wetzoeker

Artikel 15 Wet windenergie op zee

Algemene bepalingen

1 In een vergunning wordt bepaald:

a. voor welk tijdvak de vergunning geldt;

b. voor welk kavel de vergunning geldt;

c. binnen welke tijdvakken nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, de in de vergunning aangegeven activiteiten dienen te worden verricht.

2 Het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is passend bij de te verwachten levensduur van een windpark en het specifieke gebied waarop de vergunning betrekking heeft, maar ten hoogste 40 jaar.

3 Onze Minister kan aan een vergunning voorwaarden en voorschriften verbinden.

4 Onze Minister kan ontheffing verlenen van het eerste lid, onderdeel c. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden en de ontheffing kan onder beperkingen worden verleend.

5 Het is verboden te handelen in strijd met de vergunning, de daaraan verbonden voorwaarden en voorschriften, alsmede de ontheffing, bedoeld in het vierde lid, en de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen.

Regeling
Wet windenergie op zee
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0036752
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl