wetzoeker

Artikel 28 Wet windenergie op zee

Toezicht en handhaving

1 Onze Minister kan bepalen dat zekerheid gesteld wordt voor de nakoming van hetgeen verschuldigd zal worden, ingeval hij een last onder bestuursdwang oplegt ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen.

2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, rust op de houder van de vergunning, dan wel, indien de vergunning haar geldigheid heeft verloren, op de laatste houder van de vergunning.

3 Het bedrag en de termijnen waarvoor en de tijdstippen en de wijze waarop de zekerheid wordt gesteld ten aanzien van het verwijderen, dan wel het na verwijdering slopen of hergebruiken van niet meer in gebruik zijnde windparken, worden vastgesteld in het kavelbesluit en dienen in de overige gevallen ten genoegen van Onze Minister te zijn.

Regeling
Wet windenergie op zee
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0036752
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl