wetzoeker

2.1.3 — Selectie aanvragen en verdeling van de beschikbare middelen Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Addressing Root Causes Fund 2016–2021)

Selectie aanvragen en verdeling van de beschikbare middelen

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie uit het ARC-fonds dient de kwaliteit van zowel trackrecord als conceptnotitie van een aanvraag in elk geval voldoende te zijn, ten einde te kunnen worden geselecteerd als één van de aanvragen die in fase II nader mogen worden uitgewerkt. Wanneer er voor één of meerdere landen geen voorstellen binnenkomen die minimaal voldoende scoren op trackrecord en conceptnotitie, behoudt de minister de mogelijkheid om geen activiteiten in de desbetreffende landen te financieren.

De minister selecteert in fase I maximaal 36 aanvragen (al dan niet in alliantieverband). Aanvragen die het beste voldoen aan de criteria m.b.t. de kwaliteit van trackrecord en conceptnotitie komen hiervoor als eerste in aanmerking, waarbij rekening wordt gehouden met een evenwichtige spreiding van deze aanvragen en de beschikbare middelen over de landen en binnen de landen op de landendoelstellingen zoals per land geformuleerd in annex 1 van het beleidskader.

Indien er in annex 1 voor doellanden onderscheid is gemaakt in prioritaire en secundaire landendoelstellingen dan genieten aanvragen die zich op prioritaire landendoelstellingen richten voorrang op aanvragen die zich op secundaire landendoelstellingen richten.

Indien er in annex 1 binnen landen prioritaire regio’s zijn aangewezen en de aanvraag richt zich in het desbetreffende land op andere regio’s dan de prioritaire regio’s, dan genieten aanvragen die zich op de prioritaire regio’s richten voorrang.

Indien er voor een doelland onderscheid is gemaakt tussen prioritaire en secundaire landendoelstellingen en er prioritaire regio’s zijn aangewezen, dan genieten aanvragen voor prioritaire regio’s, maar gericht op secundaire landendoelstellingen, voorrang op aanvragen gericht op prioritaire landendoelstellingen in andere regio’s dan de prioritaire regio’s.

Dit geldt ook als de kwaliteit van de aanvragen gericht op de secundaire landendoelstellingen en niet-prioritaire regio’s hoger is dan de kwaliteit van de aanvragen die zich wel op de prioritaire landendoelstellingen en regio’s richten (mits wel van voldoende kwaliteit).

Bij gelijke kwaliteit genieten aanvragen van allianties voorrang boven aanvragen van zelfstandige aanvragers.

Dit betekent dat bij de selectie van de aanvragen en de verdeling van de middelen het mogelijk is dat een aanvraag voldoende scoort en toch wordt afgewezen omdat het budget niet toereikend is om alle aanvragen die van voldoende kwaliteit zijn gebleken te kunnen honoreren, en/of omdat er onvoldoende sprake was van een evenwichtige spreiding over de landen en binnen de landen over de landendoelstellingen, en/of omdat andere voorstellen voorrang kregen op grond van prioritaire doelstellingen, regio’s of alliantievorming.

Uiterlijk 13 mei 2016 neemt de minister een besluit over de aanvragen en wordt aan de aanvragers gecommuniceerd of zij al dan niet zijn geselecteerd voor fase II.

Aan aanvragers/allianties die geselecteerd zijn, wordt een maximum indicatief richtbedrag gemeld. Dit bedrag is gebaseerd op het aantal geselecteerde aanvragers, het aangevraagde subsidiebedrag, de kwaliteit van het trackrecord en de conceptnotitie, waarbij rekening wordt gehouden met de mate waarin aan de criteria betreffende deze onderdelen van de aanvraag zal zijn voldaan, en de geografische en thematische verdeling van de aanvragen en de beschikbare middelen.

Op basis van dit bedrag werken geselecteerde aanvragers/allianties in fase II een programmadocument uit.

Voorafgaand aan de start van fase II publiceert het ministerie de richtlijnen voor de in fase II op te stellen programmadocumenten en de criteria waarop deze beoordeeld worden. Hoewel het de intentie is om alle aanvragers/allianties die voor fase II zijn geselecteerd aan het einde van fase II subsidie toe te kennen, zal eerst, in voldoende mate, aan de criteria voor het programmadocument moeten worden voldaan. Indien het opgestelde programmadocument er aanleiding toe geeft, kan ook het uiteindelijke verleende subsidiebedrag lager uitvallen dan het in fase I gecommuniceerde richtbedrag (naar boven bijstellen is niet mogelijk).

21 Zie ook artikel 14 lid 1 Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken: Subsidie wordt slechts verstrekt voor de noodzakelijke kosten van de voorgenomen activiteiten in het licht van de beoogde doelstellingen en resultaten voor zover redelijkerwijs niet gevergd kan worden dat deze uit eigen middelen of anderszins bekostigd worden.

Regeling
Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Addressing Root Causes Fund 2016–2021)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
15-02-2017
BWB-id
BWBR0037540
Versie
2017-02-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl