wetzoeker

5.1 — Het wederkerige toestemmingsvereiste Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, dividendbelasting, Algemene wet inzake rijksbelastingen, commanditaire vennootschap; het toestemmingsvereiste

Het wederkerige toestemmingsvereiste

Voor het stapelen van personenvennootschappen, geldt in beginsel een wederkerig toestemmingsvereiste om het fiscaal transparante karakter van de samenwerkingsverbanden te waarborgen. Het wederkerige toestemmingsvereiste is een gevolg van het feit dat de participanten van het deelnemende samenwerkingsverband fiscaal geacht worden ook ieder individueel deel te nemen in het onderliggende samenwerkingsverband. Een belangrijk onderscheid tussen een fiscaal transparant en een fiscaal niet-transparant samenwerkingsverband is de persoonlijke band tussen de verschillende participanten. Het wederkerige toestemmingsvereiste is een invulling van deze persoonlijke band die een besloten samenwerkingsverband kenmerkt.

Voorbeeld

Het wederkerige toestemmingsvereiste leidt bij gestapelde cv’s tot de volgende invulling.

Besloten cv als commanditair vennoot in een andere besloten cv.

Een besloten cv (CV I) is commanditair vennoot in een andere besloten cv (CV II). Om het besloten karakter van CV II te waarborgen, is voor de toetreding en vervanging van de commanditaire vennoten in CV II de toestemming van alle vennoten van CV II vereist. Dit betekent dat alle vennoten – zowel de beherende, als de commanditaire vennoten van CV II en CV I – toestemming moeten verlenen.

Als bijvoorbeeld tot CV I een beherend of commanditair vennoot toetreedt, wordt deze vennoot ook geacht als commanditair vennoot van CV II toe te treden. Om het besloten karakter van CV II te waarborgen, is voor deze toetreding, naast de toestemming van alle vennoten van CV II, dus ook de toestemming van alle vennoten van CV I vereist.

Besloten cv als beherend vennoot in een andere besloten cv.

Een besloten cv (CV I) neemt als beherend vennoot deel in CV II. Voor het besloten karakter van een cv is het niet van belang dat voor de toetreding of vervanging van een beherend vennoot de toestemming van alle overige vennoten wordt verkregen (artikel 2, derde lid, onderdeel c, van de AWR). Voor de toetreding of vervanging van een beherend of commanditair vennoot van CV I betekent dit dat geen toestemming van de vennoten van CV II is vereist. Daarentegen is voor de toetreding of vervanging van een commanditair vennoot van CV II wel de toestemming van alle vennoten van CV I vereist.

Ten slotte wordt opgemerkt dat het besloten karakter van een cv waarin wordt deelgenomen door een andere besloten cv, kan worden gewaarborgd zonder dat de commanditaire vennoten van de deelnemende cv rechtstreeks hun individuele toestemming verlenen. De oplossing kan worden gezocht in de onderlinge contractuele verhoudingen tussen de vennoten van de deelnemende cv. Denkbaar is dat in een beheerovereenkomst tussen de beherend vennoot en de commanditaire vennoten van de deelnemende cv wordt overeengekomen dat de beherend vennoot de toestemming verleent namens de deelnemende cv onder de voorwaarde dat daaraan voorafgaand alle andere vennoten individueel hebben aangegeven hun toestemming voor die specifieke overdracht te willen verlenen.

Regeling
Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, dividendbelasting, Algemene wet inzake rijksbelastingen, commanditaire vennootschap; het toestemmingsvereiste
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0037431
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl