wetzoeker

9.2.3.1 — Streefhuur Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015

Streefhuur

De streefhuur wordt net als de markthuur op vhe-niveau vastgelegd in de objectgegevens. De streefhuur is de huur die bij mutatie van huurder wordt vastgesteld conform beleid van de corporatie en rekening houdend met wet- en regelgeving. De streefhuur is logischerwijs gelijk aan de streefhuur die ook in de meerjarenkasstroombegroting (dPi) wordt gehanteerd.

Daarnaast gelden de volgende uitgangspunten:

1. De streefhuur wordt, voor het berekenen van de huur bij mutatie, op dezelfde wijze geïndexeerd als de markthuur in de marktwaardeberekening, dat wil zeggen met de prijsinflatie (zie paragraaf 5.2.7). Als er in de full-versie gebruik is gemaakt van de vrijheidsgraad markthuurontwikkeling, om af te wijken van de reguliere prijsinflatie, wordt deze inflatiereeks niet overgenomen voor de beleidswaarde.

2. Als de voor gereguleerde woningen opgevoerde streefhuur hoger is dan de maximale huur conform het WWS, dan moet de streefhuur neerwaarts gecorrigeerd worden naar deze maximale huur conform het WWS. Dit geldt voor zowel laag segment gereguleerde huurwoningen, als voor midden segment gereguleerde huurwoningen.

3. Het is mogelijk dat de opgevoerde contracthuur hoger is dan de streefhuur en/of de maximale huur volgens het WWS. Dit roept de vraag op hoe om te gaan met deze situatie.

• Alleen als de contracthuur van een gereguleerde woning bij aanvang hoger is dan de maximale huur volgens het WWS, dan moet bij aanvang gerekend worden met de lagere maximum huur volgens het WWS.

○ Voor midden segment woningen gelden hier dezelfde nuances met betrekking tot ingangsdatum contract (voor of na 1-7-2024) en wel/niet gelden van de nieuwbouwopslag als bij het bepalen van de marktwaarde. Zie hiervoor 5.2.7.

NB. Bij de beleidswaardeberekening dient, wanneer de nieuwbouwopslag van toepassing is, voor de gehele kasstroomperiode rekening gehouden te worden met de juiste maximale huurniveaus. Dat wil zeggen: de huurniveaus met nieuwbouwopslag (maximaal 20 jaar) en de huurniveaus zonder nieuwbouwopslag (restant van de 60-jaars kasstroomperiode).

• In situaties waarin de streefhuur van gereguleerde woning lager is dan de contracthuur, maar de contracthuur lager is dan de maximale huur, dan wordt met de contracthuur als aanvangshuur gerekend en niet met de lagere streefhuur.

• Voor vrijesectorwoningen (hoog segment) wordt in het geval dat de contracthuur hoger is dan streefhuur sowieso altijd met de contracthuur als aanvangshuur gerekend. Huuraanpassing vindt dan pas bij mutatie plaats.

4. Het streefhuurbeleid bij DAEB woongelegenheden dient ook rekening te houden met de sociale huurgrens (voormalige liberalisatiegrens) als bovengrens. Uitgangspunt is dat de beleidswaarde van DAEB woongelegenheden blijft aansluiten bij het doorverhuren van de woongelegenheid als DAEB woning. Zodat op portefeuilleniveau het aantal DAEB woningen ook structureel blijft aansluiten aan uitgangspunten in prestatieafspraken. Daarbij past een streefhuur die niet hoger is dan de sociale huurgrens.

Daarom is voorgeschreven dat de geïndexeerde streefhuur van een DAEB woning in enig jaar niet hoger mag zijn dan de geïndexeerde sociale huurgrens in dat jaar.

• Dit uitgangspunt geldt alleen voor woningen in de DAEB-tak. Woningen in de niet-DAEB tak (gereguleerd en niet gereguleerd) hebben logischerwijs een streefhuur die boven de sociale huurgrens ligt.

• Voor de duidelijkheid: deze aftopping geldt voor de streefhuren en niet voor de contracthuren. Er zijn situaties mogelijk waarbij de contracthuur van een nog niet gemuteerde DAEB woning boven de sociale huurgrens uitkomt.

Regeling
Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
03-07-2026
BWB-id
BWBR0036709
Versie
2026-07-03_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl