2.11 — Bijzondere persoonsgegevens Beleidsregels cameratoezicht, College bescherming persoonsgegevens
Bijzondere persoonsgegevens
De Wbp noemt in artikel 16 persoonsgegevens die als bijzonder worden aangemerkt gelet op hun gevoelige karakter. Het betreft de persoonsgegevens over iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven en lidmaatschap van een vakvereniging alsmede strafrechtelijke persoonsgegevens en persoonsgegevens over onrechtmatig of hinderlijk gedrag in verband met een opgelegd verbod naar aanleiding van dat gedrag.
50 Kamerstukken II 1997/98, 25 892, nr. 3, p. 122.
Als hoofdregel geldt dat de verwerking van voornoemde bijzondere persoonsgegevens niet is toegestaan. De artikelen 17 tot en met 23 Wbp bevatten een ontheffing van dit algemene verwerkingsverbod. Eerst worden de bijzondere ontheffingen genoemd (artikel 17 tot en met 22 Wbp) en daarna een algemene slotbepaling (artikel 23 Wbp). Deze artikelen legitimeren niet een gegevensverwerking van bijzondere persoonsgegevens, maar zij doorbreken slechts een verbod. Vervolgens zal dus aan de hand van de overige bepalingen van de Wbp moeten worden vastgesteld of de gegevensverwerking in het concrete geval rechtmatig is.
51 Kamerstukken II 1997/98, 25 892, nr. 3, p. 101.
Op camerabeelden van personen zijn de fysieke kenmerken van die personen zichtbaar. Zo is bijvoorbeeld zichtbaar of iemand een bril draagt (wat iets zegt over zijn visuele gezondheid) of een hoofddoek (wat iets kan zeggen over godsdienstige overtuiging). Tevens kan iemands ras van de camerabeelden worden afgeleid.
52 Kamerstukken II 1997/98, 25 892, nr. 3, p. 105 en HR 23 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK6331, r.o. 2.6.
Dit zou in de praktijk – strikt genomen – betekenen dat álle camerabeelden van personen bijzondere persoonsgegevens zijn. Daarvoor zal in veel gevallen geen uitzondering te vinden zijn in artikel 17 tot en met 23 Wbp, terwijl het betreffende cameratoezicht an sich niet als onaanvaardbaar hoeft te worden aangemerkt, hetgeen ook in latere rechtspraak duidelijk wordt.
53 Zie onder andere: de Hoge Raad in HR 21 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL7688.
Ook in de Algemene verordening gegevensbescherming wordt dit genuanceerd: ‘The processing of photographs will not systematically be a sensitive processing (...).’
54 Zie: overweging 41 van de Algemene verordening gegevensbescherming.
Gelet hierop beschouwt de Autoriteit Persoonsgegevens camerabeelden van een persoon thans, ook om opportuniteitsredenen, niet als bijzondere persoonsgegevens als:
• het doeleinde van de verwerking niet gericht is op het verwerken van bijzondere persoonsgegevens dan wel op het onderscheid maken op grond van een bijzonder persoonsgegeven,
• het voor de verantwoordelijke redelijkerwijs niet voorzienbaar is dat de verwerking zal leiden tot het maken van onderscheid op grond van een bijzonder persoonsgegeven, en
• de verwerking van die bijzondere persoonsgegevens onvermijdelijk is bij die verwerking.
Indien de verwerking van camerabeelden echter identificatie tot doel heeft, worden deze beelden wel als een rasgegeven aangemerkt.
