wetzoeker

Artikel 9 — Verblijven Beleidsregel kwaliteit opvang diersoorten

Verblijven

1. Het beleid omtrent het verblijf, bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel e, bevat een op de diersoort of diercategorie op basis van fysiologische en ethologische overeenkomsten toegespitste omschrijving van hetgeen als een geschikt verblijf wordt gezien. Daarbij wordt in ieder geval, overeenkomstig artikel 3.12, eerste lid, van het Besluit houders van dieren, rekening gehouden met:

a. het soorteigen gedrag van de diersoorten;

b. de (sociale) levenswijze van de dieren, rekening houdend met de mogelijkheden van het individuele dier; en

c. de behoefte van het individuele dier in de verschillende fasen van het proces tot herstel wanneer het gaat om een verweesd, lichamelijk, psychisch ziek of gewond dier.

2. In aanvulling op het eerste lid bevat het beleid ingeval het dieren betreft van van nature in Nederland in het wild voorkomende diersoorten, rekening houdend met de behoefte van de specifieke diersoort, de criteria:

a. voor de locatie van het uitwenverblijf;

b. voor de constructie en inrichting voor het gebruik van het uitwenverblijf; en

c. op basis waarvan bepaald wordt of een dier in een uitwenverblijf geplaatst wordt en door wie het wordt verzorgd.

3. De periode dat een dier in een gesloten uitwenverblijf is gehuisvest, valt binnen de maximale duur van de opvang, genoemd in artikel 18, tweede lid.

4. In het register, bedoeld in artikel 26, wordt bijgehouden welke dieren in welk uitwenverblijf gehuisvest zijn.

Regeling
Beleidsregel kwaliteit opvang diersoorten
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0037263
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl