wetzoeker

6.2.7 — Disconteringsvoet Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015

Disconteringsvoet

De disconteringsvoet is de marktconforme rendementseis waartegen de verwachte toekomstige inkomsten en uitgaven contant worden gemaakt. Voor BOG/MOG/ZOG geldt dat alleen wordt gewerkt met een doorexploiteerscenario. De disconteringsvoet wordt opgebouwd uit de volgende drie onderdelen:

– De risicovrije rentevoet.

– De vastgoedsector specifieke opslag.

– De opslag voor het markt- en objectrisico.

De hoogte van de risicovrije rentevoet wordt bepaald aan de hand van het 24-maands historisch gemiddelde van de 10-jaar EURO area yield curve gebaseerd op triple AAA rated staatsobligaties zoals gepubliceerd door de ECB. Doordat gebruik wordt gemaakt van het 24-maands gemiddelde, worden incidentele pieken van de rente op de peildatum van de waardering voorkomen.

De vastgoed sectorspecifieke opslag is een vastgoedsector gebonden risico-opslag, welke dient ter compensatie voor het extra risico dat wordt gelopen voor het investeren in vastgoed, ten opzichte van de risicovrije rente. Het percentage voor de vastgoedsector specifieke opslag is ontleend aan waarderingsgegevens van toegelaten instellingen.

Tabel 56: risicovrije rentevoet en vastgoed opslag

Opbouw disconteringsvoet

Risicovrije rentevoet | 2,77%

Vastgoed sectorspecifieke opslag | 4,87%

De opslagen voor het markt- en objectrisico zijn gecombineerd. Deze gecombineerde opslag is afhankelijk gesteld van drie kenmerken van de verhuureenheden:

– Bouwjaar ingedeeld in vijf bouwjaarklassen.

– Type verhuurhuurcontract ingedeeld in drie typen.

– Regio ingedeeld in vier regio’s.

Bij de schatting van de hoogte van de opslag voor het markt- en objectrisico is gebruik gemaakt van een referentie-contract. De keuze voor het referentie-contract heeft geen invloed op de hoogte van de disconteringsvoet van de andere verhuurcontracten. De schatting van deze opslag is gebaseerd op waarderingsgegevens van toegelaten instellingen, die op marktwaarde hebben gewaardeerd.

Tabel 57: referentie-contractvorm BOG, MOG en ZOG

Kenmerk | Klasse

Bouwjaarklasse | < 1960

Type contractvorm | BOG

Regio | West

Disconteringsvoet | 9,64%

Opslag markt- en objectrisico BOG, MOG en ZOG | 2,00%-punt

De totale disconteringsvoet voor het referentie-object bedraagt 9,64%. Aangezien de risicovrije rentevoet en de vastgoedsector specifieke opslag samen op 7,64% uitkomen, kan afgeleid worden dat bij het referentieobject de opslag voor het markt- en objectrisico 2,00% bedraagt.

Om tot de disconteringsvoet van de afzonderlijke verhuurcontracten te komen, wordt gebruik gemaakt van het referentiecontract. De onderstaande tabellen geven daarbij de afzonderlijke effecten weer van elk van de onderscheiden kenmerken. Door per contract na te gaan wat de effecten zijn voor het markt- en objectrisico en deze op te tellen bij de totale disconteringsvoet van het referentiecontract, ontstaat de disconteringsvoet van de overige verhuurcontracten.

Tabel 58: effect naar bouwjaarklasse disconteringsvoet BOG,MOG en ZOG

Bouwjaarklasse | Opslag in %-punt

< 1960 | 0,00%

1960 – 1974 | – 0,24%

1975 – 1989 | 0,59%

1990 – 2004 | – 0,10%

≥ 2005 | – 0,25%

Tabel 59: effect naar type contractvorm disconteringsvoet BOG, MOG en ZOG

Type contractvorm | Opslag in %-punt

BOG | 0,00%

MOG | 0,07%

ZOG | – 1,00%

Tabel 60: effect naar regio disconteringsvoet BOG, MOG en ZOG

Regio | Opslag in %-punt

Noord | BOG-MOG: 0,90% ZOG: 0,90%

Oost | BOG-MOG: 0,60% ZOG: 0,60%

Zuid | BOG-MOG: 0,60% ZOG: 0,60%

West | BOG-MOG: 0,00% ZOG: 0,00%

Regeling
Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
03-07-2026
BWB-id
BWBR0036709
Versie
2026-07-03_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl