B — Toetsing huishoudinkomen op basis van een inkomensverklaring en bijbehorende bewijsstukken Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
Toetsing huishoudinkomen op basis van een inkomensverklaring en bijbehorende bewijsstukken
Toets huishoudinkomen o.b.v. een door woningzoekende opgestelde en ondertekende inkomensverklaring en onderliggende bewijsstukken
Woningzoekende stelt een inkomensverklaring op en ondertekent deze. Deze verklaring dient minimaal de volgende elementen te bevatten:
• In geval van een lager inkomen dan volgens de Belastingdienst: de oorzaak van de inkomensverandering (bijv. andere baan, pensioen, ontslag)
• De geschatte omvang van het actuele huishoudinkomen, gebaseerd op:
– inkomen uit arbeid
– inkomen uit vermogen. Indien onveranderd, kan de woningzoekende verwijzen naar het inkomen uit vermogen (box 3), aangegeven op de inkomensverklaring van de Belastingdienst of naar de (voorlopige) aanslag IB
– vakantiegeld (eventueel hoogte)
– evt. 13e maand/eindejaarsuitkering
– evt. inkomen uit onderneming of freelance-activiteiten.
Controleer het door de woningzoekende geschatte actuele huishoudinkomen o.b.v. overgelegde bescheiden:
1. Jaaropgaven werkgever(s)/uitkeringsinstanties 2025:
Huishoudinkomen = het loon voor loonheffing (vermeld op de opgave als ‘fiscaal loon’, ‘loonheffing loon’, ‘LH-loon’, ‘heffingsloon’ of ‘loon voor loonbelasting/premies’) × 1,0376.
of,
2. Recente loonstrook/uitkeringsspecificatie (1 loonstrook/specificatie is voldoende):
Stap 1:
– Het loon voor loonheffing (zie uitleg vorige bullit) × 12 (indien loon/uitkering maandelijks wordt uitbetaald), of
– Het loon voor loonheffing (zie uitleg vorige bullit) × 13 (indien loon/uitkering per 4 weken wordt uitbetaald).
N.b.: Indien op een loonstrook incidentele beloningen of andere variabele inkomenscomponenten zijn aangegeven, bijv. overwerk, dan dienen deze niet te worden meegerekend. Bij twijfel kan de toegelaten instelling meerdere loonstroken van de woningzoekende verlangen.
Stap 2:
Indien het vakantiegeld niet maandelijks wordt uitgekeerd: uitkomst stap 1 × 1,08.
3. Bij inkomen uit onderneming dient een schatting te worden gemaakt van het belastbaar jaarinkomen (de winst, eventueel verminderd met de fiscaal toepasbare aftrekposten zoals zelfstandigenaftrek, startersaftrek of MKB-vrijstelling).
Voor het lopende jaar (2026) kan dit jaarinkomen vastgesteld worden aan de hand van de laatste winst- en verliesrekening, waarbij het aldus vastgesteld belastbaar inkomen (over 2025) vermenigvuldigd dient te worden met 1,0376. Voor het lopende jaar kan de verwachte winst bepaald worden op basis van een prognose.
Bij inkomen uit overige werkzaamheden (niet in loondienst en geen inkomen uit onderneming) wordt een schatting gemaakt van het belastbaar jaarinkomen uit de opbrengsten van die werkzaamheden minus de daarvoor gemaakte kosten.
Voor het lopende jaar (2026) kan dit jaarinkomen vastgesteld worden door het belastbaar jaarinkomen van 2025 te vermenigvuldigen met 1,0376. Voor het lopende jaar kan het betreffende belastbaar jaarinkomen bepaald worden op basis van een prognose.
Zie voor de inkomensgrenzen waaraan het huishoudinkomen moet worden getoetst: de bedragen bij laatste stap van toetsingsschema A.
- Regeling
- Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 03-07-2026
- BWB-id
- BWBR0036709
- Versie
- 2026-07-03_0