Overigens zal het cameratoezicht ter beveiliging van personen of goederen op basis van de bovenstaande criteria meestal wel worden aangemerkt als strafrechtelijke gegevens in de zin van artikel 16 en 22 Wbp, aangezien het doeleinde van de verwerking (mede) gericht zal zijn op het verwerken van strafrechtelijke gegevens. Bovendien zal het voor de verantwoordelijke redelijkerwijs voorzienbaar zijn dat het cameratoezicht ertoe zal leiden dat er onderscheid wordt gemaakt ten aanzien van een betrokkene die een strafbaar feit begaat. Het verbod om strafrechtelijke gegevens te verwerken is echter niet van toepassing op de verantwoordelijke die deze gegevens verwerkt ter bescherming van zijn belangen voor zover het gaat om strafbare feiten die zijn of op grond van feiten en omstandigheden naar verwachting zullen worden gepleegd jegens hem of jegens personen die in zijn dienst zijn
55 Kamerstukken II, 1997/98, 25 892, p. 120.
(artikel 22, lid 2, sub b, Wbp
56 Artikel 22, lid 2, sub b, Wbp luidt:
Het verbod is niet van toepassing op de verantwoordelijke die deze gegevens ten eigen behoeve verwerkt ter:
(...)
b. bescherming van zijn belangen voor zover het gaat om strafbare feiten die zijn of op grond van feiten en omstandigheden naar verwachting zullen worden gepleegd jegens hem of jegens personen die in zijn dienst zijn.
).
Op basis van de bovenstaande criteria zal cameratoezicht ter beveiliging van personen of goederen meestal niet worden aangemerkt als een verwerking van persoonsgegevens over iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven en lidmaatschap van een vakvereniging als bedoeld in artikel 16 Wbp.
Voorbeeld gezondheidsgegevens die volgens criteria niet worden beschouwd als bijzondere persoonsgegevens In de hal van een ziekenhuis vindt cameratoezicht plaats ter beveiliging van de bezoekers en goederen van het ziekenhuis. Het feit dat iemand met krukken loopt of in een rolstoel zit is een gegeven over iemands fysieke welzijn en daarmee een gegeven omtrent iemands gezondheid. De camerabeelden worden in dit geval evenwel niet aangemerkt als bijzondere persoonsgegevens in de zin van artikel 16 en 21 Wbp (gezondheidsgegevens), gelet op de invulling van de bovenstaande criteria: • Het doel van het cameratoezicht is niet gericht op het vastleggen van gezondheidsgegevens van de bezoekers, maar op beveiliging. Ook wordt middels het cameratoezicht geen onderscheid gemaakt op basis van de gezondheid van de bezoekers. • Het is voor het ziekenhuis redelijkerwijs niet voorzienbaar dat het cameratoezicht zal leiden tot het maken van onderscheid. • Het verwerken van de gezondheidsgegevens van de bezoekers van het ziekenhuis is onvermijdelijk bij de inzet van cameratoezicht in een ziekenhuis.
Voorbeeld rasgegevens die volgens criteria niet worden beschouwd als bijzondere persoonsgegevens In een winkel vindt cameratoezicht plaats ter beveiliging van de bezoekers en goederen van de winkel. Van de camerabeelden is het ras van de bezoekers af te leiden. De camerabeelden worden in dit geval evenwel niet aangemerkt als bijzondere persoonsgegevens in de zin van artikel 16 en 18 Wbp (rasgegevens), gelet op de invulling van de bovenstaande criteria: • Het doel van het cameratoezicht is niet gericht op het vastleggen van de rasgegevens van de bezoekers, maar op beveiliging. Ook wordt middels het cameratoezicht geen onderscheid gemaakt op basis van het ras van de bezoekers. • Het is voor de winkelier redelijkerwijs niet voorzienbaar dat het cameratoezicht zal leiden tot het maken van onderscheid op basis van een bijzonder persoonsgegeven. • Het verwerken van de rasgegevens van de bezoekers van de winkel is onvermijdelijk bij de inzet van cameratoezicht in een winkel. • De verwerking van de camerabeelden heeft geen identificatie tot doel.
- Regeling
- Beleidsregels cameratoezicht, College bescherming persoonsgegevens
- Soort
- ZBO-regeling
- Geldend vanaf
- 02-02-2016
- BWB-id
- BWBR0037591
- Versie
- 2016-02-02_0