wetzoeker

Artikel 5.6 Erfgoedwet

Het verrichten van opgravingen

1 Een certificaathouder meldt de aanvang van een opgraving aan Onze Minister.

2 Binnen twee weken na voltooiing van de opgraving meldt een certificaathouder aan Onze Minister de eerste bevindingen.

3 Een certificaathouder conserveert de aangetroffen archeologische vondsten en draagt deze, alsmede de daarbij behorende opgravingsdocumentatie, binnen twee jaar na voltooiing van de opgraving over aan de eigenaar.

4 Binnen twee jaar na voltooiing van een opgraving legt een certificaathouder aan Onze Minister, aan de eigenaar en aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de opgraving heeft plaatsgevonden het rapport, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, over.

5 Onze Minister kan ontheffing verlenen van de voorschriften, bedoeld in het tweede tot en met vierde lid, voor zover een certificaathouder in een geval redelijkerwijs niet in staat is aan een voorschrift te voldoen.

Regeling
Erfgoedwet
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0037521
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl