4.1.1 — Criteria m.b.t. de aanvrager Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Addressing Root Causes Fund 2016–2021)
Criteria m.b.t. de aanvrager
D.1. De aanvrager (of in het geval van een alliantie: de penvoerder) en eventuele mede- indieners is (zijn) een Nederlandse, internationale of lokale non-gouvernementele organisatie (ngo) zonder winstoogmerk en bezit(ten) rechtspersoonlijkheid.
• Onder ngo wordt verstaan een niet op winst gerichte en niet door een overheidsinstantie opgerichte of aan een overheidsinstantie statutair of feitelijk verbonden organisatie die beschikt over rechtspersoonlijkheid naar burgerlijk recht in het land waar de ngo statutair gevestigd is.
• Onder Nederlandse ngo wordt verstaan: opgericht in Nederland, volgens Nederlands recht en statutair in Nederland gevestigd.
• Onder lokale ngo wordt verstaan: een organisatie die statutair is gevestigd in het land waarin de beoogde activiteiten worden uitgevoerd (doelland). Vanwege het conflict in Syrië is het de afgelopen jaren lastig gebleken voor lokale ngo’s om zich statutair te vestigen in Syrië. Daarom geldt voor lokale Syrische ngo’s de volgende definitie: een organisatie die statutair is gevestigd in Syrië, Jordanië, Libanon of Turkije en alleen activiteiten in Syrië uitvoert.
• Onder internationale ngo wordt verstaan: een organisatie die statutair buiten de grenzen van Nederland en het gekozen doelland is gevestigd en in minimaal twee landen activiteiten implementeert, waarbij de ngo in de periode 2013-2015, of in geval het jaarverslag en/of de jaarrekening voor het jaar 2015 nog niet gereed zijn, de periode 2012–2014, minimaal € 500.000 per jaar buiten het land van vestiging heeft besteed.
• In het geval van een alliantie omvat de aanvraag een, door alle alliantieleden, getekende samenwerkingsovereenkomst, waarin in ieder geval afspraken zijn neergelegd over (i) de wijze waarop elk van de partijen bijdraagt aan de werkzaamheden van het samenwerkingsverband, (ii) de wijze waarop de besluitvorming in het samenwerkingsverband plaatsvindt, (iii) de wijze waarop de kosten en de risico’s worden gedeeld over de deelnemers en (iv) de wijze waarop de naleving van de aan een subsidie verbonden verplichtingen jegens de minister is gewaarborgd, inclusief de zorg voor gezamenlijke geaggregeerde rapportages.
D.2. De aanvrager of de penvoerder heeft in de periode 2011–2015, of in geval het jaarverslag en/of de jaarrekening voor het jaar 2015 nog niet gereed zijn, de periode 2010–2014, ten minste drie jaar ervaring met het uitvoeren van programma’s in het doelland voor een budget van:
• in het geval van een Nederlandse of internationale ngo minimaal € 500.000 per jaar.
• in het geval van een lokale ngo minimaal € 200.000 per jaar.
D.3. De aanvrager toont aan dat vanaf 1 januari 2016 ten minste 25% van de jaarlijkse inkomsten afkomstig is uit bronnen anders dan subsidies en/of bijdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (incl. ambassades). Subsidies verkregen uit het ARC-fonds zullen nooit meer dan 75% van de totale jaarlijkse inkomsten van de organisatie bedragen. De aannemelijkheid wordt onderbouwd aan de hand van de financiële verslaglegging over de periode 2012–2014.
• In het geval van een alliantie geldt dit criterium voor de gehele alliantie. Dat wil zeggen dat indien één van de alliantieleden minder dan 25% van de jaarlijkse inkomsten uit andere dan BZ-bijdragen verwerft, dit kan worden gecompenseerd door een andere partij uit de alliantie.
• Gelden die direct of indirect worden verkregen ten laste van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (bijvoorbeeld een subsidie of bijdrage van een Nederlandse ambassade) tellen niet mee bij het bepalen van de omvang van de eigen inkomsten maar wel bij het bepalen van de omvang van de jaarlijkse inkomsten.
D.4.
A. De maximale bezoldiging van de individuele leden van het management en bestuur van de aanvrager/penvoerder en mede-indieners gevestigd in de EU bedraagt met ingang van het tijdvak waarvoor de subsidie wordt aangevraagd per kalenderjaar ten hoogste € 168.000 op grond van een 36-urige werkweek. Genoemd bedrag bestaat naast de beloning (de som van de periodiek betaalde beloningen en bonusbetalingen) ook uit de belastbare vaste en variabele onkostenvergoedingen en beloningen betaalbaar op termijn, zoals vakantiegeld, een 13e maand, werkgeversdeel pensioenbijdrage e.a. Voor EU lidstaten die geen gebruik maken van de euro geldt dat omrekening van de lokale valuta naar de euro geschiedt op grond van de spotrates die door het ministerie worden gehanteerd met ingang van 1 januari 2016. De koerslijst van deze spotrates is toegevoegd als annex 2 bij het beleidskader.
B. Gelet op de koopkrachtgegevens gepubliceerd door EUROSTAT (GDP PPS)
37 * EUROSTAT, http://ec.europa.eu/eurostat/tgm/table.do?tab=table&init=1&language=en&pcode=tec00114&plugin=1
geldt voor aanvragers/penvoerders en mede-indieners gevestigd in de volgende landen een aangepaste norm, op grond van het algemene inkomensniveau in de betreffende landen
38 Berekend aan de hand van de spotrates die door het ministerie worden gehanteerd met ingang van 1 januari 2016. De koerslijst van deze spotrates is toegevoegd als annex II van het beleidskader.
:
a. Noorwegen: NRK 2.153.538 – € 228.275
b. Zwitserland: SFR 227.547 – € 207.750
c. Japan: YEN 22.192.867 – € 168.000
d. VS/Canada: USD 207.205 – € 189.800
C. De maximale bezoldiging van de individuele leden van management en bestuur van de aanvrager/penvoerder en mede-indieners gevestigd in landen anders dan EU lidstaten, Noorwegen, Zwitserland, Japan, de VS en Canada staat met ingang van het tijdvak waarvoor subsidie wordt gevraagd in redelijke verhouding tot het niveau van de functie, de geografische ligging en de omvang en complexiteit van de organisatie.
D.5. De aanvrager heeft de beschikking over een kantoor in het land waarvoor de subsidie wordt aangevraagd – al dan niet via partnerorganisaties. In het geval van een alliantie dienen één of meerdere alliantiepartners over een kantoor te beschikken.
D.6. De aanvrager/penvoerder is in staat tot adequaat financieel beheer en kan door ervaringsdeskundigheid met betrekking tot de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd een doelgerichte en doelmatige uitvoering van de activiteiten waarborgen.
- Regeling
- Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Addressing Root Causes Fund 2016–2021)
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 15-02-2017
- BWB-id
- BWBR0037540
- Versie
- 2017-02-15_0