1.2 — Aandachtspunten (deel 1) Beleidsregels cameratoezicht, College bescherming persoonsgegevens
Aandachtspunten
Hieronder volgen nog een tweetal punten waar een verantwoordelijke aan zou moeten denken bij de inzet van cameratoezicht.
Privacy impact assessment (PIA)
Het (laten) uitvoeren van een PIA kan de verantwoordelijke helpen om te voldoen aan voornoemde uitgangspunten en de toepasselijke wettelijke normen. Een PIA is een hulpmiddel voor een verantwoordelijke om door middel van een vragenlijst de privacyrisico’s van een (voorgenomen) verwerking in kaart te brengen. Verschillende brancheorganisaties hebben handreikingen voor het uitvoeren van een PIA opgesteld.
Aan de hand van een PIA kan de verantwoordelijke de risico’s beoordelen die de verwerking van persoonsgegevens door middel van een camera met zich meebrengt voor de rechten en vrijheden van de betrokkenen. Ook kan hij aan de hand van een PIA maatregelen treffen om deze risico’s te beperken. Hierdoor kan de verantwoordelijke de negatieve gevolgen die deze verwerking met zich mee kunnen brengen voor de betrokkenen, maar ook voor hemzelf, zo veel mogelijk beperken. Een PIA is het meest doeltreffend als deze wordt uitgevoerd voordat een camera wordt ingezet. Ook als de omstandigheden met betrekking tot de inzet van een camera wijzigen (bijvoorbeeld een wijziging van de doeleinden of de omvang van het toezicht of hetgeen er met de camerabeelden zal worden gedaan), is het raadzaam om opnieuw een PIA uit te voeren.
16 Zie voor meer informatie over het uitvoeren van een PIA de website van de Autoriteit Persoonsgegevens: autoriteitpersoonsgegevens.nl.
Uitzondering persoonlijk en huishoudelijk gebruik
De Wbp, waarin de eerder genoemde uitgangspunten zijn opgenomen, is niet van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door middel van een camera ten behoeve van activiteiten met uitsluitend persoonlijke of huishoudelijke doeleinden (artikel 2, lid 2, sub a, Wbp). Het huiselijk gebruik ziet op de situatie dat in een gezinssituatie persoonsgegevens worden verwerkt. Ook wanneer meerdere personen die gezamenlijk een huishouden voeren, gebruik maken van deze gegevens, is de Wbp niet van toepassing. Om een beroep te doen op deze uitzondering moet het wel gaan om een duidelijk bepaalbare groep van personen.
17 Kamerstukken II 1997/98, 25 892. nr. 3, p. 70.
Het persoonlijk gebruik ziet zowel op de situatie buiten het werk als daarbinnen. Veel beroepsbeoefenaars houden eigen lijstjes bij, bijvoorbeeld adressenbestanden van personen met wie zij regelmatig contact onderhouden. Zij hebben het karakter van een geheugensteun en deze vallen daarmee onder de uitzondering van het persoonlijk gebruik. Ook camerabeelden gemaakt ter beveiliging in een woning vallen onder deze uitzondering.
18 HvJ EU 11 december 2014, C-212/13 (Ryneš/ Úřad pro ochranu osobních údajů).
Zodra deze verwerking beoogd is voor gebruik door een onbepaald aantal personen, is de Wbp van toepassing.
19 Kamerstukken II 1997/98, 25 892. nr. 3, p. 70.
Hiervan is bijvoorbeeld sprake indien de camerabeelden op het internet worden geplaatst.
20 HvJ EG 6 november 2003, C-101/01 (Lindqvist), overweging 47.
Voor betrokkenen is het van belang dat indien de Wbp van toepassing is (en dus geen sprake is van een gebruik voor uitsluitend persoonlijke of huishoudelijke doeleinden) dat zij hun rechten (in de zin van de Wbp) kunnen uitoefenen. Te denken valt aan het recht op inzage, om te corrigeren of te verwijderen. Bij het ongewenst plaatsen van camerabeelden op internet, waarbij de betrokkene in beeld komt, kan de betrokkene bij diegene die deze beelden op internet heeft geplaatst (de verantwoordelijke) verzoeken om verwijdering.
In december 2014 heeft het Hof van Justitie een uitspraak gedaan over de uitzondering persoonlijk en huishoudelijk gebruik. Deze uitspraak stelt voorwaarden aan – of de uitzondering wel/niet van toepassing is – het doorlopend vastleggen van (gedeelten) van openbare ruimte met een vaste/statische camera voor het doeleinde: beveiliging van personen, gebouwen, terreinen, zaken en productieprocessen.
21 HvJ EU 11 december 2014, C-212/13 (Ryneš/ Úřad pro ochranu osobních údajů), overweging 36.
Voor het deel openbare ruimte dat gefilmd wordt voor beveiligingsdoeleinden, heeft het Hof van Justitie bepaald dat geen sprake is van activiteiten met uitsluitend persoonlijke of huishoudelijke doeleinden, en daarmee is de Wbp dus onverkort van toepassing.
22 HvJ EU, 11 december 2014, C-212/13 (Ryneš/ Úřad pro ochranu osobních údajů), overweging 33 en 35.
De camera is immers geplaatst met als doel de beveiliging van de woning en dat kan in beginsel niet samenvallen met het doeleinde persoonlijk en huishoudelijk gebruik. De bewoner (verantwoordelijke) dient een grondslag in de zin van artikel 8 Wbp voor zijn verwerking te hebben. Dit zou het gerechtvaardigde belang (artikel 8 aanhef en onder f Wbp) kunnen zijn: de bewoner kan een gerechtvaardigd belang hebben om een deel van de openbare ruimte te filmen ter beveiliging van personen, gebouwen, terreinen, zaken en productieprocessen.
Voorbeeld uitsluitend persoonlijk of huishoudelijk gebruik Een woningeigenaar wil een camera ophangen in zijn woning ter beveiliging van zijn gezin en eigendommen. De camera zal alleen het interieur van de woning filmen. Er is in dit geval sprake van uitsluitend persoonlijk of huishoudelijk gebruik. De bepalingen uit de Wbp zijn daarom niet van toepassing.
Voorbeeld uitsluitend persoonlijk of huishoudelijk gebruik Een woningeigenaar wil een camera ophangen in zijn tuin ter beveiliging van zijn gezin en eigendommen. De camera zal alleen de tuin en niet de openbare weg filmen. Er is in dit geval sprake van uitsluitend persoonlijk of huishoudelijk gebruik. De bepalingen uit de Wbp zijn daarom niet van toepassing.
Voorbeeld geen uitsluitend persoonlijk of huishoudelijk gebruik Een woningeigenaar wil een camera ophangen in zijn woning ter beveiliging van zijn gezin en eigendommen. De woningeigenaar heeft een kapsalon aan huis. De camera zal ook de klanten van de kapsalon filmen. Daarmee raakt het cameratoezicht buiten de privésfeer van de woningeigenaar, waardoor er geen sprake van uitsluitend persoonlijk of huishoudelijk gebruik. De woningeigenaar moet daarom voldoen aan de bepalingen van de Wbp.
Voorbeeld geen uitsluitend persoonlijk of huishoudelijk gebruik Een woningeigenaar wil een camera ophangen in zijn tuin ter beveiliging van zijn gezin en eigendommen. De camera zal de tuin en de openbare weg die grenst aan de tuin filmen. Omdat hier de openbare weg wordt gefilmd en er sprake is van filmen voor beveiligingsdoeleinden is de uitspraak van het Hof van Justitie
1 HvJ EU 11 december 2014, C-212/13 (Ryneš/ Úřad pro ochranu osobních údajů), overweging 33 en 35. hier van toepassing. Er is dus geen sprake is van uitsluitend persoonlijk of huishoudelijk gebruik. Op het filmen van de openbare ruimte is de Wbp onverkort van toepassing.
Voorbeeld uitsluitend persoonlijk of huishoudelijk gebruik Een persoon wil een camera aan zijn jas bevestigen (een zogenoemde ‘bodycam’) en daarmee de omgeving voor zichzelf filmen wanneer hij op straat loopt. Op deze beelden zullen ook andere mensen in beeld worden gebracht. Er is sprake van uitsluitend persoonlijk of huishoudelijk gebruik, omdat deze persoon de camerabeelden niet verder verstrekt aan derden. De bepalingen uit de Wbp zijn daarom niet van toepassing.
Voorbeeld geen uitsluitend persoonlijk of huishoudelijk gebruik Een moeder maakt met haar smartphone een film van haar kinderen in de openbare speeltuin. Op deze camerabeelden worden ook andere kinderen in beeld gebracht. Deze moeder zet deze camerabeelden bij thuiskomst op YouTube. Daarmee raakt het cameratoezicht buiten de privésfeer van deze moeder, waardoor er geen sprake van uitsluitend persoonlijk of huishoudelijk gebruik is. De Wbp is van toepassing.
- Regeling
- Beleidsregels cameratoezicht, College bescherming persoonsgegevens
- Soort
- ZBO-regeling
- Geldend vanaf
- 02-02-2016
- BWB-id
- BWBR0037591
- Versie
- 2016-02-02_0