wetzoeker

Artikel 22 — Onderbrengen bij particulieren Beleidsregel kwaliteit opvang diersoorten

Onderbrengen bij particulieren

1. Een dier mag door een opvangcentrum bij een particulier worden ondergebracht, als:

a. de particulier beschikt over de noodzakelijke ontheffingen, vergunningen of maatwerkvoorschriften;

b. het welzijn van het dier dit toelaat;

c. de particuliere houder een geschikt verblijf en expertise heeft om dit dier te houden;

d. het dier in beginsel gedurende zijn hele leven bij de particuliere houder kan blijven, en

e. het verblijf waar het dier wordt ondergebracht voldoet aan de in artikel 9, eerste lid, gestelde voorwaarden.

2. Het opvangcentrum blijft eigenaar van het dier.

3. Als de particulier niet meer voor het dier kan zorgen, wordt het dier teruggebracht naar het opvangcentrum.

4. Het dier mag niet door de particulier worden verkocht, verhuurd, weggegeven, tentoongesteld, uitgeleend, gebruikt voor de fok of gebruikt bij evenementen.

5. Het opvangcentrum sluit met de particulier een overeenkomst waarin wordt opgenomen dat:

a. de particulier zich verplicht tot naleving van de eisen genoemd in het eerste, tweede, derde en vierde lid;

b. het opvangcentrum eigenaar blijft van het dier; en

c. bij overlijden van het dier de particulier dit direct meldt aan het opvangcentrum en in overleg treedt met het opvangcentrum over de afhandeling van het kadaver conform wet- en regelgeving.

6. Het onderbrengen van een dier bij particulieren is niet toegestaan, wanneer het een dier afkomstig uit de vrije natuur betreft dat behoort tot:

a. een van nature in Nederland in het wild voorkomende diersoort; of

b. een niet van nature in Nederland in het wild voorkomende diersoort.

Regeling
Beleidsregel kwaliteit opvang diersoorten
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0037263
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl