij deze methode echter dermate groot, dat het belang van de onderneming om het personeel te trainen middels heimelijk cameraobservatie ondergeschikt is aan het belang van het personeel om zijn werk uit te voeren zonder onderworpen te zijn aan heimelijke cameraobservaties. Het beroep op de grondslag ‘gerechtvaardigd belang’ slaagt in dit geval dus niet.

Regeling
Beleidsregels cameratoezicht, College bescherming persoonsgegevens
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
02-02-2016
BWB-id
BWBR0037591
Versie
2016-02-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl